CBG bronnen
De Daltons
De Brabantse boeven de Daltons, Coll. Brabants Historisch Informatie Centrum

Misdaad en straf

Tekst: Jacqueline Verkleij en Martijn Spruit

Boeven en boefjes in je familiegeschiedenis

“Wie er in de loop van zijn speurtocht naar het familieverleden achter komt dat zich in zijn stamboom allerlei boeven en boefjes ophouden, mag vanuit genealogisch oogpunt gerust een sprongetje in de lucht maken”, schreef adjunct-directeur Rob van Drie in Gen. magazine van maart 2016. “Want al die grote en kleine wetsovertreders leveren niet alleen anekdotes op, maar bieden ook een venster op het verleden.” Op deze themapagina vertellen CBG-experts Jacqueline Verkleij en Martijn Spruit je hoe je grote en kleine criminelen in je familie op het spoor komt, en hoe je een blik door het venster op je eigen familieverleden kunt werpen.

Misdaad

Het is misschien niet iets om trots op te zijn, maar ze komen in nagenoeg alle families voor: voorouders die om wat voor reden dan ook hun toevlucht namen tot illegale, oneerbare en/of strafbare praktijken. Zeker in vroeger eeuwen was de drijfveer dikwijls armoede: men stal, smokkelde of sjoemelde om het hoofd boven water te kunnen houden, en werd veroordeeld voor ‘mishandeling’ door vechtpartijen waarbij niet zelden (goedkope) alcohol in het spel was – drank deed hen de ellende even vergeten.

Messentrekkers bij herberg 2

Messentrekkers bij herberg. Oud-Hollands tegeltje, coll. Nederlands Tegelmuseum

2
Snotneus 1

Getuige Vollenberg krijgt in 1884 een klap op zijn hoofd nadat hij in een herberg in Geldrop de beklaagde voor 'snotneus' had uitgemaakt. Bron: BHIC

1

Natuurlijk zijn misdaden als moord en doodslag moeilijker te verkroppen, en de ontdekking van een fout oorlogsverleden kan zelfs behoorlijk emotioneel zijn. Wees hier dus op bedacht wanneer je in de bronnen gaat spitten. Dikwijls zijn er echter meer kanten aan een verhaal, en gedegen onderzoek naar de omstandigheden en achtergronden kan helpen je ontdekkingen te begrijpen en te accepteren.

Omdat het bronnenmateriaal van vóór de negentiende eeuw zeer beperkt is (je bent dan vrijwel altijd aangewezen op de archieven van de lokale schepenbanken bij de regionaal historische centra), beperken wij ons in dit stuk vooralsnog tot de bronnen van na 1811. Mogelijk wordt dit op een later tijdstip aangevuld. 

Bijzondere vergrijpen

Naast de meer bekende en ‘tijdloze’ vergrijpen als diefstal of mishandeling waren er een paar typisch voor de 19e en begin 20e eeuw. 

Landloperij 

Hoewel landloperij – het rondzwerven zonder aantoonbare middelen van bestaan, opgenomen als misdrijf in het Wetboek van Strafrecht uit 1809 – pas in 2000 uit het wetboek werd geschrapt, waren er vanaf de tweede helft van de 20e eeuw nauwelijks veroordelingen. In de 19e eeuw werden landlopers echter wél veelvuldig in de kraag gevat.

De Landloper door August Meissl 1

August Meissl, 'De Landloper', potlood en gouache op papier, 1910. Coll. Simonis & Buunk

1
Kreupele landloper 2

'De kreupele landloper' door Pieter Jansz. Quast, 1634. Coll. Rijksmuseum

2

Zwervers en bedelaars (bedelen was eveneens strafbaar) werden opgepakt en in de cel gegooid, dikwijls om later te worden ‘opgezonden’ naar een van de bedelaarskoloniën, zoals het in 1822 in Overijssel opgerichte bedelaarsgesticht de Ommerschans. Later kwam daar het dwanggesticht in Veenhuizen in Drenthe bij. Voor wie geïnteresseerd is in deze ‘koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid’: Historicus Wil Schackmann heeft er vier interessante boeken over geschreven: De bedelaarskolonie, De proefkolonie, De kinderkolonie en De strafkolonie. De meeste mensen zullen Veenhuizen echter kennen van het boek ‘Het pauperparadijs’ van schrijfster Suzanna Jansen.

In 1886 trad een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking, ter vervanging van de door de Fransen ingevoerde Code Pénal. Artikel 432 van dat wetboek bepaalde dat zowel openbare bedelarij als landloperij bestraft werd met maximaal twaalf dagen hechtenis. Bij herhaling binnen een jaar kon deze straf met een derde verhoogd worden. Als bijkomende straf kon een plaatsing van maximaal drie jaar in een zogenoemde Rijkswerkinrichting (RWI) worden opgelegd. De Gestichtenwet van 3 januari 1884 wees de gestichten Veenhuizen II en III en het gesticht Oostereiland in Hoorn aan als RWI voor mannen; vrouwen werden ondergebracht in Veenhuizen I. In 1888 werd ook de Ommerschans bestemd als RWI voor mannen. Vanaf 1914 werd er een onderscheid gemaakt tussen gevangenen, veroordeeld wegens een misdrijf, en zogenoemde verpleegden (bedelaars, landlopers, drankwetovertreders en souteneurs), veroordeeld wegens een overtreding. 

De database van het Drents archief, Alle Drenten, bevat een groot aantal gegevens over mensen die al dan niet gedwongen in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid verbleven. Het meest interessant zijn natuurlijk de signalementskaarten van opgepakte en veroordeelde bedelaars, die soms zelfs voorzien zijn van een foto.

Signalementskaart
Zout- en zeepfraude

Geraffineerd zout werd al eeuwenlang gebruikt om het eten smaak te geven en om bederf tegen te gaan, maar ook door boeren om een geslacht varken of kalf te pekelen. Een gemiddeld arbeidersgezin gebruikte toen wel een halve kilo zout per week: ongeveer een kwart dagloon. Waarschijnlijk konden smokkelaars een tot twee cent winst maken op een kilo illegaal ingevoerd zout. Ervan uitgaande dat iemand per keer maximaal 40 tot 50 kilo zout kon vervoeren, betekent dat dat één geslaagde tocht ongeveer het dagloon van een volwassen arbeider kon opleveren. De zoutsmokkel kwam pas goed op gang toen onze zuiderburen in 1872 de accijns op zout afschaften. De Belgische regering beschouwde zout voortaan als een noodzakelijk goed voor het huishouden; Nederland zou pas vele jaren later volgen.

Zachte zeep speelde een belangrijke rol in de wolnijverheid. Na het sorteren van de schapenwol volgde het wassen om wolvet, wolzweet en plantaardige bestanddelen, zand en stof te verwijderen. De wol werd gewassen in grote ijzeren ketels en daarna gespoeld in stromend water. Het wassen gebeurde oorspronkelijk in een wasbad van 5 delen water op 1 deel rottende urine, omdat dit laatste product goedkoper was dan zachte zeep. Na de Belgische opstand verviel in België de accijns op zachte zeep en werd dit product zo goedkoop dat het in de textielnijverheid de urine kon vervangen. Vanaf dat moment werd het op grote schaal de grens over gesmokkeld. 

Zoutsmokkel 1

Nachtelijke zoutsmokkelaars. Bron: smokkelaarstrail.nl/historie

1
Huishoudzeep 2

Excelsior Huishoudzeep. Etiket uit ca. 1895

2

De smokkel in zout en/of zeep staat in de (Brabantse) gevangenisregisters en rechtbankvonnissen omschreven als ‘zout- en zeepfraude’. Veel van de veroordelingen gaan over ‘partijen’ van een kilo of zelfs minder.

Venten

Venten is het verkopen van goederen van huis tot huis of op straat, zonder vaste verkoopplaats. Dikwijls was dit alleen toegestaan als je daar een ventvergunning voor had. Het ‘leuren’ langs de huizen zonder toestemming van Burgemeester en wethouders was strafbaar en kon je op een dag hechtenis komen te staan.

Straatventer in Amsterdam 1

Straatventer met kousen in de Nieuwe Uilenburgerstraat.in Amsterdam. Foto: Stadsarchief Amsterdam

1
Ventverbod 2

Overtreding van het ventverbod tijdens de crisis van de jaren ’30 van de vorige eeuw. Foto: Stadsarchief Amsterdam

2

Kleine criminaliteit

Gelukkig zal het overgrote deel van de ‘zonden’ van je voorouders bestaan uit kleine tot zeer kleine misdaad – zelfs zaken waarvan we ons nu afvragen hoe ze ooit strafbaar hebben kunnen zijn (althans in de mate waarin ze dat in vorige eeuwen waren). 

Het opdelven van paarden

Een bijzonder voorbeeld is het Bekeurdenregister uit Hilversum uit de periode 1878-1890. Het origineel is niet raadpleegbaar maar in de index vind je wel de namen van personen, hun woonplaats, beroep en uiteraard de overtreding. Zo kregen de vijftienjarige Gijbertus Ruitenbeek en de een jaar jongere Hendrik Bakker in 1889 beiden tien gulden boete voor het stelen van fruit uit de tuin van de heer Wolf. Als zij dit niet konden betalen, moesten ze zes dagen de cel in. Het werpen met sneeuwballen kwam de zestienjarige koopman Joseph Bartels op drie gulden boete of een dag cel te staan.

Dergelijke kleine vergrijpen, overtredingen waarvoor met name geldboetes werden opgelegd of waarop hoogstens een tot een paar dagen celstraf stond, werden doorgaans behandeld door de kantonrechter. De archieven zijn over het algemeen te vinden bij de regionaal historische centra (rhc’s); de meeste zijn helaas nog niet gedigitaliseerd of niet op naam doorzoekbaar. 

Als je weet wanneer een voorouder is veroordeeld en door welk kantongerecht, zoek dan op de website van de betreffende rhc onder ‘Bronnen’ of ‘Archieven’ en kies voor de optie ‘Justitie en rechtspraak’. Je kunt dan het betreffende dossier opvragen en ter plekke inzien. Sommige archiefinstanties bieden de optie ‘scanning on demand’ – je kunt dan online een verzoek indienen om het stuk te laten scannen. Na verloop van tijd verschijnt het op de website. Houd er wel rekening mee dat er soms een openbaarheidsbeperking op de stukken rust en je deze niet, of alleen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rijksarchivaris van de provincie in kwestie kunt inzien. 

Lees op de website in kwestie vooral de toelichtingen die worden gegeven bij de verschillende archieven en bronnen. Dit biedt je de nodige achtergrondinformatie en vergemakkelijkt het zoeken aanzienlijk.

Gevangene met celkap 1

Gevangene met celkap. Foto: Van Mesdag Kliniek Museum

1
Blokhuispoort 2

De Blokhuispoort is een voormalige strafgevangenis in Leeuwarden. Foto: Gouwenaar

2
Gevangenissen

Tot ongeveer 1850 was het heel gewoon veroordeelden samen in één ruimte op te sluiten. Wetenschappers in de Verenigde Staten bogen zich over de vraag of dit wel verstandig was; misschien brachten misdadigers elkaar wel op kwalijke ideeën. In afzonderlijke opsluiting zouden ze wellicht over hun daden kunnen gaan nadenken en tot inkeer komen. Dit idee waaide over naar Nederland, en in 1850 werd in Amsterdam aan de Weteringschans een nieuwe gevangenis gebouwd met allemaal aparte cellen in plaats van grote zalen. Na enige tijd werd het systeem van eenzaam opsluiten, het zogenoemde ‘cellulaire systeem’, overal ingevoerd. In de bestaande gevangenissen was daarvoor niet genoeg ruimte, dus werden er nieuwe gebouwen neergezet. De eerste cellulair opgesloten gevangenen hadden zelden contact met de buitenwereld. Ze mochten een brief per week schrijven of ontvangen, en maar een keer in de maand bezoek ontvangen, en dan altijd met een bewaarder erbij. Bewaarders mochten niet tegen de gevangenen praten. Buiten de cel kregen de gedetineerden een celkap op, een soort masker met twee gaten voor de ogen, zodat ze elkaars gezicht niet konden zien. Zelfs in de kerk werd hun hoofd in een soort kijkluikje opgesloten, zodat ze alleen naar het altaar konden kijken en niet naar elkaar.

De inschrijvingsregisters van gevangenissen (ook te vinden onder ‘instellingsregisters’) vermelden naast personalia van de gevangene ook het kantongerecht dat hem of haar veroordeeld heeft. Dit helpt je bij het zoeken naar het strafdossier. Wanneer iemand is opgepakt voor landloperij of bedelarij en veroordeeld tot opname in een van de bedelaarsgestichten, wordt hiervan ook melding gemaakt. Daarnaast bevatten sommige registers ook een signalement van de gevangene.

Geheim Register van Ontslagen Gevangenen

In 1882 besloot de toenmalige Minister van Justitie A.E.J. Modderman dat hij een ‘Geheim Register van Ontslagen Gevangenen’ wilde laten uitgeven, om de ‘alsnog in het algemeen gevaarlijk te achten gevangenen’ in de gaten te kunnen houden. Het register moest geheim blijven om te voorkomen dat ‘welgezinde ontslagenen in hunne pogingen om op eerlijke wijze aan den kost te komen, worden belemmerd’. De publicatie begon als proef, maar was klaarblijkelijk zo succesvol, dat het maandblad (dat in eerste instantie alleen aan de Procureurs-Generaal bij de Gerechtshoven en Officieren van Justitie werd gestuurd, later ook aan politiecommissarissen van grotere gemeenten) in totaal veertien jaargangen kende.

Geheim Register Ontslagen Gevangenen 1

Portretfoto van de ontslagen gedetineerde Johanna Hendrika Willemsen. Foto: coll. Fries Fotoarchief, Tresoar

1
Geheim Register Ontslagen Gevangenen 2 1

Foto uit Jaarboek CBG 1991, deel 45

1

Het register bevatte de fotoportretten, persoonsgegevens en justitiële antecedenten van alle recidivisten uit de cellulaire of strafgevangenissen in Hoorn, Leiden, ’s-Hertogenbosch, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht met een voltooide gevangenisstraf van meer dan twee jaar gemeenschappelijke, of meer dan een jaar eenzame opsluiting, en alle vrijgelaten gevangenen uit het Huis van Opsluiting en Tuchtiging te Leeuwarden. In het laatstgenoemde instituut – later de Bijzondere Strafgevangenis voor mannen genoemd – werden aan het einde van de negentiende eeuw voornamelijk de 'zware' gestraften van Nederland ondergebracht.

Het Geheim Register van Ontslagen Gevangenen over de periode 1882-1896 bevat ongeveer 1700 signalementen en beschrijvingen van gevangenen en 1600 portretfoto’s. Op de website van het Fries Fotoarchief kan je ze doorzoeken en bekijken. Bij de foto’s staan verwijzingen naar het Register zelf: het bladnummer, de jaargang en het register-/fotonummer. Je kunt het Register over de periode mei 1882 tot januari 1890 ter inzage aanvragen uit de CBG Bibliotheek.

Glasplaten met foto’s van gevangenen uit de Bijzondere Strafgevangenis van Leeuwarden over de periode 1880-1935 (dus ver na verschijning van het Geheim Register) bevinden zich in het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen. Ook Museum Blokhuispoort heeft alle 1800 portretten gescand en online gepubliceerd, maar slechts met een beperkte naamindex.

Lees meer over het Geheim Register in een artikel dat adjunct-directeur CBG Rob van Drie al in 1991 over gevangen voorouders schreef. Je vindt de link onderaan deze pagina.

Grote(re) criminaliteit

In tegenstelling tot de minder ernstige overtredingen als openbare dronkenschap en zonder vergunning venten staan de vonnissen van meer serieuze misdrijven, zoals mishandeling, diefstal en moord, vaak wel online. Deze zaken werden behandeld door de hogere rechtbanken zoals de arrondissementsrechtbank en het Hof van Assisen. Vooral de strafvonnissen van arrondissementsrechtbanken zijn door veel archiefinstellingen op naam doorzoekbaar gemaakt. Onder andere Tresoar (Alle Friezen), het Gelders Archief, het Noord-Hollands Archief en het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) hebben al veel daarvan op hun website staan. De meer uitgebreide strafdossiers zijn vaak niet online te raadplegen en zul je dus ter plekke moeten gaan inzien. Bij echt spectaculaire zaken kan je al veel aanwijzingen in oude kranten vinden; wees je er echter van bewust dat de verslaggeving niet altijd even waarheidsgetrouw was!

Kranenartikel moordverdachte

Zoals gezegd bleef het Franse strafrecht in ons land bestaan tot de invoering van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht in 1886. Dit heeft tot gevolg dat de zwaardere strafzaken in de periode 1811-1886 zich niet bevinden in de archieven van de arrondissementsrechtbanken, maar in die van de Hoven van Assisen, de Provinciale Gerechtshoven en de gerechtshoven. Dit veranderde na de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.

Naast de vonnissen (de uitspraak van de rechter voorzien van een motivering) zijn vooral de processen-verbaal interessant, die helaas veel minder vaak online te vinden zijn. Een proces-verbaal werd opgemaakt door de griffier van de rechtbank en bevat een relaas van feiten op basis waarvan de rechter tot zijn oordeelsvorming kwam. In deze dossiers vind je verslagen of samenvattingen van de verhoren van de verdachten en de getuigen, en de requisitoiren van de officier van justitie.

Net als de processen-verbaal werden de vonnissen aanvankelijk volledig met de hand geschreven; later werden gestandaardiseerde, voorbedrukte formulieren gebruikt die met de hand of later met een typemachine werden ingevuld. Elk vonnis of arrest begon met de vermelding van de eiser (het Openbaar Ministerie) en de verdachte. Afhankelijk van de periode waarin de rechtszaak plaatsvond volgden enkele of meer personalia van de verdachte – vaak de leeftijd, soms de geboorteplaats en -datum, het beroep, en de woon- of verblijfplaats. In het laatste geval wordt daarbij soms aangetekend dat de persoon in kwestie is gedetineerd in een huis van bewaring. 

Op de vervolgbladen komen de meer inhoudelijke zaken aan de orde, zoals een verwijzing naar het onderzoek dat tijdens de terechtzitting heeft plaatsgevonden, de vordering van de officier van justitie, het verweer door of namens de verdachte. Daarna volgen de overwegingen die hebben geleid tot de uitspraak van de rechtbank, en tot slot de uitspraak. Naast gevangenisstraf kon een boete worden opgelegd, en konden de kosten van het rechtsgeding ook ten laste van de veroordeelde worden gebracht. Als deze die kosten niet kon betalen, werd een extra periode hechtenis opgelegd. 

Rolboeken

Sommige archiefdiensten, zoals Tresoar, hebben de rolboeken van de arrondissementsrechtbanken online gezet. De rol is het overzicht van de zaken die behandeld werden tijdens de zittingen. Daarin staan de personalia van de verdachte, de aard van de beschuldiging, de namen van de verdedigers, de datum van het vonnis van het Gerechtshof, de duur van de straf en soms nog wat aanvullende aantekeningen vermeld.

Rolboek A.G. Berghuis

Als je geluk hebt, is het hele strafdossier bewaard gebleven. Naast de gebruikelijke stukken als processen-verbaal van de verhoren door politiebeambten kan je hierin soms correspondentie vinden tussen de verdachten en hun familie, en in latere tijd foto’s van bijvoorbeeld de plaats delict of sectiefoto’s, of rapporten door psychologen of andere deskundigen. In uitzonderlijke gevallen bevat het dossier zelfs voorwerpen die als bewijsstuk hebben gediend – van documenten waarmee een fraudeur heeft geknoeid tot een moordwapen.

Politiearchieven 

Politiearchieven kunnen gegevens bevatten die om een of andere reden buiten het strafdossier zijn gebleven, bijvoorbeeld in eerste instantie geconstateerde feiten in het onderzoek, of zaken die later niet relevant geacht werden. Helaas is het bij politiearchieven in veel gevallen net zo gegaan als bij strafdossiers, en is het merendeel ervan vernietigd of verloren gegaan. 

Krijgsraden

De rechtspraak in misdrijven die werden begaan door militairen werd gedaan door de krijgsraden. Dikwijls was het vergrijp desertie, maar ook diefstal, belediging, mishandeling en oplichting kwamen vaak voor. De straffen waren niet mals: een afranseling met een stok, riet of touw was een populaire maatregel, net als eerloos ontslag uit het leger.

Omdat veel gedaagden een valse naam en geboortedatum opgaven, of omdat hun naam verkeerd gespeld werd, kan het zoeken naar hun strafzaken een lastige opgaaf zijn. Zoek daarom eerst in de uittreksels uit de militaire stamboeken, die te vinden zijn bij het Nationaal Archief. Daar bevinden zich overigens ook de (geïndexeerde) procesdossiers van de Hoge Krijgsraden.  

Krijgsraad 2

De Krijgsraad der Schutterij te Amsterdam, houtgravure uit 1826 van Louis Moritz. Coll. Stadsarchief Amsterdam

2
Krijgsraad, veroordeling 1

Militair Wilhelm Rödlich was vergeten zijn hond een muilkorf om te doen en werd door de krijgsraad veroordeeld tot 5 gulden boete of een dag militaire detentie. Bron: militair stamboek, Nationaal Archief

1

Met name het Noord-Hollands Archief en ook het BHIC hebben hun dossiers over veroordeelde militairen online staan.

Naast aparte rechtbanken waren er voor militairen in garnizoenssteden overigens ook aparte gevangenissen, de zogenoemde provoosthuizen.

Wat we misschien liever niet weten, maar …  

Een zwarte bladzijde in de meer recente geschiedenis wordt ingevuld door de collaboratie van Nederlanders met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na de bevrijding vond er een ware uitbarsting van volkswoede plaats tegen de gehate NSB’ers die met de Duitsers hadden samengewerkt. De bevolking greep naar verf en scheergerei om met name liefjes van Duitse soldaten te bestraffen. De lokale verzetsgroepen arresteerden NSB-leden en andere collaborateurs. Bij het aantreden van het eerste Kabinet na de oorlog, eind juni 1945, zaten al ruim honderdduizend politiek verdachten in kampen.

De chef van het militair gezag had de Binnenlandse Strijdkrachten in februari 1945 al uitdrukkelijk opgedragen de collaborateurs te arresteren. Iedereen die van hulpverlening aan de vijand werd verdacht, moest worden opgepakt, ook ‘papieren leden’ van de NSB en van andere ‘foute’ organisaties die verder niets hadden misdaan. 

Moffenmeiden 1

NSB'ers en kaalgeschoren 'moffenmeiden' worden opgebracht door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Foto: Willem van de Poll, Nationaal Archief

1
Arrestatie NSB'ers 1

Arrestatie van NSB’ers door de Binnenlandse Strijdkrachten bij de rooms-katholieke school aan de Mient in Den Haag. Foto: Beeldbank Haags Gemeentearchief

1

De chef van het militair gezag had de Binnenlandse Strijdkrachten in februari 1945 al uitdrukkelijk opgedragen de collaborateurs te arresteren. Iedereen die van hulpverlening aan de vijand werd verdacht, moest worden opgepakt, ook ‘papieren leden’ van de NSB en van andere ‘foute’ organisaties die verder niets hadden misdaan.

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging 

Van al deze mensen is een dossier aanwezig in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het betreft zowel mensen die tot een zware straf zijn veroordeeld, als mensen van wie is gebleken dat de verdenking ongegrond was.

De CABR-dossiers worden bewaard bij het Nationaal Archief. Als je een vermoeden hebt (of zeker weet) dat een voorouder lid is geweest van de NSB of misschien zelfs de SS, kan je een verzoek tot inzage van zijn of haar CABR-dossier indienen bij het Nationaal Archief. Meer informatie over de aanvraagprocedure vind je op de site van het Nationaal Archief. 

Sommige dossiers bevinden zich bij het instituut voor oorlogs- holocaust- en genocidestudies NIOD. Meer informatie vind je op hun website. 

Rechtshandhavers 

Onder invloed van ideeën over staatsvorming ontstond na de Franse Tijd (1795-1813) steeds meer de behoefte aan handhavers van gezag. Als snel werden in veel plaatsen gemeenteveldwachters aangesteld. Daarnaast werd in 1858 een (landelijk) Korps Rijksveldwacht opgericht. Vaak werden deze posities gevuld door oud-militairen. In eerste instantie werden er niet veel inhoudelijke eisen gesteld aan de functie: het uniform moest ontzag inboezemen. Het werk werd ook niet heel goed betaald, al was er vaak wel extra kleedgeld (voor het uniform), en soms ook kostgeld of een dienstwoning. Ook kon na het oplossen van een bijzonder misdrijf wel eens eenmalige beloning volgen; een eigenaar van land waarop was gestroopt stopte bijvoorbeeld wel eens tien gulden in de hand van de diender die de stropers in de kraag had gevat. 

Veldwachter arresteert jongen 1

Veldwachter op het strand van Scheveningen deelt een bekeuring uit aan een jongen, 1912. Foto: Spaarnestad Photo

1
Rijksveldwacht ca. 1938 2

Rijksveldwacht ca. 1938, Foto: coll. Nederlandse politie toen en nu

2

Pas in de jaren dertig van de twintigste eeuw werden er langzaamaan meer eisen aan het werk van veldwachters gesteld. Zo werd onder meer vastgelegd dat zij konden worden bijgestaan door de marechaussee. Aan de hand van gemeenteraadsnotulen is enig onderzoek verricht naar de positie van veldwachters. Daar blijkt vooral uit dat zij in de raad werden besproken als ze werden aangesteld, een misstap hadden begaan, of werden ontslagen.

Er bestaat geen centraal register van veldwachters of soortgelijke gezagshandhavers. Wel bestaan er (onvolledige) lijsten van marechaussees, maar deze beslaan vooral de twintigste eeuw. 

Politieblad 

Op de laatste dag van 1851 bepaalde Minister van Justitie Johan Nedermeijer dat vanaf 1 januari 1852 een ‘Algemeen Politie-Blad voor het Koninkrijk der Nederlanden’ zou worden uitgegeven, waarin besluiten, oproepen, signalementen en dergelijke bekend konden worden gemaakt. De afleveringen verschenen tweewekelijks en konden later bijeengebonden worden in een band. Het zou het officiële orgaan worden voor mededelingen over personen en (straf)zaken. Deze zogenoemde signaleringen (grofweg vertaald als ‘wordt gezocht’) vulden samen met de categorie ‘uitgezette vreemdelingen’ het grootste deel van het tijdschrift. Ook meldingen over wetswijzingen (vooral als deze te maken hadden met boetes) en de benoemingen van veldwachters vormden een deel van de inhoud. Vanaf 1920 werden er ook enkele portretten opgenomen, en in 1923 veranderde het formaat van pocket naar groot formaat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het blad bestaan onder redactie van de bezetter, en al op 22 januari 1945 verscheen een versie vanuit bevrijd Nederland. Op 5 juli 1947 is het Algemeen Politieblad omgevormd tot een vaktechnisch tijdschrift waarin naast inhoudelijke artikelen alleen nog personalia van agenten werden vermeld. Het opsporingregister dat het Politieblad bijna honderd jaar was geweest, bestond vanaf dat moment niet meer in die vorm. 

Politieuniformen

Het politieblad bestaat uit verschillende secties: Ambtswijzigingen in het personeel der veldwacht, Gesignaleerd (‘wordt gezocht’), Uitgezette vreemdelingen (vooral naar België en Duitsland), Gedeserteerden (zowel uit het leger als uit bijvoorbeeld de bedelaarskoloniën).

Vooral in de eerste decennia waarin het tijdschrift werd uitgegeven waren de beschrijvingen erg uitgebreid. Deze kunnen dus veel extra informatie verschaffen voor je onderzoek.