CBG bronnen
indisch.jpg

Nederlands-Indische GenTalk bij Tong Tong Fair

22 mei 2019

Genealogen krijgen de kans om de presentatie van hun leven te geven. Ze betreden het CBG-podium om hun kennis en ervaring op het gebied van familiehistorisch onderzoek op een zo toegankelijk mogelijke manier te delen. Met inhoud, relevantie en de diversiteit binnen de Nederlands-Indische familiegeschiedenis inspireren de onderzoekers het publiek.

Een GenTalk duurt circa tien minuten. Daarbij zetten de sprekers hun creativiteit in voor een sprankelende en aanstekelijke presentatie. Een moderator begeleidt de GenTalk op de Tong Tong Fair. De GenTalks vinden plaats op zondag 26 mei vanaf 19.30 uur en op vrijdag 31 mei vanaf 15.00 uur in de Studio Tong Tong. Kijk voor actuele informatie ook op de website van de Tong Tong Fair.

Direct na afloop van de GenTalks houdt het CBG een stamboomspreekuur. En het CBG opent de Tong Tong Fair op 23 mei met een kijkje achter de schermen van het onderzoek voor het televisieprogramma Verborgen verleden. Lees hier meer over de CBG-activiteiten op de Tong Tong Fair.

Veel enthousiaste stamboomonderzoekers reageerden op de oproep van het CBG om mee te doen aan deze speciale editie met Nederlands-Indische GenTalks. Hieronder de zes geselecteerde GenTalks in alfabetische volgorde op familienaam.

Terug naar het voorouderlijk dorp

Tjabring van Egten

“Na het uitpluizen van mijn eigen Friese en Groningse familiegeschiedenis waagde ik me aan de roots van mijn vrouw Oe Wang An. De afgelopen tien jaar heb ik me met veel enthousiasme gespecialiseerd in de Chinees-Indische genealogie. Een onderwerp waarvoor de interesse in Nederland groeit. Eeuwenoude Chinese tradities en een flinke dosis geluk zorgden voor een spectaculaire ontknoping.”

CBG Vrienden kunnen de familiegeschiedenis van Tjabring ook lezen in het GenMagazine 2018-4.

Chinees-Indische voorouders

Familie in China geeft tekst en uitleg bij het negentiende-eeuwse familieboek waar de gezamenlijke voorouders in staan. Foto via: Tjabring van Egten

Opa Willems verhaal

Quinten Bastiaan de Visch Eijbergen

“Ik heb nog nooit zo diep gegraven. Ik had het idee dat ik al een erg bewuste Indo was. Ik kende ons collectieve verhaal, ik kende mijn persoonlijke verhaal, maar hoe dieper ik besloot te graven, des te meer ik ontdekte. Ik leerde mijn overgrootvader kennen door de brieven van m’n overgrootmoeder. Ik vond brieven die mijn overgrootvader stuurde naar m’n overgrootmoeder en andersom. Mijn grootmoeder schreef in het Maleis terwijl m’n overgrootvader terugschreef in het Nederlands. Dit is het verhaal van mijn overgrootvader Willem”.

Een ontmoeting met mijn helden

Carel-Vincent Dolf van de Graaff

“In 2012 heeft mijn leven na 23 jaar een dieptepunt bereikt. Ouderloos, dakloos en zonder diploma’s zwerf ik rond. Verstoten door mijn vader, mijn moeder gegrepen door de dood en mijn zusje ver weggestopt in een pleeggezin. In die donkere periode overlijdt mijn oma door een val. Zoveel vragen over haar leven reizen bij mij op. Wie waren mijn voorouders, wie ben ik eigenlijk? Mijn leven bloeit weer op terwijl ik gretig op zoek ga naar de verhalen van mijn Indisch familie. Er valt veel te onderzoeken, omdat ik zowel van moeders- als vaderskant Indisch ben. Via de Javapost kom ik te weten in welke interneringskampen mijn grootvader van vaderszijde heeft gezeten. De verhalen gaan over overleven en overlevingskunst en zijn altijd bedekt met een vleugje humor. De zwart-witportretten uit mijn jeugd van mijn overgrootouders krijgen steeds meer kleur en blijken die van een planter, een handelsreiziger, een diplomaat en, een magiër te zijn. Er figureren ook veel mondige vrouwen op. Zij zijn mijn superhelden, mijn Avengers. Door de ontmoeting met hen voel ik mij in dit leven niet meer zo alleen.”

Het kasteel van Batavia

De markt van Batavia, op de achtergrond de vesting van de VOC. Een Javaanse verkoopt fruit, een Chinees vis en Molukkers voetballen met een rotan bal. Het marktpubliek bestaat uit Japanners, Indiërs, ‘mardijkers’ – vrijgemaakte slaven, herkenbaar aan hun gestreepte kledij – en een Hollands-Indisch echtpaar, gevolgd door hun slaaf met pajoeng (zonnescherm). Het kasteel van Batavia, Andries Beeckman, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hoe Nederlands waren de Nederlands-Indiërs?

Diederik Kelder

“Mijn Oma is geboren in Nederlands Indië. Typisch Indisch, altijd in de weer met pannetjes rijst en verhalen waar het woord klapperboom veel in voor kwam. Ik ben in 2009 als volkomen amateur begonnen met mijn zoektocht en heb nu, 10 jaar later, met hulp van het CBG geleerd over hoe te zoeken naar je Indische roots. Bij stamboomonderzoek in Nederlands-Indië is niets wat het lijkt. Ik kwam van Soerabaja via Singapore, de Filipijnen en Spanje terecht in Malta. Meest intrigerende ervaring was dat de zoekvraag zich gaandeweg ontwikkelde van, hoe zit het met mijn Indische roots, naar hoe en waarom zijn mijn voorvaderen in de 19de eeuw naar Nederlands-Indië gegaan en waar kwamen ze vandaan?”

De suikerfabriek van opa Visser

Eric Visser

“Ik ben geboren in Medan in 1947. Mijn vader was daar douaneambtenaar en in 1952 gerepatrieerd naar Nederland. Nu ik gepensioneerd ben, duik ik regelmatig in mijn familiegeschiedenis naast incidentele consultancy projecten als PUM-vrijwilliger in Indonesië, Centraal en Zuid-Amerika en Afrika. Recent reisde ik af naar Midden-Java om de suikerfabriek en huizen van opa Visser te zoeken. Opa werkte voor de Nederlandse Handel Maatschappij. Ik vond de fabriek en de huizen in Ketangungan en Bandoeng ook. Mijn vader is in 1914 in het eerste huis geboren. Een bijzonder resultaat in mijn zoektocht: het huis staat er nog!”

Geen "Gezicht": noch Indo, noch Molukker of anderszins

Renée Wortman

“Vandaag de dag wordt veel geschreven over Indo's en Molukkers. Er is ook een groep die nog lang na de onafhankelijkheid in Indonesië bleef. Deze groep is wit en niet herkenbaar als zijnde Indo. Deze groep wordt nergens beschreven. Toch ben ik niet de enige. Mijn familieonderzoek begint eind 2010 als ik een reis naar mijn geboorteland Indonesië maak met mijn kinderen en hun partners. Mijn ouders, met destijds nog twee kinderen, vertrokken rond 1959 pas uit Indonesië naar Nederland. Ik behoor dus niet tot degene die gerepatrieerd zijn. Vragen aan ouders, ooms of tantes kon ik nu niet meer stellen. In mijn ontdekkingstocht bleken mijn voorouders op andere plekken geboren te zijn dan iedereen dacht. Ik kreeg een stamkaart van de kampen aan de Birmaspoorlijn onder ogen en bezocht de erebegraafplaats in Semarang. Ik zoek met hulp van de Indische themapagina van het CBG naar meer antwoorden en kijk uit naar de volgende verrassingen in mijn familiegeschiedenis.”