Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Persoonskaart

Basisonderzoek
Bevolkingsregistratie
CBG-collectie

De papieren persoonskaart maakte deel uit van de Nederlandse bevolkingsregistratie. Hij werd op 1 januari 1939 ingevoerd als vervanger van de gezinskaart. Deze bron maakt deel uit van de verzamelingen van het CBG. Je kunt hem online bestellen.

Op een persoonskaart vind je persoonsgegevens van de hoofdpersoon, zijn of haar ouders en eventuele partners en kinderen. Het daarbij om de zogenoemde genealogische basisgegevens (officiële namen en informatie over geboorte, huwelijk en overlijden), en interessante aanvullende gegevens (nationaliteit, adressen en beroepen).

Persoonskaarten zijn een belangrijke bron voor stamboomonderzoekers. Ze bevatten namelijk persoonsgegevens die via andere archiefbronnen nog niet toegankelijk zijn. Zo overbrug je heel eenvoudig de periode tot aan de meest recente openbare informatie op genealogische zoekwebsites als WieWasWie.

Hou er rekening mee dat persoonskaarten onvolledig kunnen zijn. Dat geldt vooral voor persoonskaarten die in de beginperiode werden opgesteld. Hoewel sommige gemeenten meer informatie toevoegden, nam men in principe alleen de persoonsgegevens op die op dat moment actueel en noodzakelijk waren. Gegevens van kinderen die op 1 januari 1939 niet meer thuis woonden, of van kinderen die voor die datum waren overleden, hoefden niet op de persoonskaart van het gezinshoofd te worden vermeld. Eventuele eerdere huwelijken van de hoofdpersoon en de namen, geboortedatums en -plaatsen van diens ouders kunnen eveneens ontbreken. Dat geldt ook voor levenloos geboren kinderen en kinderen van ongehuwde moeders die direct bij de geboorte werden afgestaan.

Omdat een persoonskaart recente en privacygevoelige gegevens bevat, mag niet alle informatie worden vrijgegeven in de uittreksels die het CBG verstrekt. Zo zul je daarop geen gegevens aantreffen over de doodsoorzaak, de kerkelijke gezindte of de reden van verlies van de Nederlandse nationaliteit

Tips

  • Kinderen worden in principe alleen vermeld op de persoonskaart van het gezinshoofd. In de praktijk was dat meestal hun (stief)vader. Na het overlijden van hun vader, of na een echtscheiding, werden de kinderen ook wel bijgeschreven op de persoonskaart van hun moeder (maar alleen wanneer zij deel uitmaakten van haar huishouden).
  • Inwoners van de Nederlandse Antillen, Nederlands-Indië, Nederlands Nieuw-Guinea en Suriname vielen niet onder het registratiesysteem met persoonskaarten. Van hen is alleen een persoonskaart opgesteld als zij na 1938 naar Nederland verhuisden.
  • Persoonskaarten van Nederlanders die tussen 1939 en 1 oktober 1994 emigreerden, of tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen in buitenlandse concentratiekampen, berusten bij het Vestigingsregister in Den Haag. Als je daar een kaart wilt opvragen, moet je door middel van een aanvraag bij het CBG aantonen dat de betreffende persoonskaart niet bij het CBG aanwezig is.
  • Tussen de adressen op de persoonskaarten van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog leefden, kun je de afkorting Pb tegenkomen, gevolgd door een nummer. Dat is geen adres, maar het nummer van het persoonsbewijs [link naar begrip Persoonsbewijs] van de persoon voor wie de kaart is opgesteld.

Vragen over deze bron?

Heeft u een vraag over deze bron? Neem contact met ons op en wij staan u graag te woord.