In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd (tot ongeveer 1800) konden inwoners van een stad poorter [link naar begrip Poorter] worden. Zij hadden meer rechten dan andere bewoners, maar ook verplichtingen. Voor het uitoefenen van bepaalde beroepen kon het poorterschap nuttig zijn. Lidmaatschap van bepaalde gilden [link naar begrip Gilde] was namelijk alleen toegankelijk voor poorters. Alle poorters werden ingeschreven in poorterboeken, ook wel burgerboeken genoemd, en bij inschrijving kreeg de persoon in kwestie een briefje waarmee hij kon aantonen dat hij poorter was. Indien beschikbaar kun je de poorterboeken inzien bij regionale of stadsarchieven, al dan niet gedigitaliseerd. Ze bevatten informatie over de naam van de nieuwe poorter, het aankoopbedrag, het beroep en de plaats van herkomst.
Tip: wanneer poorterboeken ontbreken, kan de koop van het poorterschap zijn opgetekend in de stadsrekeningen (met vermelding van de namen van de nieuwe poorters of als anonieme verzamelpost).