Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Calmeyer-archief

CBG-collectie
Oorlog
Vervolgonderzoek

De collectie Calmeyer bestaat uit persoonsdossiers van mensen die een herzieningsverzoek hadden ingediend omdat ze vonden dat ze ten onrechte als Jood waren gekwalificeerd. Overeenkomstig Hitlers rassenwetten bepaalde de afkomst van de grootouders of iemand al dan niet Joods was. Calmeyers onderzoek bestond daarom voornamelijk uit genealogisch onderzoek.

De dossiers bevatten allerhande bewijsstukken die de niet-Joodse afkomst moesten aantonen, zoals genealogieën, (al dan niet vervalste) documenten, ontlastende verklaringen van derden, foto’s en soms zelfs röntgenfoto’s. Met deze stukken is de collectie Calmeyer natuurlijk van grote waarde voor het familiehistorisch onderzoek. Let er wel op dat veel van de documenten over de afstamming vervalst zijn, en daarom niet betrouwbaar voor de stamboom.

De collectie bevat zo’n 5.700 namen. De dossiers zijn in verband met de privacy beperkt toegankelijk. Op afspraak kunnen betrokkenen en hun nazaten (en onder bepaalde voorwaarden ook wetenschappers) toegang krijgen. Neem daarvoor contact met ons op.

Vragen over deze bron?

Heeft u een vraag over deze bron? Neem contact met ons op en wij staan u graag te woord.

Verder lezen

Hans-Georg Calmeyer (1903-1972) was een Duits jurist die tijdens de Tweede Wereldoorlog als ambtenaar in Nederland werkte. In die hoedanigheid beoordeelde hij de herzieningsverzoeken van Joden, die zich sinds januari 1941 hadden moeten aanmelden. Na indiening van het verzoek kreeg twee derde van de mensen een plek op de zogenoemde Calmeyer-lijst. Dit betekende dat het in behandeling was genomen door de afdeling die binnen het Commissariaat-Generaal voor Bestuur en Justitie verantwoordelijk was voor de ‘twijfelgevallen’, de Entscheidungsstelle, en er van deportatie voorlopig geen sprake was. De bewijsstukken die werden ingeleverd om de registratie te laten veranderen in ‘niet-Jood’, ‘half-Jood’ of ‘kwart-Jood’ waren veelal gefingeerd. Ook werd er antropologisch ‘bewijs’ geleverd dat iemand niet Joods kon zijn. Als het verzoekschrift werd ingewilligd dan kregen de mensen een half- of kwart-joodse status. Bij ruim tweeduizend mensen is het verzoekschrift ingewilligd, en ten minste 2659 mensen hebben de oorlog overleefd.