CBG bronnen
Verver

Verborgen verleden met Astrid Kersseboom

29 september 2018

Nieuwslezeres Astrid Kersseboom gaat op zoek naar haar Verborgen verleden

Tekst: Vera Weterings, met dank aan Yvonne Prins

De kinderen van nieuwslezeres Astrid Kersseboom zijn inmiddels volwassen en haar ouders leven nog. Astrid kan nu dus van drie generaties zien wat typische karaktertrekken zijn van haar familie. Waar komen die eigenschappen vandaan? Van de in Rotterdam gewortelde familie Kersseboom of de Brabantse familie Oomen? Van welke tak heeft ze zelf het meest meegekregen? Tijdens haar zoektocht stuit ze op verhalen waar ze niet op had kunnen rekenen. Over een weddenschap over het eind van de Tachtigjarige Oorlog, over ernstig kindermisbruik in de Gouden Eeuw en persbreidel in de achttiende eeuw.

Astrids moeder Adriana Oomen komt uit Oosterhout, maar Astrid werd geboren in Vlaardingen. Ze studeerde journalistiek en werkt al jaren voor de NOS als presentatrice. De familie van moeder Oomen had een steenfabriek. Astrid heeft kort geleden foto’s van en nicht gekregen waarop de steenfabriek te zien is en ook enkele van haar voorouders. Zo heeft ze bijvoorbeeld een foto van overgrootvader Frans. Astrid is nieuwsgierig waarom hij een steenfabriek had. Is hij die zelf begonnen of heeft hij die van iemand overgenomen? Astrid weet al het een en ander over de Kersseboom-kant doordat haar vader en haar oma echte vertellers waren. Opa Kersseboom kwam uit een kappersfamilie, Astrid heeft ook nog een foto van haar opa met de kapperszaak. Ze is nieuwgierig naar haar diverse karaktereigenschappen. Is dat typisch Oomen, Kersseboom of een mix.

‘Waarom ben ik wie ik ben? Dat komt natuurlijk door wat ik hebt meegemaakt, maar ook door wat er in mijn genen zit.’

Familie Oomen

Astrid start haar zoektocht in Oosterhout bij de familie Oomen naar aanleiding van haar vragen met betrekking tot de steenfabriek van opa Frans. Om daar antwoord op te krijgen is Astrid in het Regionaal Archief Tilburg, waar Jaël Jonkman voor haar in de lijn van de familie Oomen is gedoken. Ze toont de stamreeks die begint bij Astrid zelf en via haar ouders omhoog gaat naar opa Petrus Oomen, de steenfabrikant. Zijn vader Franciscus Oomen was ook steenfabrikant en daarnaast pottenbakker. Verder omhoog blijkt dat zijn vader, Adriaan Oomen, ook een steenbakker was, net als zijn vader, Andries Oomen. De Oomen-familie was een prominente familie. Zij zaten in het dorpsbestuur als schepen of schout. Een andere prominente familie in Oosterhout was de Stadhouder-familie die ook in Astrids stamboom is terug te vinden via Anna Maria van der Logt die getrouwd was met een Oomen. Haar moeder was een Stadhouder, waardoor je bij een andere prominente familie uitkomt. De naam ‘Stadhouder’ is afkomstig van de vader van Maeyken Peter Cornelis Joosten: haar vader was veertig jaar stadhouder. De leukste stukken zijn echter teruggevonden bij haar man, Cornelis Geert Anthonius Wiericx.

Astrid Kersseboom en Jaël Jonkman. Foto NTR

Astrid Kersseboom en Jaël Jonkman. Foto NTR

Zo is er over hem een burenruzie terug te vinden die liep van 1614 tot 1621. In het kort kwam het er op neer dat Cornelis zijn knecht op Sint Jans Misse vroeg om rijs te snijden langs de rand van zijn perceel. Dat grenst aan het perceel van Adriaen Ian Mathijssen. De knecht doet dat en Adriaen Ian Mathijssen geeft vervolgens aan dat hij hout van zijn perceel heeft gesneden en klaagt Cornelis aan. Cornelis pikt het niet en klaagt vervolgens Adriaen Ian Mathijssen aan: hij wil excuses en een schadevergoeding. In de akte is het volgende te lezen:

‘Volle vijerschare deser v(rij)heyt vallen(de) aldaer blootshooffs op sijne knijen bidde Godt Almachtich ende de justicie om vergiffenis ende de voors(chreven) iniurien off de ghene, dye d’aen(clager) de rechten [ge…ch] sijnde sal thoonnen hem aengeseght ende geroepen te sijn openbaerl(ijck) met luyder stemme te wederroepen ende voorts te verclaeren, dat hij de aen(clager) is houdende voor een man met eere ende dat hij hem sal vermijdden van gel(ijcke) meer te doen ende al ‘tselve soo geschiet ende volbracht sijnde, dat hij Ver(weerder) noch zal worden gecondemneert te moeten betaelen in prompte hem voor proffitable amende de zomme van duijsent carolus gul(dens).’‘

In hedendaags Nederlands komt dit er op neer dat Cornelis vindt dat Adriaen hem in diskrediet heeft gebracht en daar zijn excuses voor moet maken op zijn blote knieën en daarnaast een schadevergoeding van duizend Carolus Gulden moet betalen. De winnaar is uiteindelijk Cornelis, het Hof van Brabant besluit dat Adriaen zijn excuses moet aanbieden en een boete moet betalen van achttien Gulden.

Cornelis komt ook terug in een ander stuk. Zo liet hij in 1623, twee jaar naar het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een weddenschap vastleggen waarin hij beweerde dat de Tachtigjarige Oorlog nog maar een paar jaar zou duren en er spoedig vrede zou komen. Hij verloor de weddenschap: de oorlog eindigde immers pas in 1648.

Familie Kersseboom

Nu Astrid meer te weten is gekomen over de Brabantse familie Oomen is ze nieuwsgierig geworden naar de Kersseboom-tak. Hoe Rotterdams is die naam? Voor het antwoord op die vraag vertrekt Astrid naar Rotterdam. Ze hoopt meer te weten te komen in het Stadsarchief Rotterdam. Om haar op weg te helpen hebben haar ouders haar een envelop meegegeven. In de envelop zit onder andere een in memoriam van opa Adrianus Kersseboom die op 6 september 1959 overleed. In het in memoriam leest Astrid dat opa een idealist was die altijd klaar stond om te helpen, te steunen en te leiden. Opa Kersseboom was een man met een nobel karakter. Ook bekijkt Astrid foto´s van opa Kersseboom en zijn gezin. Ze heeft zin om meer over hem te ontdekken.

Overlijdensadvertenties Adrianus Kersseboom. Collectie CBG Verzamelingen

In het Stadsarchief Rotterdam is Corinne Boeijinga-Hubers voor Astrid nagegaan hoe Rotterdams de familie Kersseboom is. Ze toont Astrid haar stamreeks die teruggaat tot voorvader Cornelis Kersseboom die in Rotterdam werd geboren op 1 oktober 1796. Corinne toont Astrid de doopakte waarin is te lezen dat Cornelis katholiek werd gedoopt, maar ook dat de vader van Cronelis, Antonie Kersseboom, a-katholiek was. Hierna pakt Corinne het huwelijksregister van Antonie Kersseboom en Aaltje Blokland erbij waarin te lezen is dat hij gereformeerd was en zij rooms. Als weduwnaar kwam Antonie uiteindelijk in het Stadsarmenhuis terecht waar hij na twee weken overleed, zo is in de archieven terug te lezen.

Familie Hagendoorn

Terug naar de stamreeks heeft Corinne ook gekeken naar Evert Kersseboom die getrouwd was met Catharina Maria Huberdina Hagendoorn. Corinne laat zien dat de vader van Catharina Maria Huberdina Hagendoorn kuiper was en afkomstig was uit Schiedam. Om meer te weten te komen over haar Schiedamse roots gaat Astrid naar het Gemeentearchief Schiedam. Daar heeft ze een afspraak met archivaris Laurens Priester die meer weet over de familie Hagendoorn. De lijn Hagendoorn loopt van Catharina tot Johannes, die trouwt met Elisabeth Stal. Bij háár opa Johannes Hendrikus Coemans pakt Laurens het op. Want wat Coemans overkomt als hij in Schiedam wil gaan wonen is interessant.

Familie Coemans

Laurens toont het register van akten van admissie, oftewel toelating tot de stad. In het register is te lezen dat Johannes op 30 juni 1794 op borgtocht van zijn vader is toegelaten tot de stad met de voorwaarde erbij aangetekend dat hij niet het beroep van boekdrukker of boekhandelaar mocht uitoefenen. Dit terwijl Johannes net in Haarlem bij het boekdrukkersgilde een opleiding tot boekdrukker en boekbinder had gevolgd. De reden dat Johannes dit beroep niet mocht uitoefenen heeft volgens Laurens waarschijnlijk met de politieke situatie van die tijd te maken. Vanaf 1781 werd een beweging van ontevreden burgers steeds belangrijker. Zij noemden zich ‘patriotten’ en streefden naar democratisering en meer individuele vrijheid. De macht die tot dan bij de stadhouder lag moest toekomen aan de burgers zelf en daarmee kwamen zij recht tegenover de prinsgezinden te staan. Tussen 1780 en 1795 woedde een pamfletten en spotprenten strijd. Stadhouder Willem de Vijfde moest het hierin nogal ontgelden als het ‘Gelderse zwijn’. In Schiedam wilde men waarschijnlijk vermijden dat men iemand binnenhaalde zoals Johannes die wist hoe hij een drukpers moest bedienen en daarmee pamfletten kon verspreiden.

Astrid Kersseboom en Jan Caluwaerts. Foto NTR

Astrid Kersseboom en Jan Caluwaerts. Foto NTR

Wat niet in de uitzending naar voren kwam is dat in 1793 in Haarlem een akte van indemniteit is afgegeven voor het vertrek van Johannes Hendrik Coemans naar Schiedam. In deze stad mocht Coemans echter geen boekwinkel of drukkerij beginnen. Hij had zijn opleiding tot boekbinder en boekverkoper in Haarlem gevolgd. In het archief van het gilde van boekdrukkers, boekbinders en boekverkopers is zijn naam te vinden in het register van leerjongens aangenomen om te leren boekbinden en boekdrukken, van wie de meesten toch geen meester geworden zijn (toegang 1105, inv. nr. 11).  Op bladzijde 82 wordt hij hierin als leerling ingeschreven onder nr. 388, op 21 april 1789, Johannes Hendrik Coemans bij de meester wed. N. Beets. Dochter Suzanna Margaretha Coemans huwde te Schiedam in 1808 met Jan Stal. Uit dit huwelijk werd Elisabeth Stal geboren. Zij was opgevoed in een weeshuis te Schiedam en erfde van Maria Catharina Coemans, een zuster van grootvader Johannes Hendrik Coemans 200 gulden in 1839. Deze zuster was ongehuwd overleden als provenierse in het St. Anthony Gasthuis te Leeuwarden.

Astrid Kersseboom en Laurens Priester. Foto NTR

Astrid Kersseboom en Laurens Priester. Foto NTR

In de uitzending laat Laurens zien dat uit de stamreeks van Astrid blijkt dat Johannes Hendrikus Coemans in Leeuwarden is gedoopt en dat zijn vader Abraham Coemans ook uit Leeuwarden kwam. In een koopakte is te lezen dat Abraham in 1769 een pand kocht in de Friese hoofdstad. Abraham was echter afkomstig uit Amsterdam. Astrid vertrekt naar Amsterdam om daar van Harmen Snel van het Stadsarchief Amsterdam meer te weten te komen over voorvader Abraham Coemans en de herkomst van zijn kapitaal.

Astrid Kersseboom en Harmen Snel. Foto NTR

Astrid Kersseboom en Harmen Snel. Foto NTR

Harmen vertelt tijdens een boottocht dat Abraham Coemans een koopman was in Leeuwarden. Zijn ouders waren Casparus Coemans en Maria Leermans. Casparus was wijnverlater in Amsterdam. Een wijnverlater was iemand die de wijn meet zodat er belasting over betaald kon worden. De ouders van Maria waren Hendrik Leermans – ook wijnverlater – en Maria van Hooghsteden zij lieten bij testament hun kleinkinderen legaten na, zo ook Abraham Coemans. Hij ontving de som van drieduizend gulden. Ondertussen varen Astrid en Harmen langs de Oude Kerk waar Hendrik in 1729 is begraven.

Ondertrouwregister van Maria van Hooghsteden en Hendrik Leermans. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Ondertrouwregister van Maria van Hooghsteden en Hendrik Leermans. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Familie Leermans

Behalve dat Hendrik Leermans wjinverlater was, belegde hij ook in huizen en dat waren er nogal wat. Harmen toont Astrid een lijst met huizen die Hendrik kocht en verkocht. Dit waren huizen op onder andere het Damrak, de Kloveniersburgwal, Looiersgracht en de Zeedijk, maar ook in de Kalverstraat en Koestraat. De lijst is lang en imponerend, maar nog indrukwekkender is het als Harmen een oude plattegrond van Amsterdam laat zien met daarop ingetekend welke huizen in het bezit waren van Hendrik.

Astrid vraagt zich af of hoe Hendrik aan zijn vermogen kwam. Om het antwoord op die vraag te vinden, gaat ze met Harmen mee naar het Stadsarchief. Daar toont Harmen een poorterboek met daarin de inschrijving van Hendrik. Een poorter was een officiële burger van de stad Amsterdam en iemand met het poorterrecht mocht ook lid van het gilde zijn, zo ook Hendrik. In de inschrijving van Hendrik in het poorterregister is te lezen dat hij afkomstig is uit Brussel.

Familie Van Hooghsteden

Ondertrouwregister van Joannes van Hooghsteden en Baafje Reiniers de Vries. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Ondertrouwregister van Joannes van Hooghsteden en Baafje Reiniers de Vries. Collectie Stadsarchief Amsterdam.


Na het poorterregister toont Harmen het ondertrouwregister van de ouders van Hendrik aan Astrid: Baafje Reiniers de Vries en Joannes van Hooghsteden. Hierin is te lezen dat vader Joannes werd geassisteerd door Theobald van Hooghsteden. Deze Theobald was goudsmid. Na de dood van zijn vrouw Baafje, hield hij Catharijn Jans in huis, zo is te lezen in een confessieboek uit 1649. In confessieboeken zijn de verhoren te lezen van mensen die iets op hun kerfstok hadden. De Catharijn had nog een getrouwde man en afkomstig was uit het spinhuis, een vrouwengevangenis, waar ze voor overspel zat. Als een soort stiefmoeder leefde ze bij Theobald en mishandelde ze haar stiefkinderen. In het confessieboek is te lezen dat ze een ‘boos en ergerlijk leven’ leidde. Het feit dat ze haar stiefkinderen mishandelde, betekent dat de kinderen van Joannes geen fijne jeugd moeten hebben gehad. Zo ook niet zijn dochter Maria die met de al eerder genoemde Hendrik Leermans trouwde.

Confessieboek uit 1649 waarin te lezen is over Theobald Hooghsteden en Catharijn Jans. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Confessieboek uit 1649 waarin te lezen is over Theobald Hooghsteden en Catharijn Jans. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Familiewapen

Astrid vertrekt naar Brussel om het spoor op te pakken van de familie Leermans, de vermogende tak die in Amsterdam terecht kwam. In het Archief van de Stad Brussel worden aktes bewaard waarin de familie van Hendrik Leermans wordt vermeld. Astrid heeft er een afspraak met genealoog Jan Caluwaerts. Hij laat Astrid als eerste de doopakte van Hendrik Leermans zien. Daarin is te lezen dat hij werd geboren op 15 september 1643. De vader van Hendrik was Johannes Leermans, hij was een groot handelaar in Brussel en woonde in het Hof van Holland. Toen Johannes in 1669 – het jaar na de beruchte pestepidemie – stierf, kwamen het huis en diverse bezittingen bij de kinderen terecht. Hendrik gebruikte zijn erfdeel om in Amsterdam een kapitaal mee op te bouwen. In de archieven is een volmacht te lezen waarin staat dat hij zijn zaken delegeert omdat hij na het overlijden van zijn vader van plan is om te vertrekken. Dat is ook gebeurd, Hendrik ging naar Amsterdam.

Om de familie Leermans nog beter te bestuderen komen we uit bij de dochter van een van de broers van Hendrik. Zij werd begijntje en maakte in 1716 haar testament op waarop een zegel te zien is met daarin het familiewapen. Het wapen van de familie Leermans is typisch Zuid-Nederlands. Dat is onder andere te zien aan het spits afbeelden van het wapenschild, maar ook de hermelijnstaartjes in de rechterhoek en het vierendelen van het wapen. Astrid krijgt van Jan een hangertje mee met daarop het familiewapen.

Na het bezoek aan het archief neemt Astrid nog een kijkje bij de Sint-Katelijnekerk, de kerk van de parochie waar haar familie Leermans woonde. Ze kijkt terug op een bijzondere zoektocht:

‘Fascinerend hoe mensen door de eeuwen heen het heft in eigen handen hebben genomen. Dat zijn mijn voorouders en heeft dus ook invloed op mijn leven. De keuzes die zij hebben gemaakt, hebben er uiteindelijk ertoe geleid dat ik geboren ben.’

Buitenlandse voorouders

Tot slot, wat niet in de uitzending naar voren komt is dat niet veel voorouders in de kwartierstaat van Astrid, zo’n acht generaties terug, afkomstig zijn uit het buitenland. Franciscus Beukers, een voorouder van overgrootmoeder Hagendoorn, is rond 1750 geboren te Osnabrück en vestigde zich te Schiedam. Zijn zoon Johannes Beukers was daar in 1818 brandersknecht. Peter van Loveren, een voorouder van overgrootmoeder Clara Isabella Michielssen was afkomstig uit Wuestwezel in België. Hij overleed te Zundert in 1821. Zijn dochter was in 1855 bierbrouwster in Zundert evenals haar zoon Johannes Michielssen die bierbrouwer was in dat jaar. Over- en betovergrootvader Van Laarhoven waren eveneens bierbrouwer van beroep.