De overkoepelende term militieregisters wordt gebruikt voor de registratie van de lotingsprocedure en het verloop van de dienstplichtperiode. Omdat elke dienstplichtige zich inschreef, komen alle Nederlandse jongens die vanaf ongeveer 1811 ouder dan achttien jaar waren hierin voor. Ook als jongens waren uitgeloot voor de dienstplicht, een vrijstelling kregen of een vervanger (remplaçant) hadden ingehuurd, werd dat geregistreerd. Door deze brede dekking is er een heel goede kans dat je Nederlandse voorvaderen in de militieregisters terug zult vinden.
De militieregisters bevatten allerlei gegevens: naam van de dienstplichtige, geboortedatum, geboorteplaats, beroep, namen van de ouders, signalement, reden voor vrijstelling of afkeuring, datum van inlijving en het regiment waarbij de dienstplichtige werd ingelijfd. Wie ingeloot was kon zijn nummer ruilen met iemand die een hoger nummer had op de lijst en daarmee was vrijgesteld. Dit heet nummerwisseling. Iemand die ingeloot was kon zich ook laten vervangen door een remplaçant, een plaatsvervanger van buiten de lijst. Wie de werkelijke dienst ontliep door gebruik te maken van een nummerwisselaar of remplaçant betaalde zijn plaatsvervanger hiervoor een aanzienlijk bedrag. De mogelijkheid van plaatsvervanging werd in 1898 afgeschaft. De loting bleef tot 1938 bestaan. Daarna werd iedere dienstplichtige opgeroepen voor militaire dienst.