CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Jochem Myjer

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden wordt gelegd met behulp van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. In de uitzending wordt een aantal familielijnen uitgewerkt voor de zoektocht van de hoofdpersoon, maar er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen. Naar aanleiding van ons onderzoek geven we op deze pagina’s nog wat extra informatie bij de betreffende uitzending.

De naam Myjer

Het eerste waar Jochem Myjer in deze aflevering opheldering over krijgt is de herkomst (en de spellingswijze) van zijn naam. Harmen Snel laat hem in het stadsarchief van Amsterdam de lijn van de Mijjers zien – allemaal Amsterdammers.

Oudgrootvader (= de zevende generatie) Isak Mijjer (1806-1887) was een vaderloos kind, zijn moeder heette Annaatje Meijjer. Bij haar is de opmerkelijke schrijfwijze van de naam Myjer begonnen, want haar naam Meijer wordt daar ineens geschreven als Mijjer – een schrijffoutje van de pastoor, die, aldus Jochem, dan zeker wel een neutje op had.

Archivaris Snel ging, geheel conform zíjn naam, soepel van de ongehuwde Annaatje over naar haar vader Rijk Meijer (geb. 1744) in Amsterdam en kwam uiteindelijk uit in Duitsland. In werkelijkheid zou het onderzoek voor de meeste genealogen zijn gestopt bij de ongehuwde Annaatje Meijer/Mijjer.

Het is moeilijk zo niet onmogelijk zoeken als je alleen maar een naam hebt die dan ook nog eens zoveel voorkomt als Anna Meijer – genealogen noemen dat een ‘grote naam’, dat wil zeggen een achternaam die heel veel voorkomt. In onze familienamenbank staan er voor nu al zo’n 40 duizend. Na een speurtocht in het bevolkingsregister op de naamcombinatie Isak en Anna Meijer in verschillende spellingsvarianten, vond collega Yvonne Prins, onze ‘Mrs. Verborgen Verleden’, een inschrijving van Isak bij een stiefvader, de man met wie Anna Meijer/Mijjer een aantal jaren na zijn geboorte trouwde. Goddank een huwelijksakte. Dat betekent namen van de ouders en dus aanknopingspunten voor verder onderzoek.

In 1832 trouwde Isak met Anna Buter

Dominees

Edward Bernard Rijnders (1913-1993), Jochems (lievelings)grootvader van moederskant, van wie hij de krullen heeft geërfd, was dominee. Ook overgrootvader Bernard Jacques Cornelis Rijnders (1881-1969) was dominee, en betovergrootvader Dirk Rijnders (1841-1888) eveneens. Daar stopt de lijn van dominees, want oudvader Bernardus Jacques Cornelis Rijnders ( 1799-1827) was veearts.

Geschilderd door Frans Hals

Betovergrootvader Dirk Rijnders, de veeartsenzoon die dominee werd, trouwde in 1871 in Alkmaar met de aldaar geboren jonkvrouw Catharina Barbara van Hogendorp (1853-1917), dochter van Jhr. Mr. Willem Andreas van Hogendorp en Sara Jacoba Druyvesteyn. De vader van Sara Druyvesteyn was Francois Constantijn Willem Druyvesteyn (1782-1859). Hij had verschillende bestuurlijke functies, was lid van de Tweede Kamer en later burgemeester van Alkmaar. Zijn voorvaders bekleedden zes generaties lang, van vader op zoon het ambt van burgemeester van Haarlem. Voorvader Aernout Druyvesteyn (1577-1627) was daarnaast nog brouwer én kunstschilder. Werk van hem is voor zover bekend niet bewaard gebleven, maar hij werd wel zelf op doek vereeuwigd door niemand minder dan collega-schilder Frans Hals.

Andreas Bonn

We blijven nog even bij de voorouders van lievelingsopa Rijnders.

Willem Andreas van Hogendorp was de zoon van Jhr. Mr. Willem van Hogendorp (1765-1835) en Hermina Clara Bonn (1774-1831). Hermina Bonn was de dochter van de beroemde Amsterdamse professor Andreas Bonn – ‘van de Andreas Bonnstraat!’ zoals iedere Amsterdammer dan uitroept.

Behalve als naamgever van die straat heeft Bonn belangrijke sporen verdiend op het gebied van de geneeskunst. Na zijn studie in Leiden en Parijs vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij In 1771 werd benoemd tot hoogleraar in de ontleed- en heelkunde aan het Atheneum; daarmee volgde hij Petrus Camper op – en inderdaad: de Amsterdamse Camperstraat is vlakbij de Andreas Bonnstraat.

meijer

Kunsthandel Douwes 

Ook via de kant van de voorouders Myjer zijn nog tastbare familiesporen te vinden in het straatbeeld van Amsterdam. De moeder van Jochems grootmoeder van vaderskant was Helena Maria Agnes Douwes (1890-1944). Haar overgrootvader Hendrik Douwes vestigde zich in 1805 als decoratieschilder; penseelschilder heette dat in die tijd. Een decoratieschilder schilderde onder meer uithangborden, maakte en restaureerde muurschilderingen, behang en theaterdoeken. Hendriks zoon Evert, Helena’s grootvader, ontwierp zelfs een eigen letter die later bekend stond als ‘Amsterdamse schrijfletter’. De schilderswerkplaats van Hendrik Douwes groeide uit tot de tegenwoordige gerenommeerde Amsterdamse kunsthandel Gebroeders Douwes aan de Stadhouderskade. Maandblad Ons Amsterdam schreef erover.

Italiaanse voorouders

In de kwartierstaat van Jochem Myjer komen we ook Italiaanse voorouders tegen. Pietro Vittore Sormani, in 1791 geboren te Rezzago in Noord-Italië, trok naar Groningen, noemde zich voortaan Pieter Victor en trouwde in 1821 met Catharina Allegonde Witte. Ze kregen negen kinderen met veelal oer-Hollandse namen als (in chronologische volgorde) Johannes, Fredericus, Johanna, Christina, nogmaals Johanna, Antoon, Bernardus, nog een keer Johannes. In de naam van laatstgeborene klinken vaders Italiaanse roots nog het meest door. Zij heette Angelica Rosalie. Helaas werd ze maar een paar maanden oud.

De familielijn naar Jochem loopt via Christina, de vierde dochter van Pietro/Pieter en Catharina. Christina Josepha Elisabeth Sormani trouwde in 1851 in Groningen met de Groninger Johannes Hinderikus Harmannus Raken. Ze kregen dochter Catharina, die de moeder werd van de vader van de oma van Jochem. Zodoende.

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!