Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Malou Gorter

Malou Gorter heeft in talloze tv-series en theaterstukken gespeeld. Een daarvan, De plantage van onze voorouders, is gebaseerd op de gelijknamige podcast en gaat over het slavernijverleden – iets dat tijdens de zoektocht naar haar eigen verborgen verleden opeens heel dichtbij komt.

Bekijk de aflevering op NPO Start:

Actrice Malou Gorter is opgegroeid in Haarlem, waar haar opa en oma Gorter elkaar in een weeshuis hebben ontmoet. Ze weet niet veel van hen, omdat haar vader jong is overleden en de band met de familie daarna wat verslapte. Ze is heel nieuwsgierig naar hoe de ontmoeting tussen haar grootouders is gegaan.

Krankzinnigheid

In het voormalige weeshuis, het St. Jacobs Godshuis, laat bestuurslid Xander Alfering haar een aantal documenten zien die te maken hebben met haar grootouders. Zo is er de inschrijving van opa Albert Gorter, met daarbij de namen van zijn ouders: Remmelt Gorter en Anna Engelina Poortman. Zij zijn in 1908 en 1910 overleden, waardoor Albert en zijn jongere broertje in het weeshuis terecht zijn gekomen. Bij Malous grootmoeder Maria Johanna Jansen staat echter slechts het overlijden van de moeder vermeld. Haar vader leefde nog, maar was opgenomen in een psychiatrische inrichting ‘wegens ongeneeslijk verklaarde krankzinnigheid’. In het Noord-Hollands Archief laat publieksspecialist Lise Koning Malou zien hoe en waarom haar overgrootvader in ’krankzinnigengesticht’ Meerenberg is opgenomen.

Archieven van geneeskundige of psychiatrische instellingen zijn lang niet altijd openbaar. Kijk op de websites van provinciale, regionale of stadsarchieven welke je in kunt zien, en voor welke je speciale toestemming nodig hebt. De medewerkers van de betreffende archiefinstelling kunnen je er meer over vertellen.

Malou realiseert zich dat deze gebeurtenissen een grote invloed hebben gehad op het leven van haar oma en dus ook van haar vader. ‘Ik wist niet zo goed hoe ik naar mijn oma moest kijken’, zegt ze, ‘maar nu wordt het een veel menselijker verhaal.’ Om op een wat vrolijker noot te eindigen, laat Lise haar een formulier zien waarop staat te lezen waar haar overgrootvader zich het liefste mee bezighield: toneel. ‘Ach’, glimlacht ze, ‘het zat er toch in.’

‘Ik wist niet goed hoe ik naar mijn oma moest kijken, maar nu wordt het een veel menselijker verhaal.’

Malous overgrootmoeder Johanna Maria Alida Kelderman komt uit een bijzondere familie. Om hier meer over te weten te komen, gaat Malou naar de Evangelische Broedergemeente in Zeist. Historicus Ramona Negrón vertelt haar over haar voorvader Willem Johan Pieter Kelderman, wiens vader deel uitmaakte van de patriottenbeweging: mensen uit veelal hogere kringen die pleitten voor democratisering van het landsbestuur. De personendatabase van het CBG WieWasWie bevat een groot aantal notariële akten op naam van deze Coenraad Willem Kelderman (en wellicht ook van een of meer van jouw voorouders). Nadat de patriotten in 1787 waren verslagen, vluchtte Coenraad Willem naar Duitsland. Willems moeder was al jong overleden, dus ook hij was zo goed als wees, en werd samen met zijn zussen opgenomen door de Evangelische Broedergemeente. Later werd hij luitenant in het leger en uitgezonden naar Suriname en Berbice (een deel van het tegenwoordige Guyana, destijds een Nederlandse kolonie). Naast zijn inschrijving in het militaire stamboek krijgt Malou ook een advertentie te zien waarin Willem een stuk land te koop aanbiedt, inclusief gebouwen én zestig tot slaaf gemaakten. Dit raakt Malou diep.

Tip: heb jij ook voorouders wiens spoor naar voormalige Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika leiden? In de database van het Nationaal Archief vind je naast slavernijbronnen ook archiefstukken met betrekking tot het bestuur van Berbice, Demerary en Essequebo (samen het huidige Guyana).

Malou Gorter met bestuurslid Xander Alfering in het St. Jacobs Godshuis in Haarlem. Foto: NTR/BlazHoffski

Malous voorouders Johan de Mauregnault en Marguerite le Prince, toegeschreven aan Adriaen Thomasz Key. Wikimedia Commons.

 

Gedeserteerd

Na zijn terugkeer naar Nederland ging het bergafwaarts met Willem, en daardoor ook met zijn gezin. Zijn vrouw kwam in het armenhuis terecht, en zijn kinderen in de armenkoloniën in Veenhuizen. Wat de uitzending niet haalde, was dat zijn zoon Lodewijk Willem Antonij Kelderman (de broer van Malous voorvader George Alexander) op 29 september 1843 aankwam in het Eerste Etablissement, deserteerde (wegliep) op 11 december, en weer terugkeerde op 12 december. In 1844 overleed hij er, slechts 15 jaar oud. Vermoed je dat jij ook voorouders hebt die in Veenhuizen terecht zijn gekomen? Je vindt eenvoudig informatie over hen terug via de website AlleKolonisten.

Beleg van Haarlem

De volgende stop in Malous zoektocht leidt naar Veere in Zeeland, waar de wortels liggen van Willems moeder Johanna Gerardina de Mauregnault. Stadsarchivaris Peter Blom vertelt Malou dat zij uit een voor de stad belangrijke familie stamt. Generaties lang bekleedden de De Mauregnaults zeer aanzienlijke functies: raad, schepen, baljuw (oftewel bestuurders en rechters). Hun graven zijn in de Franse tijd verwoest, maar er zijn nog wel twee portretten te zien van Malous voorouders Johan de Mauregnault en Marguerite le Prince. Zij maken de cirkel rond: Malou keert terug naar haar geboortestad, waar Johan een belangrijke rol speelde in het beleg van Haarlem. In de Grote of St. Bavokerk leest Malou dat hij als kapitein van een regiment Walen tegen de Spanjaarden had gevochten en daarvoor tot ridder werd geslagen. “Wel raar dat ik hier mijn hele jeugd heb gelopen […] en dit niet wist”, merkt Malou op. “Ik vind het wel bijzonder nu zelf mee te maken wat je allemaal meeneemt uit je geschiedenis. Dat is eigenlijk toch ook leerzaam.”