Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
3
Bronnen uitleg
3

Indonesië

Buitenlands onderzoek

Veel Nederlanders hebben een Indische familiegeschiedenis. Het onderzoeken van dat Indische verleden is vaak een uitdagende bezigheid. Administratieve sporen zijn niet altijd nagelaten, bronnen zijn dikwijls niet bewaard gebleven of moeilijk toegankelijk. Deze pagina helpt je op weg.

Hoofdstukken

Tussen mensen uit Nederland en Indië bestaan al sinds ongeveer 1600 familierelaties. In de zeventiende en achttiende eeuw reisden ongeveer een miljoen personen in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) naar Azië. Toen Indië in 1816 een kolonie van Nederland werd, bleef het aantal Europeanen dat daar leefde nog lange tijd bescheiden. De meeste Indische Nederlanders die ten tijde van de Japanse bezetting (1942-1945) in Indië woonden, stammen (in mannelijke lijn) af van Europeanen die zich na 1870 in Azië hadden gevestigd. Ver daarvoor, vanaf de 16e eeuw, was er echter al een Europees-Aziatische mixcultuur ontstaan, die vaak via de vrouwelijke lijn de Indo-Europese families binnenkwam.

Het beste begin je met kijken of anderen al onderzoek hebben gedaan naar je familie. Daarna tonen we de bronnen voor de oorlogs- en repatriëringsperiode, waarbij het Indische Oud-Paspoortarchief (1950-1959) een goede start is, samen met passagierslijsten en het oorlogsarchief van het Rode Kruis. Omdat nationaliteit een belangrijke factor is in de Indische samenleving, wordt dit eerst toegelicht. Na de gelijkstellingen, toepasselijkverklaringen, naturalisaties en (spijt)optanten komt de belangrijkste bron voor stamboomonderzoek aan bod: de burgerlijke stand.

De burgerlijke stand werd in Indië in 1828 ingevoerd. Omdat alle registers ervan in Indonesië zijn gebleven, zul je gebruik moeten maken van vervangende bronnen, waaronder historische kranten, maar ook aanvullende bronnen, zoals de stamboeken van militairen uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en ambtenaren.

Vóór 1828 zijn er de doop-, trouw- en begraafboeken die door de kerk werden bijgehouden plus de weeskamerarchieven. Ook hiervoor geldt dat die grotendeels in Indonesië bewaard worden. Daarnaast is de database met VOC opvarenden een mooie aanvulling voor deze periode.

Na een overzicht van diverse bevolkingsgroepen en hun specifieke bronnen volgt nog een verwijzing naar Indische organisaties die ook behulpzaam kunnen zijn bij je onderzoek.

Voorkom dubbel werk en kijk of er al eerder iets over je familie is gepubliceerd via Janssen’s Indisch Repertorium. Dat is een index op familienamen die voorkomen in gedrukte genealogische en aanverwante publicaties over Oost- en West-Indië. Janssen’s Indisch Repertorium is een onderdeel van de website van de Indische Genealogische Vereniging.

Daarnaast is er het Indisch Familie Archief (IFA), dat in de collectie van museum Bronbeek in Arnhem is opgenomen. Via de IFA-website kun je heel makkelijk nagaan of er van jouw familie en aanverwante families een dossier is.

Het CBG bewaart de collectie Lach de Bère. Die is vernoemd naar de samensteller Ph.F.L.C. Lach de Bère (1859-1936), luitenant-kolonel van het Oost-Indisch Leger met een grote belangstelling voor stamboomonderzoek. De collectie bestaat uit een groot aantal aantekeningen uit diverse archiefbronnen van plaatsen uit Nederland, België, Duitsland en Nederlands-Indië (waaronder doop-, trouw- en overlijdensgegevens uit Ambon en Banda). Voor Nederlands-Indië gaat het vooral om Europese families, maar er komen ook Molukse namen in de aantekeningen voor.

Delen van de collectie kunnen worden aangevraagd via CBG Verzamelingen. Er is een catalogus in pdf-bestand om te bepalen welk deel je nodig hebt. Je kunt de stukken inzien op de studiezaal van het Nationaal Archief.

Indische Nederlanders die zich na de soevereiniteitsoverdracht (1949) in Nederland vestigden, hadden zeer bewogen jaren achter de rug. Verschillende bronnen en databases bij het CBG en het Nationaal Archief kunnen je helpen enig inzicht te krijgen in de gevolgen die de nadagen van de koloniale samenleving hadden op de levens van je familie en de trauma’s die veel mensen in deze tijd opliepen.

Indisch Oud-Paspoortarchief (1950-1959)

Het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis beheert het Indisch Oud-Paspoortarchief (1950-1959), dat ongeveer 150 duizend aanvragen van Indische Nederlanders voor een Nederlands paspoort bevat. Om in het bezit van een paspoort te komen, moest de aanvrager aantonen dat hij de Nederlandse nationaliteit had en afstammingsgegevens overleggen die teruggingen tot ten minste 1892 (het jaar waarop de toen van kracht zijnde Wet op het Nederlanderschap was ingegaan). De aanvragen bestaan uit een voorgedrukte kartonnen kaart met informatie over de aanvrager en een aangehechte pas- of groepsfoto. Op de kaart staan onder meer geboortedatum en -plaats, nationaliteit, beroep van de aanvrager, zijn of haar eventuele echtgeno(o)t(e), kinderen en ouders. Ook bevat de kaart een signalement van de aanvrager en de reden van de paspoortaanvraag.

De kaarten uit het Indisch Oud-Paspoortarchief zijn via onze catalogus op naam van de aanvrager op te zoeken en te downloaden. Alle voorkomende namen in de index worden getoond. Een scan van de voorkant van de kaart is alleen te zien als alle daarop genoemde personen zijn overleden (in verband met de privacywetgeving). De achterkanten van de kaarten worden om privacyredenen niet getoond.

Passagierslijsten

Op de website van Herman van Oosten kun je bootlijsten en passagierslijsten uit de periode 1945-1964 vinden. Nog niet alle door hem verzamelde informatie over burgers en militairen die vanuit Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Australië naar Nederland zijn overgebracht, staat online.

Daarnaast zijn er de passagierslijsten van de Rotterdamse Lloyd. Deze scheepvaartonderneming richt zich sinds de oprichting in 1883 op de passagiersvaart tussen Noordwest-Europa en het toenmalige Nederlands-Indië en doet vele tussenliggende havens aan. De Lloyd heeft ook een belangrijk aandeel in de naoorlogse repatriëring. De scans met passagierslijsten zijn in te zien bij het Stadsarchief Rotterdam: passagestaten en scheepsjournalen. Hierbij is het noodzakelijk dat je de scheepsnaam en de vertrekdatum weet.

Momenteel loopt er een vrijwilligersproject om passagierslijsten, passagestaten en monsterrollen met personeel van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd op naam te indexeren, waaraan je ook kunt meedoen.

Interneringskaarten

Het Nationaal Archief heeft een online database met Japanse interneringskaarten van Nederlandse krijgsgevangenen over de jaren 1942-1945. Deze zijn op naam doorzoekbaar. Scans van de kaarten kun je online bekijken. De gegevens die je op de kaart kunt vinden zijn onder meer de militaire rang en het beroep van de betrokkene, de plaats van gevangenneming, eventuele ziekten en overdracht aan de geallieerde autoriteiten na de oorlog.

Oorlogsarchieven

Het oorlogsarchief van het Rode Kruis bevat documenten over de oorlog in Azië en heeft nu betrekking op 1,5 miljoen mensen. Het materiaal bestaat onder andere uit kampadministraties (cartotheken), deportatielijsten en repatriëringslijsten (bootlijsten). Het naoorlogse opsporingsproces van vermiste personen is gedocumenteerd in dossiers. Het oorlogsarchief berust bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Een centrale database met wie in welk kamp verbleef bestaat niet. Het NIOD maakte deze website over Kampen in Nederlands-Indië (1942-1948). Voor fragmentarische namenlijsten met kampbewoners wordt doorverwezen, veelal naar websites van particulieren.

Asal Oesoel

Misschien is er tussen de bewaarde familiepapieren een ‘Asal Oesoel’ – een afstammingsbewijs dat door de Europeanen tijdens de Japanse bezetting moest worden opgemaakt om te kunnen vaststellen in welke mate zij Europees en Aziatisch bloed hadden. Had men in de ogen van de Japanners voldoende Aziatische voorouders, dan hoefde men niet het kamp in. Had je bijvoorbeeld een Javaanse moeder, dan was de kans reëel dat je buiten de kampen bleef.

Nationaliteit is een belangrijke factor bij stamboomonderzoek, omdat sommige bevolkingsgroepen niet in bepaalde archieven voorkomen. De meeste archiefstukken betreffen Europeanen, en degenen die gezien werden als daaraan gelijk.

Gelijkstellingen, toepasselijkverklaringen en naturalisaties

De database Gelijkstellingen, toepasselijkverklaringen en naturalisaties Nederlands-Indië en Indonesië bevat gegevens met betrekking tot personen die vanaf 1870 in Nederlands-Indië gelijkgesteld werden met Europeanen. Van de personen zijn de achternaam, voornamen en woonplaats opgenomen. Een enkele keer wordt ook de geboortedatum in het besluit vermeld.

Daarnaast bevat de website gegevens over meer dan twintigduizend personen uit Nederlands-Indië die tussen 1850 en 1984 het Nederlandse staatsburgerschap verkregen. Van de genaturaliseerden zijn de geboorteplaats, geboortedatum, het beroep en de woonplaats te vinden, meestal ook de reden van naturalisatie en soms zelfs een beknopte levensbeschrijving.

Optieverklaringen

Ruim dertigduizend Nederlanders kozen na de Indonesische onafhankelijkheid voor het Indonesische staatsburgerschap. Daarvoor moesten zij vóór eind 1951 een zogeheten ‘optieverklaring’ afleggen. De meesten van hen wilden later alsnog naar Nederland. Deze ‘spijtoptanten’ kregen in de jaren 1960 daartoe de mogelijkheid, toen het toelatingsbeleid van de Nederlandse regering minder streng werd.

Lijsten met optieverklaringen werden gepubliceerd in het Indonesische Staatsblad. Het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis beschikt over fotokopieën van de lijsten in het Staatsblad. De lijsten bevatten familienaam en voornamen van de ‘optant’, geboorteplaats en -datum en de datum en plaats van de optieverklaring. De optieverklaringen zelf zijn eigendom van het Ministerie van Justitie, maar zij zijn in bewaring gegeven aan het CBG. Ze bevatten ook gegevens over de ouders en de eventuele echtgenoot (of echtgenote) en minderjarige kinderen van de optant. Zowel de lijsten als de optieverklaringen zelf zijn niet openbaar toegankelijk, maar het CBG kan in bepaalde gevallen op verzoek informatie verstrekken. Neem daarvoor contact met service@cbg.nl.

De juridische ongelijkheid tussen Europeanen en niet-Europeanen zorgde niet alleen voor grote maatschappelijke scheidslijnen, maar heeft ook grote genealogische gevolgen. Zo had de burgerlijke stand van Nederlands-Indië (1828-) heel lang uitsluitend betrekking op Europeanen.

In de burgerlijke stand van Nederlands-Indië die in oktober 1828 werd ingevoerd, werden alleen Europeanen opgenomen. Er bestond lange tijd dus geen administratie van de geboorten en overlijdens van de Aziatische bevolking. In 1919 werden Chinezen opgenomen in de burgerlijke stand; Indonesiërs volgden iets later.

Er is nóg een probleem met betrekking tot de Indische burgerlijke stand: de originele registers bevinden zich niet hier in Nederland, maar in Indonesië. Door oorlogshandelingen en het klimaat is niet alles daar bewaard. Er is in 1965 een overzicht gemaakt van resterende registers per plaats.

Wat wel beschikbaar is, zijn op opgaven van de burgerlijke stand in Indië die werden gepubliceerd in kranten en in verschillende officiële almanakken, naamlijsten en adresboeken die vaak gezamenlijk aangeduid worden onder de noemer ‘Indische Almanak’ of ‘Regeerings Almanak’ (RA). In de Indische Almanak, die jaarlijks verscheen tussen 1815 en 1942, vind je onder meer de namen en functies van personen die een maatschappelijke functie in de kolonie bekleedden.

Aan het gebruik van de opgaven van de burgerlijke stand in De Indische almanakken zitten wel enkele haken en ogen:

De burgerlijke-standsgegevens in de Indische Almanak zijn minder uitgebreid dan de oorspronkelijke akten.

Zo worden bij geboortes geen namen van ouders vermeld. De opgegeven datums bestaan daarnaast niet altijd uit de datum waarop een geboorte of overlijden plaatsvond, maar op de datum waarop die werden aangegeven. Bovendien kan het, met name in de vroege almanakken, gaan om een doopdatum in plaats van een geboortedatum.

De opgaven zijn niet compleet opgenomen.

Opgaven kunnen ontbreken omdat sommige ambtenaren van de burgerlijke stand verzuimden ze tijdig door te geven aan de samenstellers van de almanakken/naamlijsten/adresboeken of helemaal niets instuurden. Het komt ook voor dat de opgaven die betrekking hadden op het laatste kwartaal van een jaar ontbreken, doordat men ze in de hectiek van het tijdig persklaar maken van een uitgave vergat over te nemen.

De plaats van geboorte, huwelijk of overlijden klopt soms niet.

De opgaven in de almanakken, naamlijsten en adresboeken zijn residentie- en afdelingsgewijs vermeld. De registers van de burgerlijke stand werden bewaard in de hoofdplaatsen van de residenties en de afdelingen. De plaatsen in de Almanak hebben daardoor vaak betrekking op de aangifte, niet op de gebeurtenis. Dat blijkt soms wanneer je een persoonskaart of gegevens uit het Oud-Paspoortarchief aanvraagt. Je krijgt dan een geboorteplaats die afwijkt van wat er in de opgave burgerlijke stand staat.

Niet elke (mannelijke) Europeaan werd op de inwonerslijsten vermeld.

De adresboeken bevatten een overzicht van Europese inwoners (mannen, weduwen en sommige ongehuwde vrouwen) van Nederlands-Indië, alfabetisch gerangschikt op familienaam. Het is verleidelijk om, als je bijvoorbeeld in de Naamlijst van 1880 een geboorte van een kind met de familienaam A in Padang vindt, te kijken of er op de inwonerslijst van Padang iemand met de familienaam A voorkomt, en als dat het geval is die persoon als vader van het desbetreffende kind te zien. Daar moet je echter bijzonder voorzichtig mee zijn, aangezien de inwonerslijsten niet compleet zijn. Militairen beneden de rang van officier bijvoorbeeld ontbreken standaard.

Toch kunnen de opgaven van de burgerlijke stand ook veel houvast bieden. Zo kun je soms heel makkelijk een heel gezin terugvinden wanneer een vader in één keer al zijn kinderen erkende en aangaf bij de burgerlijke stand. Je weet dan dat zij tot hetzelfde gezin behoorden – maar nog niet wie de vader was. Wanneer je langs andere weg de naam van de vader van een van hen te weten komt, kun je met een vrij grote mate van zekerheid zeggen dat ook de andere erkende kinderen een zoon of dochter van hem waren. De kans bestaat echter dat zij wel verschillende moeders hadden.

Het CBG heeft de Indische Almanak uitgegeven op een dubbel-dvd onder de titel Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indië 1815-1942. Deze dvd kan worden geraadpleegd bij de KB Nationale bibliotheek in Den Haag. Delen van de Indische Almanak zijn elders online als scan te raadplegen. Via de website Roosje Roos kun je in een database op naam zoeken naar gegevens uit Indische Almanak (1815-1923). In de jaren 1980 hebben de Heiligen der Laatste Dagen van Jezus Christus (LDS of “mormonen”) in het Arsip Nasional in Jakarta de registers van de burgerlijke stand uit de koloniale tijd verfilmd. Het is uitsluitend mogelijk kopieën van die films digitaal in te zien bij een van de LDS Family History Centers via de catalogus van FamilySearch. Let er bij het zoeken op dat je de moderne plaatsnamen intikt.

Historische kranten

Gegevens over geboorte, huwelijk en overlijden vind je in de collectie familieadvertenties van het CBG die via CBG Verzamelingen op naam zijn te doorzoeken. Aankondigingen van familiegebeurtenissen in Indië werden namelijk ook wel in Nederlandse kranten geplaatst. Via Delpher, het digitale krantenarchief van de KB Nationale bibliotheek, kun je ook zoeken in verschillende Indische kranten, zoals het Bataviaasch Handelsblad, het Bataviaasch Nieuwsblad en de Java-bode. Ook zijn hierin andere interessante zaken over je familie te vinden, want naast het nieuws werden er ook vaak benoemingen en bevorderingen vermeld.

KNIL-militairen

De stamboeken van de militairen van het Oost-Indische Leger, het latere KNIL, bevatten meestal informatie over twee generaties en zijn zodoende ook een goede bron. Deze collectie is goed doorzoekbaar op (familie)naam en wordt bewaard bij het Nationaal Archief.

Tussen 1815 en 1991 zouden maar liefst 150 duizend militairen van Nederland naar Indië reizen; zij vormden tot 1895 meer dan de helft van alle Europese mannen in de kolonie. Zij leefden meestal ongehuwd met een Aziatische vrouw in de verblijfszalen van de militaire kampementen (tangsi’s), die meestal in of dichtbij de grote steden waren gevestigd. Het overgrote deel van de Indo-Europeanen stamt af van kinderen die uit deze relaties werden geboren.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen officieren en lagere rangen. De stamboeken van officieren zijn via indexen op de website van het Nationaal Archief te vinden; lees de zoekhulp Militairen: Officieren bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) 1815-1950 voor alle informatie. Voor het onderzoek in de stamboeken van onderofficieren en soldaten bestaat ook een dergelijke zoekhulp.

Een stamboekregistratie bevat de staat van dienst van een militair. Je vindt dus in het stamboek gegevens over zijn indiensttreding, overplaatsingen, bevorderingen, oorlogshandelingen, verwondingen, onderscheidingen en een van de drie manieren waarop het dienstverband is beëindigd: eervol ontslag, pensioen of overlijden. Plaatsen waar de militair in garnizoen is geweest, worden niet vermeld. Naast de staat van dienst bevat de registratie een aantal persoonsgegevens, zoals de geboorteplaats en -datum van de militair en de namen van zijn ouders. Namen van echtgenote en/of kinderen tref je slechts incidenteel aan.

Ambtenaren

Ook van ambtenaren zijn stamboeken bewaard gebleven bij het Nationaal Archief.

De Indo-Europeanen vormden de ruggengraat van het koloniale bestel. Ze hadden banen in dienst van het gouvernement als kantoorklerk, opzichter, onderofficier, pakhuismeester, of wat al niet meer. Slechts een kleine minderheid was werkzaam buiten de overheidssector, als werknemers van handelshuizen, tokohouders, bij mijnbouwondernemingen, spoorwegmaatschappijen, enzovoorts.

Dankzij zogeheten ‘stamboeken’ is het vaak mogelijk de carrières van Europeanen in gouvernementsdienst van begin tot eind te volgen, te achterhalen hoeveel zij verdienden en of er eventueel iets aan te merken was op hun gedrag. De ‘stamboeken ambtenaren en gouvernementsmarine’ zijn via een index op familienaam toegankelijk gemaakt en zijn raadpleegbaar in de studiezaal van het Nationaal Archief. Soms zijn deze stamboekgegevens heel uitgebreid, en kun je aan de hand ervan een loopbaan bijna op de voet volgen, met overplaatsingen, verlof in Europa, loonsverhogingen, gratificaties, berispingen, en wat al niet meer.

Pensioenen van ambtenaren en militairen

Er zijn nog andere bronnen die je meer leren over het ambtelijke en militaire leven van je voorouders. Naast de stamboeken vermelden regeringsalmanakken, adresboeken en kranten vaak benoemingsdata en verder zijn er de pensioenkaarten.

Het CBG beheert een verzameling pensioenkaarten van ambtenaren en militairen die op 1 juli 1898 in actieve dienst van het gouvernement waren. De pensioenkaarten bevatten naast persoonsgegevens van de betrokkene en zijn eventuele gezin ook informatie over zijn carrière: aanstellingen, bezoldigingen, jaar van pensionering, pensioen. Ze zijn niet zelfstandig te raadplegen, maar tegen betaling kan het CBG onderzoek in de verzameling doen. Neem contact op via service@cbg.nl om te informeren naar de mogelijkheden.

De originele kaarten liggen bij de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) te Heerlen. Uit deze kaarten kan op aanvraag informatie worden verstrekt. Van de kaarten van personen die in juli 1960 nog in leven waren, kunnen alleen direct betrokkenen op verzoek gegevens verkrijgen. Neem contact op met het SAIP om de kaarten op te vragen.

Vóór 1828 ben je aangewezen op de doop-, trouw- en begrafenisregistratie door kerken. Vaak liggen die nog op locatie in Indonesië. De Indische Genealogische Vereniging brengt dit in kaart en probeert deze beschikbaar te krijgen.

Familiepapieren van Bloys van Treslong Prins

De familiepapieren van Bloys van Treslong Prins, van 1925 tot 1931 adjunct-landsarchivaris van het Landsarchief in Batavia, bevatten uiteenlopende (originele) documenten, zoals afschriften van of uittreksels uit doopinschrijvingen, akten van adoptie, testamenten, conduitestaten, verzoekschriften, gerechtelijke stukken en brieven. De familiepapieren zijn via CBG Verzamelingen op naam te doorzoeken en als scan in te zien.

Weeskamerarchieven

De archieven van de weeskamers van Ambon (1717-1831) en Batavia (1629-1847) bevatten veel persoonsinformatie. Weeskamers zijn instellingen die de eigendommen van minderjarige wezen en halfwezen beheerden. In Indië hadden zij daarnaast een bredere rol als betrouwbare instantie voor de afwikkeling van financiële transacties tussen Indië en Nederland of onbeheerde nalatenschappen. In de weeskamerarchieven is daarover van alles terug te vinden, bijvoorbeeld in de gevoerde correspondentie en in de financiële administratie. De archieven zijn via CBG Verzamelingen te doorzoeken op plaatsnaam, bijvoorbeeld ‘Ambon’.

Voorouders in de VOC-tijd

Een klein aantal families was al voor 1795 in Indië geworteld, zoals de families Senn van Basel, Barkeij, Burgemeestere, Dezentje, Fransz, Voll. Als je deze ‘oude Indische families’ in je stamboom hebt, dan kun je nog wel even vooruit. Je komt dan met je onderzoek terecht in de VOC-archieven, bij de daarin vermelde zeelieden, handwerkslieden voor de VOC-vestigingen, soldaten, onderkooplieden, predikanten, chirurgijns, ziekentroosters, enzovoorts.

Iets minder dan de helft van de VOC-opvarenden was afkomstig uit Nederland. Onder de andere helft bevonden zich vooral veel Duitsers en Scandinaviërs. De kans is dus groot dat je onderzoek naar het Europese deel van je familie niet eindigt in Nederland, maar in Noorwegen, Frankrijk, of een van de Duitse vorstendommen.

Nationaal Archief

Op de website van het Nationaal Archief vind je de database VOC-opvarenden met hierin de gegevens uit de VOC-salarisadministratie (de ‘scheepssoldijboeken’). In de database, die op naam te doorzoeken is, vind je vrijwel uitsluitend VOC-personeel uit de achttiende eeuw. Verreweg het grootste deel van de oudere scheepssoldijboeken is namelijk verloren gegaan. In de zoekhulp VOC: Opvarenden wordt uitgelegd hoe onderzoek te doen in de salarisadministratie van de VOC.

In het VOC-archief in Den Haag berust nog een belangrijke serie voor genealogen, namelijk elfduizend banden met testamenten uit de periode 1698-1807. Deze ‘Oost-Indische testamenten’ zijn op naam doorzoekbaar via een online database.

Een andere voor genealogen interessante serie in het VOC-archief wordt gevormd door de Generale land- en zeemonsterrollen (1691-1791). Onder ‘monsterrol’ werd een schriftelijke, jaarlijkse opgave van het gehele land- en zeepersoneel in Indië verstaan. Iedere dienaar werd hierin bij naam genoemd. Alle vestigingen in Azië, maar ook de Kaap stuurden hun eigen monsterrol naar Batavia. Daar werden ze tot één generale monsterrol herschreven, die als zogenoemde ‘slaper’ in het VOC-archief te Batavia bleef berusten. Van deze slaper werden zes afschriften gemaakt, bestemd voor de zes Kamers in de Republiek. Alleen de rollen van de Kamers uit Zeeland en Amsterdam zijn bewaard gebleven.

Verder zijn er de Rollen der gekwalificeerde civiele en militaire opvarenden. Jaarlijks stuurden alle VOC-vestigingen in Azië hun opgaven van deze dienaren (vanaf de rang van ‘jong assistent’ tot sergeant) naar Batavia. Daar werden ze herschreven tot twee gescheiden opgaven en opgezonden naar de Kamers in de Republiek. Alleen de rollen van de Kamers Amsterdam en Zeeland zijn bewaard gebleven.

Daarnaast is er het Globalise project van het Huygens Instituut en partners. Dit focust zich op het doorzoekbaar maken van de Overgekomen Brieven en Papieren van de VOC.

Arsip Nasional

De grootste collectie VOC-archieven berust niet in Den Haag, maar in het Arsip Nasional Republik Indonesia in Jakarta. Allereerst van belang is het archief van het Kasteel van Batavia, het hoofdkwartier van de Compagnie (met binnen zijn vestingmuren onder meer de residentie van de gouverneur-generaal). Daarnaast zijn de archieven van de burgerlijke colleges van Batavia van belang. Deze instellingen waren niet onafhankelijk, maar stonden onder het gezag van de VOC. De archieven leren ons niet alleen veel over de instituties, maar ook over de inwoners van de stad. Met name de dossiers van de schepenbank en de weeskamer (1622-1885) dragen een schat aan genealogische gegevens in zich.

Veel Indische families kennen een Chinese oorsprong. Het onderzoek naar deze voorouders is niet altijd eenvoudig, maar ook niet onmogelijk.

Sinds de achttiende eeuw bestonden in Zuidoost-Azië grote en welvarende Chinese gemeenschappen. In veel landen werden etnische Chinezen echter als bevolkingsgroep gediscrimineerd. Vanuit Nederlands-Indië zijn daarom veel Chinezen naar Nederland gevlucht. Veel van hen waren afkomstig uit de provincie die nu Fujian heet, waar Hokkian werd gesproken. Hun namen werden in Indië fonetisch genoteerd zoals zij ze zelf uitspraken, dus volgens de Hokkianuitspraak (die afwijkt van het hedendaagse Beijing-Chinees).

Toen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (1943-1945) een nieuwe bevolkingsadministratie werd opgezet, werden ook de Chinese karakters van namen geregistreerd. Tot die tijd hielden de min of meer autonome Chinese gemeenschappen zelf hun geboorten, huwelijken, echtscheidingen, overlijdens, begrafenissen, rechts- en belastingzaken bij. In 75 plaatsen op Java, Sumatra, Sulawesi en Bali hebben de mormonen microfilms van de Chinese DTB-registers en lijsten van naamswijzigingen uit 1919-1945 laten maken. Deze zijn in te zien bij een van hun Family History Centers.

Het archief van de voormalige Chinese Council van Batavia (de Kong Koan) bevat verschillende demografische, economische, juridische en andere gegevens over de Chinese gemeenschap in Batavia van de 18e tot de 20e eeuw. Het bevat akten en registraties van bestuursvergaderingen van de Kong Koan, huwelijken en echtscheidingen, overlijdens, testamenten en begrafenissen, ‘vergunningen tot inwoning in Nederlands-Indië’, financiële aangelegenheden, enzovoorts. Veel akten zijn in het Chinees, maar er is ook een aardig deel in het Nederlands opgesteld. Het archief is in te zien via de website van de Leidse Universiteitsbibliotheek.

Als je verder teruggaat, wordt het wat ingewikkelder. De koloniale registratie van Chinezen was niet volledig. Zo is in Indische VOC-archieven af en toe sprake van verhoudingen of huwelijken van Nederlanders met Chinese vrouwen, maar hun plaats van herkomst werd daarin niet geregistreerd. In de Regeerings-Almanak komen tot 1919 alleen Chinezen voor die met Europeanen waren ‘gelijkgesteld’. Dit was tamelijk zeldzaam en werd in de praktijk alleen aangevraagd door notabelen uit de gevestigde families. Als je de geboorteplaats van een Chinees-Indische voorouder vóór 1919 zoekt, ben je dus eigenlijk aangewezen op familiepapieren.

Zie voor meer informatie over Chinees-Indisch onderzoek deel 7 van de reeks Voorouders van Verre: Chinese Roots van Kees Kuiken, aan te vragen via de CBG-Bibliotheek. Ook staat er een interessant artikel over Chinees genealogisch onderzoek in Nederlands-Indië van de hand van Tjabring van Egten in Gen.magazine van december 2018.

In de negentiende eeuw werden door Nederland ruim 3.000 soldaten geworven bij fort Elmina te Goudkust, het huidige Ghana, voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Tussen 1831 en 1872 waren deze mannen in Nederlands-Indië gelegerd. Meer dan 450 keerden na hun diensttijd niet terug en kregen Indo-Afrikaanse nazaten. Zij staan ook wel bekend als ‘Belanda Hitam” of ‘Zwarte Hollanders’ en werden officieel gezien als Europeanen in Indië.

Wanneer je op zoek bent naar Molukse familieleden die in 1951 naar Nederland zijn gekomen, dan begin je met de database Molukkers naar Nederland van het Nationaal Archief. Deze bevat persoonsgegevens van meer dan twaalfduizend Molukse militairen en hun gezinnen die met twaalf scheepstransporten in Nederland aankwamen. De database is op naam te doorzoeken. Gegevens die je tegen kunt komen zijn onder meer volledige namen, geboortedata, legernummer en -rang (van de man), de plaats die men binnen het gezin innam (bij aankomst), het transport waarmee men reisde (inclusief scheepsnaam) en een pasfoto (indien aangeleverd).

Doordat bijna alle Indo-Europeanen in dienst waren van het gouvernement, is er vaak nog informatie over hun betrekking en soms familieverbanden te vinden. Kijk verder bij ambtenaren en militairen onder de titel Burgerlijke stand (vanaf 1828)

De Indische Genealogische Vereniging is een actieve vereniging van meer dan 1600 leden van alle leeftijden, die geïnteresseerd zijn in hun Indische en Indonesische roots en -familiegeschiedenis. Door de vereniging worden regelmatig workshops en lezingen georganiseerd. Er zijn werkgroepen voor o.a. ontsluiting van digitale bronnen, Indisch DNA en oral history. Bovendien hebben leden exclusief toegang tot het Indisch Archief, een database met meer dan 2 miljoen records.

Op OnsLand.nl vind je uitgebreide informatie over het gedeelde verleden van Nederland en Indonesië. De focus ligt hierbij op de Tweede Wereldoorlog en dekolonisatie. Diverse erfgoedinstellingen, musea en archieven maken hier meer dan 250.000 bronnen beschikbaar.

Daarnaast is er de website van het Indisch Herinneringscentrum. In hun kenniscentrum in het Haagse Museum Sophiahof helpen vrijwilligers je met het opzoeken van passagierslijsten van de migratie of je zoektocht naar je familieverhaal en kun je hun uitgebreide bibliotheek raadplegen.

Vorige VolgendeDeze link gaat naar een externe website.