CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Georgina Verbaan

20 oktober 2018

Georgina Verbaan gaat op zoek naar haar verborgen verleden.

Tekst: Vera Weterings, met dank aan Yvonne Prins

Actrice en schrijfster Georgina Verbaan gaat op zoek naar haar verborgen verleden. Georgina maakte haar tv-debuut op 17-jarige leeftijd in de soap ‘Goede Tijden Slechte Tijden’ en speelde daarna in tientallen films en series, waaronder ‘Klem’ en ‘’t Schaep met de 5 poten’. In 2015 won zij een Gouden Kalf voor beste actrice in de film ‘De Surprise’. Georgina schrijft ook columns en romans. In de familiegeschiedenis van actrice Georgina lopen verschillende Indische lijnen. Zo is haar vader in het toenmalige Nederlands-Indië geboren en pas op zijn elfde naar Nederland verhuisd. Om meer over haar voorouders te achterhalen reist Georgina de andere kant op, naar Indonesië. Want ze heeft eigenlijk maar één vraag: hoe zit het met mijn Indische roots. 

Georgina Verbaan in de intro van Verborgen Verleden seizoen 11

Georgina Verbaan in de intro van Verborgen Verleden seizoen 11

Georgina Verbaan begint haar zoektocht op de Algemene Begraafplaats in Den Haag waar ze met haar vader Hans Verbaan heeft afgesproken. Hij vertelt haar over opa Teunis Verbaan en oma Johanna Wiegleb en laat Georgina trouwfoto’s zien en vertelt dat opa Verbaan een oorlogsvrijwilliger was bij het KNIL en oma Verbaan een aantal jaren in een Japans kamp heeft doorgebracht. Daarnaast is hij zelf in Nederlands-Indië geboren en heeft hij daar tot zijn elfde gewoond, maar daarna is hij nooit meer teruggekeerd. Naast opa en oma Verbaan laat vader Hans ook een foto zien van zijn oma Anna Geertruida Teunissen, de overgrootmoeder van Georgina. Deze vrouw hield van schieten en dat is ook te zien op een foto die hij heeft meegebracht. Hij vertelt dat het verhaal gaat dat oma Teunissen op een dag met één kogel zes kippen dood heeft geschoten. Georgina zegt gekscherend dat ze als vegetariër nu compenseert voor haar familie.

Oorlogsarchief Rode Kruis

Georgina vindt dat ze geen specifiek Nederlandse identiteit heeft, maar voelt zich ook niet verwant aan het voormalige Nederlands-Indië. Ze weet er simpelweg te weinig over. Ze wist wel dat oma in een kamp had gezeten, maar het verhaal van haar overgrootmoeder was nieuw voor haar. Ze is benieuwd waar het verder naartoe gaat en duikt daarom in haar stamboom. Anna Geertruida Teunissen, haar overgrootmoeder woonde aanvankelijk in Nederlands-Indië. Haar dochter Johanna trouwde met Teunis Verbaan, de opa van Georgina. Opa Teunis Verbaan en oma Johanna Wiegleb ontmoetten elkaar na de oorlog in Nederlands-Indië, toen zíj net uit een Jappenkamp kwam. Om hier meer over te weten te komen is Georgina bij het Oorlogsarchief van het Rode Kruis in Den Haag. Ze wil graag weten waar oma precies heeft gezeten en hoe zit het met háár ouders, het echtpaar Wiegleb-Teunissen. Hoe zijn die de oorlog doorgekomen? Historicus Michiel Schwartzenberg heeft het een en ander voor haar uitgezocht.

Kamp Lampersari

Overgrootvader Johannes Georg Friedrich Wiegleb was ten tijde van de Japanse bezetting geïnterneerd in een kamp, net als overgrootmoeder Anna Geertruida Teunissen. Ze waren echter ver van elkaar verwijderd aan twee uiteinden van Java. Zo bevond één van hen zich in kamp Lampersari. Dit kamp bestond uit een groot aantal kamponghuisjes en een school, in het oosten van Semarang. In het kamp heerste veel honger waardoor er insecten werden gegeten. Een dagboek van een kampgenoot uit die tijd schrijft ook over hoe de ratten liepen over de benen van kampgenoten en een tekening van een andere kampgenoot laat zien hoe vol het in de kampen was.

Indisch Paspoortarchief

Georgina moet naar Indonesië om verder uit te zoeken hoe het zit met haar Indische wortels. Ze is in Djokjakarta, kortweg Djokja, op Java, waar ze nieuwe informatie ontvangt van het CBG. In de brief staat dat CBG-onderzoeker Martine Zoeteman in het Indisch Paspoortarchief haar grootouders en overgrootouders tegenkwam. Daarnaast stuurt ze samen met de brief een kopie uit de Regerings-almanak van Nederlands-Indië. In deze almanak is informatie te vinden uit de burgerlijke stand, waaronder huwelijken. Tot slot zit bij de brief gevoegd een reconstructie van het gezin waarin Georgina’s overgrootmoeder Anna Geertruida Teunissen is opgegroeid. Hierin leest Georgina dat Anna Geertruida Wiegleb als Teunissen is geboren op 18 september 1896 in Semarang. Ze is de dochter van Rikus Teunissen, die op 10 november 1841 in Steenwijkerwold werd geboren en op 30 maart 1889 trouwde met Sania, die door haar huwelijk Nederlandse werd maar geboren is in Djokja. Rikus blijkt uit de stamboeken van onderofficieren en minderen een KNIL-militair geweest te zijn. samen kregen Rikus en Sania maar liefst acht kinderen, waarvan het merendeel voor hun huwelijk.
Indische Almanak

'Lijst van nog in dienst zijnde amtenaren'. Almanak en Naamlijst van Nederlandsch-Indie voor 1863. Batavia, 1863

Voormoeder Sania

Georgina is door deze documenten op het spoor gekomen van haar voormoeder Sania, de oma van oma Johanna. Het Indische bloed van Georgina komt van deze Sania, volgens de documenten een ‘Inlandse vrouw’. Ze is nieuwsgierig geworden: wat was Sania voor vrouw, hoe zag haar leven er uit? En hoe heeft zij haar man, de Nederlander Rikus Teunissen, ontmoet? Om hier antwoorden op te vinden, is Georgina bij de universiteit Gadjah Mada in Djokjakarta. Hier heeft ze een afspraak met historicus Abdul Wahid, die haar meer kan vertellen over Sania. Georgina vraagt haar of Sania en Rikus een gelijkwaardige relatie hadden. Abdul vertelt haar over de negentiende-eeuwse samenleving waarin haar voorouders leefden en dat dit een koloniale samenleving was met zeer hiërarchische samenlevingen. De samenleving bestond toen ook uit drie groepen. De bovenste laag bestond uit Nederlanders en Europeanen en de tweede laag uit de zogenaamde vreemde oosterlingen, zoals de Chinezen, Japanners, Indiërs en Arabieren. De onderste laag bestond uit de inlanders, oftewel de inheemse bevolking. Sania kwam vermoedelijk uit die groep, dus hoogstwaarschijnlijk hadden de twee geen gelijkwaardige relatie doordat ze uit andere lagen van de samenleving kwamen. Wellicht dat Sania Rikus heeft leren kennen toen ze werkte als kok of dienstmeid voor de militairen. Dat was toen heel normaal. Doordat het leven in de tropen heel anders was voor Europeanen dan ze gewend waren, daarom werd vaak voor lokale partners gekozen die de cultuur, situatie en het eten kenden. Deze vrouwen werden ‘njai’ genoemd. Vaak werd een ‘njai’ als ze zwanger werd volgens Abdul weggestuurd, terwijl Rikus en Sania trouwden. Dat is redelijk uniek en bijzonder. De kinderen uit dit soort relaties was een nieuwe groep mensen, de Euraziërs die Indo’s werden genoemd. Die Indo’s hadden een andere positie bij de originele, pure Nederlanders. Ze werden vanwege hun gemengde afkomst als vreemd beschouwd. Door te trouwen met Sania konden zin kinderen ook de status van Europeaan krijgen, hierdoor konden ze deel uitmaken van de Nederlandse samenleving en een Nederlandse opleiding volgen en kennismaken met de Nederlandse cultuur.
Georgina Verbaan op reis. Foto NTR

Georgina Verbaan op reis. Foto NTR

Benteng van der Wijck

Na dit verhaal laat Abdul nog interessante foto’s van de familie van Rikus Teunissen zien. Op de foto is Rikus samen met zijn kinderen en Sania te zien. Georgina wil nog steeds meer te weten komen over Sania. Abdul raadt haar aan om het gebied te bezoeken waar het gezin woonde. Dat is Karangjar, waar het fort Van der Wijck te vinden is: Benteng van der Wijck. In dit grote militaire fort werkte Rikus Teunissen. Georgina’s betovergrootvader Rikus Teunissen was als KNIL militair onder andere gelegerd in Fort Benteng van der Wijck in Gombong op Midden-Java. Om meer te weten te komen over zijn tijd hier heeft Georgina afgesproken met museumbeheerder Pak Sigit. Georgina toont Pak de foto die ze de dag ervoor van Abdul heeft gekregen. Pak herkent de uniformen van de kinderen en laat foto’s zien met leerlingen van de pupillenschool met dezelfde uniformen. Dit is dezelfde foto die enkele edities geleden de cover van Gen.magazine sierde. De pupillenschool was een speciale school voor jongens van gemengd bloed van Europese militairen en inheemse moeders. Vanaf hun negende kregen de kinderen militair onderwijs, zo ook de kinderen van Rikus. Pak laat een document zien van Johannes Teunissen, een van de kinderen van Rikus Teunissen en zijn vrouw Sania. Pak neemt Georgina mee naar de pupillenschool die net buiten het fort staat en laat haar daar foto’s zien van hoe de school er vroeger uitzag.

KNIL

Georgina hoopt ook meer te weten te komen over Sania, maar Pak vertelt haar dat hij geen gegevens heeft kunnen vinden in de archieven. Dat is ook niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat er van 1945 tot 1949 een Onafhankelijkheidsoorlog heerste en chaos was in Indonesië, uit die periode uitbreken bijna alle gegevens over burgers, die zijn verdwenen. Wel heeft Pak een document gevonden waarin is te lezen dat Rikus ook in Atjeh heeft gewoond. Hij geeft Georgina dan ook mee om na Gombong naar Atjeh te gaan. Georgina vertrekt naar Atjeh, een provincie op Sumatra. Hier was Rikus Teunissen ook lange tijd gelegerd en kreeg hij samen met Sania twee kinderen. Het islamitisch geloof wordt hier strikter beleden dan in de rest van Indonesië. Georgina hoopt hier antwoord te vinden op vragen als: hoe is het Rikus vergaan, en wat deed hij hier precies? Om daar achter te komen, heeft ze afgesproken met historicus Hermansyah Khan op de militaire erebegraafplaats Petjoet in Banda Atjeh. Hier liggen de Nederlandse militairen die in en rond Band aAtjeh stierven tijdens de Atjeh-oorlog. Deze oorlog startte in 1873 toen Nederland Atjeh de oorlog verklaarde om de controle te krijgen over heel Sumatra en de Straat Malakka. Nederland hoopte op die manier een monopolie te krijgen op de handelsroute met Zuidoost-Azië en dan met name Indië, Maleisië en omstreken.
Georgina Verbaan op zoek naar haar verborgen verleden in Indonesië. Foto NTR

Georgina Verbaan op zoek naar haar verborgen verleden in Indonesië. Foto NTR

Atjeh-oorlog

Op de begraafplaats laat Hermansyah Georgina een Nederlands stamboek zien waarin te lezen is dat volgens het rapport van Van der Heijden Rikus Teunissen als Nederlandse officier gestationeerd in Atjeh was in de periode van 1877 tot 1879. In datzelfde rapport wordt ook geschreven over zijn vrouw Sania en zijn activiteiten in Atjeh. Rikus had een succesvolle carrière en kreeg daarom in 1877 een onderscheiding van de Nederlandse regering voor zijn inzet in Atjeh. Dat betekent dat hij ongetwijfeld mensen heeft gedood. In de Atjeh-oorlog zijn maar liefst 40.00 slachtoffers gevallen onder de bevolking van Atjeh en zo’n 37.000 aan de kant van de Nederlanders. Daarnaast werden zo’n vier- tot vijfhonderd dorpen platgebrand en sloegen duizenden Atjehers op de vlucht. Georgina bedankt Hermansyah voor alle informatie.

Na het bezoek aan de begraafplaats ontvangt ze nog een mail van CBG-onderzoeker Martine Zoeteman. Hierin is te lezen dat Martine samen met collega’s van het Drents Archief nog wat extra informatie heeft kunnen vinden over voorvader Rikus Teunissen. Zo blijken de ouders van Rikus als kolonisten naar Frederiksoord te zijn getrokken om de armoede in Dordrecht te ontvluchten en daar een nieuw leven op te bouwen. Frederiksoord was onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid en was in het leven geroepen door generaal Johannes van den Bosch om burgers te verheffen uit de armoede. De kolonisten kwamen vrijwillig naar Frederiksoord, dit in tegenstelling tot de later door de Maatschappij opgerichte bedelaarskolonies in Veenhuizen en Ommerschans. Dit wil niet zeggen dat iedereen die naar de kolonie kwam, opgenomen werd. De kandidaten werden door de Maatschappij nauwkeurig geselecteerd om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken. Met name verpauperde gezinnen uit grote steden kregen in die koloniën een stuk grond aangeboden om zelf te ontginnen en te bewerken. Zo ook de voorouders van Georgina, de familie Teunissen. Voor hen verliep het bestaan in Frederiksoord helaas niet geheel vlekkeloos. De vader van Rikus, Johannes, werd namelijk beschuldigd voor het stelen van aardappels en was daarnaast ook betrokken bij een geweldsincident. Voor dit laatste vergrijp kreeg Johannes drie maanden gevangenisstraf. Bij de mail zit een scan van het proces-verbaal uit de collectie van het Drents Archief die een nog beter beeld geeft van het milieu waarin Rikus opgroeide. Rikus’ vader bleek een gewelddadige dronkaard. 

Frederiksoord

Frederiksoord

Zoals in de uitzending kort werd genoemd had Johannes Teunissen, vader van Rikus Teunissen, banden met Dordrecht. Wat niet in de uitzending naar voren kwam, is dat hij gehuwd was met Antonia Engelina Grollé uit Dordrecht. Haar ouders, Anthonij Grollé en Maria Danens, waren kolonistenvader en -moeder geweest in Willemsoord. Maria Danens was afkomstig uit Gouda, waar zij in 1778 geboren was als dochter van Jan Danens en Margaretha Olijvier (Olivier). Johannes Danens was in 1796 met de koloniale troepen naar Westindië vertrokken. Hij bleef daar niet want hij werd in 1805 in Naarden begraven. 

Terugblik

Aan het einde van de aflevering Georgina kijkt terug op een bijzondere zoektocht. Toen ze begon, vond ze zelf dat ze nergens echt bij hoorde, nu snapt ze beter hoe dat komt. Voor Rikus en Sania was dat eigenlijk ook zo. Het was voor haar een bijzondere ervaring om terug in de tijd te kijken naar een lijn die aan haar vast zit. In Indonesië heeft ze ontdekt dat er onder haar voorouders slachtoffers van de grote geschiedenis waren, zoals de familieleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog in jappenkampen werden ondergebracht. Maar er waren ook voorouders die het koloniale bewind van Nederland en daarmee de onderdrukking van de bevolking actief in stand hielden. Georgina ontdekte hoe ingewikkeld de verhoudingen konden zijn tussen gekoloniseerde en kolonisator. En hoe zij daar uiteindelijk het product van is. Ze heeft zoals ze het zelf zo mooi verwoorde een anker in de tijd laten vallen.

Moederskant

Wat verder niet in de uitzending naar voren komt is dat Georgina niet alleen aan vaderskant Indische voorouders heeft, maar ook aan moederskant. Zo is ook overgrootmoeder Louise Elizabeth van Nouhuijs in Soerabaja geboren in 1880. De genealogie van haar familie is gepubliceerd in Nederland’s Patriciaat 81 (1998).

Scheveningse wortels

Ook is er in de uitzending geen aandacht besteed aan de vele Scheveningse voorouders van grootvader Teunis Verbaan. Een interessante voorouder was Daniel Verbaan die in 1756 werd geboren en in 1781 met Margaretha van Duyvenbode huwde. Dit huwelijk duurde slechts twee dagen, maar leverde toch nageslacht op. Negen maanden later werd namelijk zoon Daniel geboren. Vader Daniel is op 14 augustus 1781 overleden op het Kaperschip De Dappere Patriot. Hij was kaperkapitein (Bron: Genealogie der familie Verbaan).
Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!