Autobiografische teksten, zoals dagboeken, memoires en reisverslagen, worden egodocumenten genoemd. Deze term voor persoonlijke notities is bedacht door de historicus Jacques Presser. Het Onderzoeksinstituut Egodocument en Geschiedenis geeft een overzicht van de tot nu toe ontdekte Nederlandse exemplaren tussen 1500 en 1918. De originelen vind je overal, van gedrukte werken in bibliotheken tot handgeschreven versies in lokale archieven. Maar er zullen ook nog veel dagboeken alleen in de familiekring bewaard en bekend zijn.
Deze teksten zijn interessant om het dagelijks leven van voorouders te onderzoeken. Hoewel het grotendeels de elite was die schreef, zijn er ook teksten bewaard van mannen en vrouwen uit lagere sociale klassen. Verwacht niet de intiemste ontboezemingen, zeker niet in de vroegmoderne tijd (voor 1800). Veel journalen en dagboeken beschrijven vooral wat er die dag gedaan werd en niet wat de bijbehorende gedachten en emoties waren.