CBG bronnen
Verver

Verborgen verleden met Karin Bloemen

15 september 2018

Zangeres Karin Bloemen gaat op zoek naar haar Verborgen verleden

Tekst: Vera Weterings, met dank aan Yvonne Prins

Zangeres en cabaretière Karin Bloemen wil alles weten over de vader van haar moeder. Daarmee bedoelt ze niet de man die officieel haar moeders vader was, maar haar echte, biologische vader. Moeder Guurtje was namelijk een liefdesbaby voortgekomen uit de grote liefde van haar moeder Aagje Moeliker voor ene Jan Kooij. Over deze Jan Kooij werd in de familie niet gesproken; een buitenechtelijk kind was een schande en zo’n hele affaire moest verzwegen worden. Karin weet daardoor bijna niets over haar biologische opa, maar grijpt nu haar kans. Ze gaat op zoek: wat was hij voor man en wat voor eigenschappen kan ze van hem hebben geërfd? Heeft ze haar muzikale talent en haar theatrale karakter te danken aan deze Jan Kooij? En aan zijn voorouders?

Karin Bloemen start haar zoektocht naar haar verborgen verleden. Foto NTR

Karin Bloemen start haar zoektocht naar haar verborgen verleden. Foto NTR

Karin groeide op in het Noord-Hollandse Schagen. Haar vader Jan Bloemen verdween al vroeg uit beeld en de stiefvader die ervoor in de plaats kwam bezorgde Karin en haar zussen een getekende jeugd. Door haar grote zangtalent wist zij zich aan die zware tijd te ontworstelen en staat ze al sinds 1983 op de planken als grote theaterpersoonlijkheid. Ze begint haar zoektocht bij haar biologische opa Jan Kooij, de man over wie thuis nooit werd gesproken en van wie ze niets weet.   Karin groeide op in het Noord-Hollandse Schagen. Haar vader Jan Bloemen verdween al vroeg uit beeld en de stiefvader die ervoor in de plaats kwam bezorgde Karin en haar zussen een getekende jeugd. Door haar grote zangtalent wist zij zich aan die zware tijd te ontworstelen en staat ze al sinds 1983 op de planken als grote theaterpersoonlijkheid. Ze begint haar zoektocht bij haar biologische opa Jan Kooij, de man over wie thuis nooit werd gesproken en van wie ze niets weet.  

‘Ik heb geen stamboom, maar een stambos.’
Geboorteakte Jan Kooij. Coll. Regionaal Archief Alkmaar

Geboorteakte Jan Kooij. Coll. Regionaal Archief Alkmaar

Opa Jan

Jan Kooij kwam hoogstwaarschijnlijk ook uit de buurt van Schagen en dus is Karin op weg naar het Regionaal Archief Alkmaar, waar Harry de Raad haar meer kan vertellen over het leven van Jan Kooij. Harry laat Karin als eerste de geboorteakte van opa Jan zien. Hierop is te lezen dat zijn vader ook Jan heette en zijn moeder Trijntje Wit. Opa Jan werd geboren op 5 augustus 1893 in Wieringerwaard. Vervolgens laat Harry Karin de huwelijksakte zien van Jan Kooij en Sijbreg Catharina Wardenaar waarin te vinden is dat Jan veldarbeider was van beroep. Opvallend is dat naast Jan en Sijbreg ook twee kinderen zijn ingeschreven, Jan geboren in 1914 en Pieter in 1923. Er zit dus negen jaar tussen het ene en het andere kind, dat wijst erop dat er iets niet goed was, maar aan het geloof kan het niet hebben gelegen, zowel Jan als Sijbreg hadden immers geen geloof. Ook blijkt uit de bevolkingsregisters dat Jan en Sijbreg in de zomer van 1933 uit Barsingerhorn zijn vertrokken, diezelfde zomer dat de moeder van Karin werd geboren. Naar alle waarschijnlijkheid had het een met het ander te maken. Jan en Sijbreg vertrokken op 12 mei 1933 uit Barsingerhorn en woonden vervolgens in Nieuwe Niedorp waar Jan nadrukkelijk werd ingeschreven zonder geloof. Jan Kooij overleed op 4 oktober 1962 in Barsingerhorn waar hij ook begraven ligt.

gezinskaart.jpg WieWasWie

Gezinskaart van Simontje Bouwens. 1920-1940. Regionaal Archief Alkmaar, via WieWasWie

Wat verder niet in de uitzending naar voren komt is het volgende. De moeder van Jan Kooij, de verwekker van de moeder van Karin Bloemen, was Trijntje Wit, geboren te Winkel op 29 oktober 1858. Haar overgrootvader, Pieter Wit, geboren te Winkel op 4 oktober 1739, was  naast landbouwer en veehouder, ook kerkmeester, en armenvoogd. Hij moest zich de schrijfkunst meester maken omdat hij steeds meer functies ging uitoefenen en schafte zich een schrijfboekje aan. Het kwam terecht bij nazaat Bert Wit (A.J. Wit). Verder terug was voorvader Sijmon Pietersz Wit, geboren ca. 1675, onder meer waarschap, schepen en burgemeester van Oude Niedorp.

Grietje Leijen, de moeder van Trijntje Wit had als overgrootvader Johannes Covahl, die in Duitsland in Lunenburg geboren was en te Medemblik voor de eerste maal huwde in 1770. Deze Covahl was één van de weinige voorouders van Karin Bloemen die buiten Nederland geboren was.  Ook Duits van oorsprong was betovergrootvader Jan Harm Zwiers die in 1829 in Laar in Duitsland ter wereld kwam. De meeste voorouders aan vaderskant kwamen uit Drenthe. Voorouder Gerrit Jan Bloemen echter is in 1791 in Almelo geboren, maar hij overleed te Dalen in Drenthe. Hij was schoenmaker van beroep.

Karin bezoekt het graf van Jan Kooij op de begraafplaats in Barsingerhorn en spreekt daar af met Sijtje Kooij, net als Karin een kleinkind van Jan. Toen Karin haar moeder moest begraven was Sijtje daar ook, omdat zij regelmatig contact had met Karins moeder. Sijtje was wel van alles op de hoogte en kan Karin daar nu eindelijk over vertellen. Ze toont Karin foto’s van haar opa die altijd goed gekleed was. Ook vertelde ze over haar opa die gek was op Maarten Toonders en prachtig kon voorlezen met een mooie diepe stem, maar ook allerlei stemmetjes kon nadoen. Daarnaast leerde opa haar tekenen en kon hij zelf heel mooi landschappen schetsen. Het creatieve dat Karin in zich heeft, zat er dus blijkbaar al bij opa Jan in. Met die gedachte sluit Karin de zoektocht naar Jan Kooij af en pakt ze het spoor op bij haar oma, Aagje Moeliker.

Karin Bloemen en Sijtje Kooij. Foto NTR

Karin Bloemen en Sijtje Kooij. Foto NTR

De mythe van Dimpna

In het Noord-Hollands Archief in Haarlem wordt Karin ontvangen door Hans van Felius die meer weet over de voorouders van haar oma Aagje Moeliker. Hij laat als eerste de huwelijksakte van oma Aagje zien met Pieter Dirk Jan Wardenaar waarbij opa Jan staat opgetekend als een van de getuigen. Verder is op de akte te lezen dat de moeder van Aagje, Guurtje de Vries, niet aanwezig kon zijn wegens krankzinnigheid. Hans toont Karin ook een foto van Guurtje en een briefje uit Provinciaal Ziekenhuis Duinenbosch gedateerd op 12 juli 1921 waarin wordt verklaard dat Guurtje wegens krankzinnigheid niet bij het huwelijk aanwezig kon zijn. In de patiëntregisters van Guurtje is te lezen dat ze een hereditair patiënt was, oftewel erfelijk belast. Dit betekent dat krankzinnigheid in de familie zat. Guurtje vertoonde volgens de beschrijving in het registers verwarring in haar uitingen en haar stem sloeg over. Toch is ze regelmatig genezen verklaard. Op haar gezinskaart is ze dan ook regelmatig in- en uitgeschreven en uiteindelijk naar Gheel in België vertrokken. Het is voor Karin erg heftig om erachter te komen dat haar moeder is vernoemd naar Guurtje waarvan al lang voor de geboorte van haar moeder bekend was dat ze krankzinnig was.

Karin Bloemen en Frie van Ravensteyn. Foto NTR

Karin Bloemen en Frie van Ravensteyn. Foto NTR

Karin vertrekt naar Geel in België, een plek waar al eeuwenlang geesteszieken worden opgevangen. Niet alleen in een ziekenhuis, maar vooral door de plaatselijke bevolking. Deze gezinsverpleging bestaat nog altijd. De bijzondere traditie is ontstaan uit de mythe van Sint Dimpna, een heilige die in deze kerk wordt vereerd. Volgens de legende deden zich op haar graf genezingen voor van met name psychische aandoeningen. Karin heeft hier afgesproken met Frie van Ravensteyn, conservator van het lokale museum. Zij kan Karin vertellen, hoe het overgrootmoeder Guurtje de Vries hier verging. Frie toont Karin de overlijdensakte van overgrootmoeder Guurtje. Hierin is te lezen dat ze in de ziekenzaal overleed. Frie neemt Karin mee de kerk in en vertelt haar bij het Dimpnaretabel uit 1515 van de Antwerpse kunstenaar Jan van Waver over de mythe van Sint Dimpna, waarnaar de kerk is vernoemd.

Detail Dimpnaretabel uit 1515 in de Sint Dimpnakerk in Geel. Foto Gelenaar

Detail Dimpnaretabel uit 1515 in de Sint Dimpnakerk in Geel. Foto Gelenaar

Dimpna was de dochter van een heidense Ierse koning. Toen het meisje nog een kind was, stierf haar moeder. Haar vader was radeloos en zocht naarstig naar een nieuwe echtgenote en dwong uiteindelijk zijn dochter met hem te trouwen. Dimpna vlucht daarop naar Vlaanderen en vestigde zich in de bossen in de Kempen. Haar vader vond haar na enkele jaren en dwong Dimpna om met hem te trouwen, maar ze weigerde nog steeds. Hierop ontstak haar vader in razernij en onthoofde zelf zijn dochter. Het verhaal van Dimpna brengt Karin terug naar haar eigen jeugd toen ook zij slachtoffer was. Waar Dimpna werd begeerd door haar eigen dochter, was de jeugd van Karin er een waarin de stiefvader de dochters begeerde. Nadat Frie Karin deze mythe vertelt, geeft ze haar de briefjes die Guurjte naar haar dochter schreef. Karin leest de eenzame, maar zoete briefjes op haar gemak.

Karin Bloemen op begraafplaats. Foto NTR

Karin Bloemen op begraafplaats. Foto NTR

De volgende dag krijgt Karin bij het ontbijt een brief van Harry de Raad van het Regionaal Archief Alkmaar. Hij heeft nog meer gevonden over de lijn Moeliker. Guurtje van der Min, de oma van Guurtje de Vries, dus de oud-grootmoeder van Karin. Guurtje van der Min werd geboren in 1804 en trouwde in 1827 met Take de Vries. Samen kregen ze vijf kinderen, waarvan er drie op zeer jonge leeftijd kwamen te overlijden. Op een bepaald punt in haar leven werd Guurtje van der Min opgenomen in het diaconiehuis van de Hervormde gemeente te Alkmaar. Een diaconiehuis was een tehuis voor arme mensen die niet meer voor zichzelf konden zorgen. In grote steden werden deze instellingen vaak vanuit het gemeentebestuur gesticht, maar ook kerkgenootschappen hadden hun eigen huizen. Zo ook de Hervormde Gemeente in Alkmaar. Hun huis stond in de Veerenstraat. In het bevolkingsregister is te lezen dat Guurtje een tijdje op dit adres heeft gewoond. Op zo’n adres kom je niet zomaar, Guurtje zat al lange tijd in de bedeling. Ze ontving voor het eerst steun op 2 december 1839. Ze kreeg toen tien cent, één brood en vijf ton turf.

Opvallend is dat alleen Guurtje in de archieven van de Alkmaar armenzorg te vinden is. Wanneer Guurtje in het diaconiehuis woonde, woonden haar man en kinderen elders in de stad. Waarschijnlijk konden zij niet voor haar zorgen en was ze daarom in de bedeling en later in het diaconiehuis en slaaptehuis terecht gekomen. Uiteindelijk kwam Guurtje van der Min op 22 april 1854 te overlijden in Ommerschans. Hier was sinds 1822 een bedelaarsgesticht gevestigd, een onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid waar arme gezinnen, bedelaars en zwervers zich vestigden. Voor stamboomonderzoekers zijn er de stamboeken van koloniebewoners, deze zijn per categorie online te doorzoeken via de website AlleKolonisten.nl. Op zoek naar een voorouder in de kolonie? Probeer erachter te komen in welke hoedanigheid de gezochte persoon in de kolonie was. Bedelaars hadden bijvoorbeeld een bedelaarsnummer met informatie over de periode dat ze zich in de kolonie bevonden.

Guurtje van der Min was de oma van Guurtje de Vries die in Geel kwam te overlijden. Zij was getrouwd met Pieter Moeliker, wiens familie uit Tholen kwam. Hun enige dochter was Aagje die haar buitenechtelijke dochter weer Guurtje noemde. Karin gaat naar Tholen om meer te weten te komen over de oorsprong van haar familie Moeliker. Ze heeft er een afspraak met Kees Slager, een schrijver en journalist die veel weet van de geschiedenis van Tholen.

Verdronken stad

Karin Bloemen en Kees Slager. Foto NTR

Karin Bloemen en Kees Slager. Foto NTR

Kees laat Karin een stamreeks zien waarin we grootmoeder Aagje Moeliker volgen. Zij was de dochter van Pieter Moeliker en Guurtje de Vries, Pieter was de zoon van Jacob Moeliker en Reinouw Raven. Jacob werd geboren in St. Annaland, één van de zes dorpen op het eiland Tholen. Hierna komen de voorvaders Moeliker in diverse spellingsvarianten van Tholen tot aan Jacob Moeyelijcker die in 1580 werd geboren te Reimerswaal, een verdronken stad.

‘Zie je wel, Ik ben eigenlijk een zeemeermin.’
Detail van de gravure Reimerswaal uit de Nieuwe Cronyk van Zeeland door Smallegange

Detail van de gravure Reimerswaal uit de Nieuwe Cronyk van Zeeland door Smallegange

Jacob neemt Karin mee de dijk op om haar te vertellen over de ondergang van Reimerswaal, een belangrijke havenstad in de Middeleeuwen. Op zaterdag 5 november 1530, een dag die de geschiedenisboeken in ging als quade saterdach, werden grote delen van het omliggende land weggeslagen door een stormvloed, de Sint-Felixvloed. De stad zelf bleef bestaan. Twee jaar later sloeg het noodlot nogmaals toe en werd Reimerswaal voorgoed afgesneden van Zuid-Beveland. Reimerswaal was nu een eiland en zonder achterland werd het steeds moeilijker om handel te drijven. Door hun keuze voor de Spanjaarden raakten de Reimerswalenaren regelmatig in gevecht met de prinsgezinde Watergeuzen. Die strijd vond haar climax in de slag van 1574, waarbij Reimerswaal bijna tot op de grond toe werd afgebrand. Daarna was Reimerswaal een spookstad, waar nog maar een paar gezinnen woonden, waaronder de vissersfamilie Moeliker. Begin achttiende eeuw werden de resten van deze ooit zo belangrijke Zeeuwse stad definitief verzwolgen door het water en vestigden de families zich in Tholen. Bij laagwater is in het verleden veel gezocht naar resten van Reimerswaal en ook veel gevonden. Ook Jacob heeft daar aan mee gedaan. Hij geeft Karin als tastbare herinnering aan haar familie een scherf afkomstig van Reimerswaal. Vervolgens stapt Karin als eerbetoon aan haar voorouders op een boot die recht over de plek vaart waar Reimerswaal ooit lag. Hier kijkt ze terug op haar zoektocht.

Karin Bloemen en Kees Slager. Foto NTR

Karin Bloemen en Kees Slager. Foto NTR

Karin Bloemen vertelde in de uitzending dat Jan Kooij en Sijbreg Wardenaar kinderen kregen in 1914 en 1923 en dat daar negen jaar tussen zat. Er zou dus iets niet goed zijn binnen de relatie, maar mogelijk heeft het echtpaar aan geboortebeperking gedaan. Op dit terrein was de Nieuw-Malthusiaanse Bond al actief begin twintigste eeuw.