CBG bronnen

Verborgen Verleden met Lucia Rijker

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending wordt een aantal familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.

Lucia Rijker is vooral geïnteresseerd in de familie van haar biologische vader Antonius Burgos. Omdat Lucia pas na haar moeders dood in 2005 contact heeft gezocht met haar biologische vader, is het allemaal nog nieuw en op een bepaalde manier ook pijnlijk. ‘Heb ik wel het recht om die bloedlijn uit te zoeken?’ vraagt ze zich tijdens de zoektocht af.

‘Heb ik wel het recht om die bloedlijn uit te zoeken?’
lucia

Om te beginnen ontmoet ze haar neef Edgar Burgos (muzikant, bekend van Trafassi, die we vooral kennen van de ‘kleine wasjes grote wasjes’) die haar vertelt over hun gezamenlijke opa Alfred Burgos (geb. 1890). Een nogal belangrijk, maatschappelijk geëngageerd man in Suriname. Hij was medeoprichter van zowel de Surinaamse volkspartij als de eerste vakbond van Suriname. Volgens de familieoverlevering stamt de familie Burgos niet af van slaven, maar kwamen ze als handelaars van de Engelse Caribische eilanden. ‘Slavenhandelaars?” vraagt Lucia zich af. Slavendrijvers? Nee toch, hé. 

Tijdens de zoektocht in Suriname blijkt echter al snel dat de voorouders van vader Antonius Burgos ‘gelukkig’ wel slaven waren. Zijn betovergrootouders zijn betovergrootmoeders: Mathilda aan de vaderskant en Acoeba aan de moederskant. Beide vrouwen zijn in slavernij geboren of in slavernij gebracht en van beide vrouwen weten we niet wie de vader van hun kinderen was. Dat er vooral sprake is van voormoeders is kenmerkend voor veel Surinaams genealogisch onderzoek.

lucia2

Andere Surinaamse voormoeders

Ook de stamboom van de familie Rijker gaat terug op een voormoeder. Caro Maria (1828) was slavin in Paramaribo. Ze staat geregistreerd als ‘waschmeid’. In 1849 kreeg ze dochter Semelina Frederika en in 1851 Louisa Christina. Beide meisjes zijn in slavernij geboren. Bij hun vrijmaking kregen ze de naam Rijker.

Overlijden jonge moeder en haar tweeling

Lucia’s grootvader van moederskant, Herman van Zuijlen (1907-1984) trouwde in 1931 met Johanna Voorhaar. Zij kregen eind juni 1935 een tweeling, die ze Frederikus en Philippus noemden. Maar na een paar dagen sloeg het noodlot toe en op de tiende juli van dat jaar stierf Frederik, net 13 dagen oud. Zes dagen later stierf Johanna, en weer twee dagen later stierf de kleine Philip. Bijzondere toevalligheid: moeder Johanna en baby Philip vullen met hun overlijdens samen één pagina van het overlijdensregister. Weduwnaar Herman hertrouwde in maart 1937 met Henriëtte Robij, die Lucia’s grootmoeder werd.

Amsterdamse roots

Lucia Rijker is geboren en getogen in Amsterdam-Noord. Leuk om te weten is dan, dat ze van de kant van haar moeder tot ten minste in de vijfde generatie Amsterdamse voorouders heeft. Lucia’s moeder Henriëtte van Zuijlen werd weliswaar geboren in Utrecht, maar trouwde en overleed in Amsterdam. Lucia’s grootmoeder Henriëtte Robij werd in 1906 in Amsterdam geboren uit een Engelse vader – John Roby (Londen 1871) – en een Amsterdamse moeder: Henriëtte Koster (1873). Deze laatste was de dochter van de Amsterdamse boekhandelaar Hendrik Koster (1840) en diens Amsterdamse vrouw Christina Wolff (1836). De vader van Lucia’s betovergrootvader Hendrik Koster, Cornelis Koster, werd in 1803 gedoopt in de Oude Kerk, en ook de ouders van Lucia’s betovergrootmoeder Christina Wolff – Johan Wolff (1810) en Debora Bedding (1808) – waren geboren Amsterdammers.

Schoolhoudster

De moeder van betovergrootvader Hendrik Koster was Hendrika Stap (1802). Zij bleef in het bovenstaande stukje ongenoemd omdat ze in Bloemendaal werd geboren, en dus niet officieel gold als Amsterdamse voorouder, maar waarschijnlijk groeide ze er wel op. Toen ze trouwde met Lucia’s oudvader Cornelis, was hij militair en woonde hij op de Haarlemmerdijk bij de Eenhoornsluis. Hendrika woonde in de Vinkenstraat, samen met haar moeder. In de trouwakte van Hendrika en Cornelis staat vermeld dat Hendrika’s moeder, de weduwe Geertrui Michaëlis, schoolhoudster was. Dat was in die tijd een opmerkelijke positie voor een vrouw. Een bijzondere voormoeder dus (alweer een!). 

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!