Optieverklaring
Ruim dertigduizend Nederlanders kozen na de Indonesische onafhankelijkheid voor het Indonesische staatsburgerschap. Daarvoor moesten zij vóór eind 1951 een zogeheten ‘optieverklaring’ afleggen. De meesten van hen wilden later alsnog naar Nederland. Deze ‘spijtoptanten’ kregen in de jaren 1960 daartoe de mogelijkheid, toen het toelatingsbeleid van de Nederlandse regering minder streng werd.
Lijsten met optieverklaringen werden gepubliceerd in het Indonesische Staatsblad. Het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis beschikt over fotokopieën van de lijsten in het Staatsblad. De lijsten bevatten familienaam en voornamen van de ‘optant’, geboorteplaats en -datum en de datum en plaats van de optieverklaring. De optieverklaringen zelf zijn eigendom van het Ministerie van Justitie, maar zij zijn in bewaring gegeven aan het CBG. Ze bevatten ook gegevens over de ouders en de eventuele echtgenoot (of echtgenote) en minderjarige kinderen van de optant. Zowel de lijsten als de optieverklaringen zelf zijn niet openbaar toegankelijk, maar het CBG kan in bepaalde gevallen op verzoek informatie verstrekken. Neem daarvoor contact op met service@cbg.nl.
De juridische ongelijkheid tussen Europeanen en niet-Europeanen zorgde niet alleen voor grote maatschappelijke scheidslijnen, maar heeft ook grote genealogische gevolgen. Zo had de burgerlijke stand van Nederlands-Indië (1828-) heel lang uitsluitend betrekking op Europeanen.