De PK van oogarts Leo Lashley
De in Suriname geboren oogarts Leo Lashley zette in de Tweede Wereldoorlog zijn leven in Rotterdam op het spel om onderduikers uit handen van de nazi’s te houden. Des te wranger dat hij naar de oorlog Nederland ontvluchtte vanwege racisme.
De PK van…
Rotterdam, 1940. Oogarts Leo Lashley realiseert zich dat een geallieerde Schotse piloot zijn leven in het door de nazi’s bezette Rotterdam niet zeker is. Hij biedt hem een schuilplaats. Ook anderen helpt hij aan onderduikadressen, zo is te lezen op Stichting WO2Net| Oorlogsbronnen.nl. Een keer per week rijdt hij naar de Hoeksche Waard om aardappelen voor de onderduikers te halen. In de Breepleinkerk die hij elke zondag bezoekt, zorgt hij samen met de koster voor de drie Joodse gezinnen die zich hier schuilhouden. Hij smokkelt etenswaren, schone was en wc-papier de kerk binnen. Wanneer de achttienjarige Rebecca Kool, een van de ondergedoken vrouwen, op het punt staat te bevallen en geen dokter uit de buurt het aandurft haar te helpen, duikt Lashley in de studieboeken over verloskunde. In januari 1944 leidt hij de bevalling. De baby komt gezond ter wereld.
Vergokt
Als jongen wist Lashley al dat hij het lot in eigen handen moest nemen. Hij werd op 24 maart 1903 als Leonard Archibald Gerhardus Othniel in het Surinaamse Nieuw Nickerie geboren als zoon van moeder Gerredina en vader Francis, zo is te lezen op zijn persoonskaart (PK). Vader Francis vergokt na een financiële klapper zijn vermogen. De jonge Lashley realiseert zich dat er niets anders opzit dan zelf voor zijn opleiding te sparen. Hij volgt een medische school in Paramaribo en emigreert naar Nederland om medicijnen te studeren. In 1933 promoveert hij. Tijdens zijn coschappen ontmoet hij Helen van der Drift, met wie hij begin jaren dertig trouwt en drie zoons krijgt. Zijn PK vermeldt dat het gezin zich op 27 maart 1940 op de Randweg 50 in Rotterdam vestigt.

Persoonskaart van Leo Lashley, Collectie Nationaal Register van Oveledenen, CBG.
Lashley pleegt ook openlijk verzet tegen de Duitse bezetter. Als voorzitter van de Rotterdamse artsenvereniging weigert hij lid te worden van de nazistische Artsenkamer die in 1941 wordt opgezet door rijkscommissaris Seyss-Inquart. Dat Lashleys verzet niet zonder risico’s is, blijkt als hij twee keer wordt gearresteerd, en weer wordt vrijgelaten.
Het is des te schrijnender dat de heldhaftige Lashley na de Tweede Wereldoorlog Nederland teleurgesteld verlaat omdat hij vanwege zijn huidskleur uit de gemeenteraad is gewerkt, zo blijkt uit een rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). In 1948 vestigt hij zich met zijn gezin op Curaçao. In 1965 strandt zijn huwelijk met Helen, waarop zij teruggaat naar Nederland. In 1977 komt ook Lashley weer terug. Hij is ziek, heeft Parkinson. Helen zorgt voor hem tot hij op 1 augustus 1980 overlijdt.
