Met de invoering van de dienstplicht werd iedere mannelijke inwoner van achttien jaar (later verhoogd naar negentien en twintig jaar) dienstplichtig voor de Nationale Militie, de voorloper van ons huidige leger. Ze meldden zich bij de gemeente waar ze woonden en werden geregistreerd. Elke gemeente moest jaarlijks een aantal dienstplichtigen leveren. De gemeente lootte uit de dienstplichten degenen die daadwerkelijk in dienst moesten. Dat gebeurde op nummervolgorde. Wie het laagste nummer geloot had was het eerst aan de beurt. Daarna volgden de hogere nummers, tot het gewenste aantal bereikt was. De loting onder de dienstplichtigen werd bijgehouden in drie soorten registers: inschrijvingsregisters, alfabetische registers en lotingsregisters. Soms is het nodig meer dan een soort te doorzoeken, om de naam van het juiste regiment van de dienstplichtige te vinden.