CBG-directeur Hélène Oppatja gaat dit jaar op onderzoek uit: welke bijzondere collecties en archieven bestaan er in Nederland en hoe worden deze verzorgd? Voor haar eerste column duikt zij het klooster in.
Er bestaat een foto van vijf nonnen, genomen rond 1940. In het midden staan drie zussen; Beate, Vitalis en Veneranda. Ingetogen en ernstig, anoniem bijna, alsof hun wereldse leven nooit bestaan heeft. Maar achter die kloosterlijke namen schuilen meisjes die ooit werden geboren als Martha, Cornelia en Johanna, dochters van een Haagse timmerman en een moeder uit Wassenaar. Drie kinderen telde het gezin, en toen zij vetrokken naar het Ursulinenklooster in Bergen bleven vader Johannes Boogmans en moeder Huberta Ammerlaan samen achter in Den Haag waar zij kort na elkaar, in 1957, overleden. De zussen kwamen thuis bij hun hemelse Vader eind jaren ’90 van de vorige eeuw, op de gezegende leeftijd van resp. 82, 87 en 89 jaar.
Ik ontmoette Beate, Vitalis en Veneranda niet persoonlijk; ik ontmoette hun foto. In Sint Agatha, het oudste klooster van Nederland, ligt hij in een zorgvuldig bewaard archief. Zussen die een leven kozen dat zich grotendeels aan ons oog onttrok, maar dat generaties lang onmisbaar was voor de samenleving: zorg, onderwijs, armenhulp, ziekenzorg, voorlopers van wat we nu kennen als onze verzorgingsstaat.

De drie zussen Boogmans (achter vlnr:) zusters Beate, Vitalis, Veneranda, Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, fotocollectie Ursulinen van Bergen, nr. 152146.
Die foto liet me niet meer los. Niet omdat hun gelofte van gehoorzaamheid en dienstbaarheid me vreemd is, maar omdat hun verhaal zo gemakkelijk verloren had kunnen gaan. Want wie weet vandaag de dag nog iets over zijn ’tante nonneke’ of zijn heeroom? Wie kent nog de verhalen die binnen families werden doorverteld over de zoon of dochter die naar het klooster ging?
Het verdwijnen van dat soort verhalen staat symbool voor iets groters, iets dat zich heel stilletjes voltrekt: het dreigende verlies van kloosterlijke archieven in heel Europa. De reden laat zich makkelijk raden. Bijna niemand kiest nog voor het kloosterleven. Religieuze gemeenschappen vergrijzen, krimpen, sluiten hun deuren. Veel ordes verhuizen naar Afrika en Azië, waar nog wél nieuwe roepingen zijn. En als je niet oplet verhuizen hun archieven, soms eeuwen aan Nederlandse geschiedenis, met hen mee.
En met elke doos die naar een ander continent vertrekt, verliest Nederland iets dat niet meer terugkomt. Niet alleen familiegeschiedenis, maar ook de geschiedenis van zorg, emancipatie, onderwijs en sociale ontwikkeling. De geschiedenis van de vrouwen en mannen die goede werken deden lang voordat er sociale wetgeving bestond.

Hélène Oppatja op bezoek bij het klooster Sint Agatha. (vlnr) Hella Timmermans (provinciearchivaris BHIC), Hélène Oppatja, Marleen Reichelt en Marga Arendsen (Erfgoedcentrum voor Nederlands Kloosterleven).
De zussen Boogmans hadden eenvoudig kunnen verdwijnen uit ons collectieve geheugen, meegesleurd in die stille diaspora van kloostererfgoed. Maar dat gebeurde niet. Niet dankzij toeval, maar dankzij mensen die ervoor kozen om wél te bewaren wat dreigde te verdwijnen.
Gelukkig is er het Erfgoedcentrum voor het Nederlands Kloosterleven. Een stichting die met liefde de archieven van meer dan honderd ordes en congregaties beheert. Niet spectaculair, niet luidruchtig, maar met monastieke toewijding, rust en aandacht.
De drie zussen zijn al lang overleden, net als hun kloosters misschien ooit zullen verdwijnen. Maar zolang hun verhalen worden bewaard, zijn ze niet onzichtbaar. En dat, in een tijd waarin stilte soms luider spreekt dan woorden, is misschien wel het grootste wonder.
Auteur: Hélène Oppatje, Directeur van het CBG|Centrum voor Familiegeschiedenis