CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Youp van 't Hek

8 september 2018

Youp van 't Hek gaat op zoek naar zijn verborgen verleden

Tekst: Vera Weterings, met dank aan Yvonne Prins

Bij cabaretier Youp van ’t Hek thuis hangt een affiche aan de muur waarop het 25-jarig jubileum wordt aangekondigd van Johan Schafstall als organist en dirigent. Dat was in 1928 en Johan Schafstall is Youps opa aan moeders kant. Youp wil meer weten over deze opa en ontdekt dat Schafstall een uitzonderlijk muzikale en productieve man is geweest, die ook nog eens overal een mening over had en dat allemaal vastlegde. Dat klinkt vertrouwd. Als Youp verder spit in zijn familiegeschiedenis komt hij steeds verder van huis. Letterlijk en figuurlijk. Want een verwant die ter dood werd veroordeeld staat toch wel erg ver van Youp af. Uiteindelijk begint Youp aan een historisch geïnspireerde tiendaagse wandeltocht.

Youp van t Hek

Youp weet al veel over de familie Van ’t Hek en is daarom vooral geïnteresseerd in de familie van zijn moeder. Youp was gek op haar en lijkt volgens velen veel op haar.  Zijn moeder vertelde Youp veel over opa Schafstall. Van hem heeft hij thuis een affiche hangen van zijn 25-jarig jubileum als toonkunstenaar in 1928. Opa Schafstall overleed in 1946. Volgens verhalen ligt zijn herkomst in Duitsland, Youp is nieuwsgierig hoe hij naar Nederland is gekomen en gaat op zoek.

Het Wapen van Amsterdam

Overlijdensbericht Gooi- en Eemlander 24 februari 1933. via Delpher

Overlijdensbericht Gooi- en Eemlander 24 februari 1933. via Delpher

De zoektocht van Youp start in ’s-Graveland, in het Gooi. Hier had de familie van zijn oma aan moederskant een groot café, het Wapen van Amsterdam. Deze zaak bestaat nog steeds en Youp spreekt er af met Jaap Wertheim, voorzitter van de Historische Kring ‘In de Gloriosa’. Jaap vertelt Youp meer over de familie Koperdraad, zoals de moeder van zijn oma heette. De ouders van Youp waren Jacobus van ’t Hek en Cornelia Schafstall. De ouders van Cornelia waren Johan Schafstall en Jans Koperdraad. Haar ouders waren Theodorus Koperdraad en Cornelia Pouw. Jaap laat een foto zien van Youps grootmoeder en een overlijdensbericht van zijn overgrootvader Theodorus Koperdraad uit de krant De Gooi- en Eemlander van 1933. Ook toont hij diverse foto’s waarop het café-restaurant Koperdraad, het huidige Wapen van Amsterdam, te zien is. Jaap vertelt over de ondernemende man die grootvader Koperdraad was. Zo had hij naast het café ook een paardenstal waarover in de buurt veel klachten waren. Doordat Theodorus Koperdraad echter uit de hogere burgerij kwam nam niemand er echt aanstoot aan. Youp:

“Een man naar mijn hart, een beetje ondernemer en niet zo’n zeikerd.”

Organist

Van ’s-Graveland reist Youp naar Weesp waar hij vroeger logeerde bij zijn oma die woonde boven een sigarenwinkel. In Weesp was opa Johan Schafstall organist in de Laurentiuskerk; dit is de opa waarvan Youp een affiche heeft hangen. Hij is erg nieuwsgierig naar zijn verleden en heeft daarom een afspraak met Wouter van Dijk, archivaris bij het Regionaal Historisch Centrum Vecht & Venen in Weesp. In het oude stadhuis van Weesp heeft Wouter een aantal stukken van Johan Schafstall klaargelegd die hij Youp laat zien. Allereerst toont hij een foto van de opa van Youp: Petrus Antonius Johannes Schafstall. Hij werd op 23 juni 1878 in Weesp geboren en kwam dus niet uit Duitsland. Ook laat hij foto’s zien van de ouders van Johan: Hendrika Schiltmeijer en Johannes Schafstall. Zijn vader was geboren en getogen in Weesp, zijn moeder kwam uit Weesperkarspel. De Duitse herkomst is pas terug te vinden bij de opa van Johannes, die kwam uit de regio Hannover. Vader Johannes overleed al op jonge leeftijd, toen hij 29 jaar oud was, zijn zoontje was toen net twee weken oud. Moeder Hendrika hertrouwde vervolgens en kreeg nog twee dochters. Als jonge jongen uit een katholiek gezin is Johannes al vroeg in muziek geïnteresseerd. Toen hij nog maar zes jaar oud was ging hij al op zangles bij Jos Thüring, destijds de organist van de Rooms-Katholieke Sint-Laurentiuskerk. Op dertienjarige leeftijd vertrok hij naar Oudenbosch om bij de broeders aldaar zang- en pianolessen te volgen aan het vermaarde jongensinternaat Saint-Louis. Terug in Weesp verving Johan zijn eerdere leermeester Jos Thüring, eerst als vrijwilliger en na diens overlijden officieel als organist.

’t Loosje op een prentbriefkaart uit 1936, het is het pand rechts met de reclame op de gevel. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

’t Loosje op een prentbriefkaart uit 1936, het is het pand rechts met de reclame op de gevel. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Naast zijn werk als organist vestigde Schafstall zich als muziekleraar en werd hij in de loop van de jaren dirigent van een groot aantal koren in Weesp, waaronder het koor Arti et Religioni. Bij de oprichting van dit laatste koor in februari 1906 was Schafstall zelf nauw betrokken. Zo liet hij een gedrukte oproep uitgaan waarin Weespers opgeroepen werden een bijeenkomst in ’t Loosje – het café van zijn toekomstige schoonfamilie – bij te wonen met als doel de oprichting van een rooms-katholieke zangvereniging voor dames en heren. Op 18 november 1908 trouwde Johan Schafstall met Johanna Maria (Jans) Koperdraad (1885-1976). Wouter laat Youp het trouwboekje zien en een foto van café ‘t Loosje. Johanna Maria werd net als Johans moeder geboren in Weesperkarspel. Haar ouders, Theodorus Koperdraad en Cornelia Pouw, baatten vanaf ongeveer 1907 tot 1919 een café annex zalencentrum uit in Weesp; ’t Loosje.

Foto uit het 'gedenkboek' van Johan Schafstall. De foto is gemaakt tijdens de viering van de geboorte van Juliana. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Foto uit het 'gedenkboek' van Johan Schafstall. De foto is gemaakt tijdens de viering van de geboorte van Juliana. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Ook vertelt Wouter over het jubileum van zijn grootvader waarvan Youp thuis een poster had hangen. Het was een feest met meer dan twintig sprekers, talloze koren en maar liefst tweeduizend mensen die er bij wilden zijn. Opa Schafstall was blijkbaar een geliefd man.

Affiche met daarop de aankondiging van twee concerten ter gelegenheid van het 25-jarig ‘toonkunstenaars-jubileum’ van Johan Schafstall. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Affiche met daarop de aankondiging van twee concerten ter gelegenheid van het 25-jarig ‘toonkunstenaars-jubileum’ van Johan Schafstall. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Gedenkboek

In het archief is een bijzonder ‘Gedenkboek’ van Johan te vinden. In dit dikke plakboek, dat onderdeel uitmaakt van het Schafstall-archief, hield  Johan vrijwel zijn gehele werkzame leven alles bij dat in de pers en in druk verscheen en te maken had met zijn activiteiten als muziekleraar, componist en dirigent. Opmerkelijk is dat hij deze stukken ook voorzag van commentaar waardoor je veel van zijn karakter te weten komt door de stukken te lezen.

'Gedenkboek' van Johan Schafstall. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

'Gedenkboek' van Johan Schafstall. Collectie Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen

Tot slot vertelt Wouter Youp dat zijn opa meedeed aan een wedstrijd van de Bond van de Geheelonthouders Zangvereniging van Nederland om muziek te schrijven op het gedicht ‘De blauwe vaan’. Hij won de wedstrijd en zette de vijfentwintig gulden die hij won diezelfde avond nog om in drank. Youp kan hier wel om lachen. In 1938 verhuisde opa Schafstall naar ’s-Graveland en kwam zijn Weesper periode ten einde. Wouter tipt Youp naar Oudenbosch te gaan om daar meer te horen over het muzikaal onderwijs dat zijn opa daar kreeg. Youp vertrekt naar Oudenbosch.

Petrus Antonius Johannes Schafstall overlijdensadvertentie. Collectie CBG Verzamelingen

Youp van 't Hek op zoek naar zijn verborgen verleden. Foto NTR

Youp van 't Hek op zoek naar zijn verborgen verleden. Foto NTR

Onderwijs

Youp heeft een afspraak met Mark Buijs, gids van het vroegere internaat van Saint-Louis waar voor zijn opa de kiem van zijn muzikale carrière werd gelegd. Saint-Louis was meer dan een eeuw lang een vermaard jongensinternaat. Het internaat werd in 1840 gesticht door pastoor Willem Hellemons met als doel om de katholieke jeugd te onderwijzen in de rijke katholieke tradities. Mark laat Youp een herinneringsboekje van Saint-Louis zien met foto’s uit de periode van rond 1900 waarop te zien is hoe in die tijd onderwijs werd gegeven op het gebied van toneel en muziek. Ook toont hij een foto van een ruimte waar pianoles werd gegeven en laat hij Youp een briefje lezen van zijn opa. In het briefje gedateerd op 23 augustus 1893 schrijft opa Schafstall aan zijn oom om hem te bedanken voor de piano die hij voor hem had gekocht.

In een andere brief leest Youp over een instrument dat zijn grootvader zelf had gemaakt. Het was een kist met wijnglazen waarover Youp zijn moeder wel eens had gehoord. In de brief stond beschreven dat je muziek kon maken door je beiden middelvingers in de azijn te dopen en dan over de rand van de glazen te strijken. Naast de brief toont Mark ook een foto van zijn opa op Saint-Louis en neemt hij hem mee naar de negentiende-eeuwse kapel. Hij liet Youp genieten van muziek van zijn opa die door de organist en het koor werden gespeeld en gezongen en kreeg de baton, dirigeerstok, van zijn opa te zien. Veel muziekstukken zijn nog te vinden in het Schafstall-archief dat onderdeel uitmaakt van de collectie van het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. Na afloop van het bezoek aan Saint-Louis wordt Youp gebeld door Wouter van RHC Vecht en Venen. Die vertelt hem over een halfbroer van zijn overgrootvader Gerardus Hendrikus Schafstall die de doodstraf opgelegd heeft gekregen. Youp wordt nieuwsgierig en vertrekt op aanraden van Wouter naar Leeuwarden om meer over deze verre verwant te weten te komen.

Levenslang

In Leeuwarden moet Youp in de Blokhuispoort zijn. Hier wordt hij opgewacht door oud-gevangenisbewaarder Willem Helfrich die hem meer kan vertellen over de ter dood veroordeelde Schafstall. De Blokhuispoort is nu een cultureel bedrijvencentrum maar was oorspronkelijk een strafgevangenis. Gerardus Hendrikus Schafstall was ter dood veroordeeld, maar had geluk doordat de doodstraf in 1860 werd opgezegd. Hierdoor kwam hij in de Blokhuispoort terecht en was hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Youp zit met Willem in de directiekamer van de voormalige gevangenis. Willem vertelt hem waarom Gerardus ter dood veroordeeld was: dat was omdat hij een aantal huizen in de brand had gestoken voor de verzekering. Hij toont een aantal kranten waarin het voorval wordt beschreven. Doordat Gerardus niet veel geld te besteden had, had hij de panden voor tweeduizend gulden laten verzekeren terwijl ze slechts vijftig gulden waard waren. Met de brand probeerde Gerardus extra geld te verdienen, maar doordat hij hiermee levens in gevaar bracht kreeg hij de doodstraf.

Als levenslange gevangene is hij twee keer uit de Blokhuispoort ontsnapt. In de Leeuwarder Courant is zijn ontsnappingspoging na te lezen. Samen met vijf anderen wist hij via een gat in de zolder van de slaapzaal en het openbreken van een dakvenster op het dat te komen. Heel Friesland was in rep en roer en ging achter het zestal aan waardoor ze al snel werden opgepakt en opnieuw werden opgesloten. Gerardus kreeg toen een nieuwe cel toebedeeld, half onder de grond omdat het ontsnappen hieruit moeilijker was. Toch wist hij door een tunnel te graven nogmaals te ontsnappen, maar ook toen werd hij weer gevonden. Gerardus overleed op 39-jarige leeftijd in de gevangenis. Willem toont het overlijdensbericht waarin twee bewaarders hem aangeven bij het gemeentehuis en te lezen is dat hij werd geboren in Hunteburg, in Duitsland.

Duitsland

De brandstichter Gerardus Hendrikus Schafstall werd geboren uit het eerste huwelijk van Johann Henrich Schafstall. Youps overgrootvader Johannes Schafstall is een kind uit diens tweede huwelijk. Youp vertrekt naar Duitsland om meer te weten te komen over zijn Duitse voorouders. De geboorteplaats van Gerardus Hendrikus Schafstall was Hunteburg, vlakbij het plaatsje Dielingen. In Dielingen heeft Youp afgesproken met de Nederlandse onderzoeker George van der Peet. Hij neemt Youp mee naar de kerk waarin zijn stamvader Johann Henrich Schafstall is gedoopt in 1809. Johann trok als jongen in de zomermaanden voor seizoenswerk naar Noord-Nederland om gras te maaien en kwam in de wintermaanden terug naar Duitsland. Dat deed hij enkele jaren. Ook kreeg hij in Nederland zijn beroepsopleiding. Zo ging hij naar Zaandijk en werd hier opgeleid tot scheepsbeschuitenbakker. In Duitsland ontmoette hij zijn eerste vrouw met wie hij Gerardus Hendrikus Schafstall kreeg. De moeder van Gerardus overleed toen hij pas een paar jaar oud was, vader Johann besloot met Gerardus naar Amsterdam te gaan en hier vast werk te zoeken. Al snel ontmoette hij zijn tweede vrouw en vestigde het echtpaar zich in Weesp.

George vertelt Youp dat stamvader Johann voor de seizoensarbeid in Nederland vanuit Duitsland wandelde. Deze tocht duurde zo’n tien dagen. Youp besluit zijn zoektocht naar zijn voorouders met een zelfde tocht. Hij laat zijn auto achter en gaat te voet terug naar Amsterdam, net als zijn voorvader Johann Henrich Schafstall.

“De leukste ontdekking? Oudenbosch zei wat over het Roomse leven waar ik in mijn jeugd onderdeel van uitmaakte.”

Buitenlandse voorouders

Wat niet in de uitzending naar voren kwam is het verhaal over betovergrootvader Lambertus Schoenberger aan vaderskant. Deze Lambertus kwam in aanraking met justitie. Zo is te lezen in de strafvonnissen van Den Bosch dat hij in 1816 op dertienjarige leeftijd  werd gedaagd betreffende het delict mishandeling ((BHIC, strafvonnissen Den Bosch, inventarisnummer 799, toegangsnummer 21).

Joannes Schoenberger (Schönberg), de vader van  Lambertus,  was geboren in Schoenberg in Duitsland en gedoopt aldaar op 15 oktober 1749. Zijn echtgenote Anna Maria Vertoemen kwam uit België. Zij was geboren in Herenthals. Zij waren niet de enige voorouders van Youp die uit de buurlanden kwamen. In de uitzending werd de herkomstplaats van Schafstall genoemd. Verder kwamen nog voorouders uit Wortel, Poppel en Sint-Huberts-Lille in België en Lohne, Dinklage en Bonn in Duitsland. Willem van ’t Hek, de vader van betovergrootvader Hendrik van ’t Hek was gehuwd met Natje (Johanna, Anna) Minnegal, die te Neede op 4 mei 1778 was geboren. Haar vader was koopman en schipper van Haarlem op Leiden.

Tot slot is een leuke vondst uit de huwelijkse bijlagen, gedaan in Haarlem 6 februari 1839 (akte 12) dat betovergrootvader Hendrik van ’t Hek een donker uiterlijk had zoals blijkt uit de beschrijving in het Certificaat Nationale Militie. Hij had bruine ogen en zwart haar. Bovendien kon hij in 1839 niet schrijven. Hij was fabriekswerker.