CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Jeroen Krabbé

19 november 2016

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden is een onderzoek naar de familiegeschiedenis van de hoofdpersoon. Dat wordt voor een groot deel uitgevoerd door de afdeling expertise van het CBG. Natuurlijk komen niet alle familielijnen en ontdekkingen terug in de aflevering. Daarom zorgen wij bij elke aflevering voor extra achtergrondinformatie.

Door Hester van der Velde

Acteur en schilder Jeroen Krabbé is erg geïnteresseerd in zijn familiegeschiedenis. ‘Ik houd van het uitpluizen van waar ik vandaan kom, dat vind ik heel interessant, want je neemt altijd iets van die mensen mee in je tocht’. Jeroen hoopt intellectuele voorouders uit een ver land te vinden. Hij heeft wel eens gehoord dat zijn Joodse familie aan moederskant, met de naam Reiss, afkomstig was uit Portugal. Reiss zou een verbastering zijn van Rez, koning.

‘Ik houd van het uitpluizen van waar ik vandaan kom, want je neemt altijd iets van die mensen mee in je tocht’
Harmen Snel

Harmen Snel van het Stadsarchief Amsterdam met een lijst voorouders van Jeroen Krabbé. © NTR

Rob van Drie van het CBG zocht voor Jeroen uit of deze familie Reiss inderdaad een Portugees-Joodse familie is. Hij laat Jeroen de huwelijksakte van grootvader Abraham Reiss en Kaatje Bon zien, waarbij een huwelijksbijlagen.">verklaring van onvermogen zat. Hierover schreven we vorige week al dat een dergelijke verklaring niet per definitie op ernstige armoede duidt, maar dat het wel een aanwijzing is dat er weinig geld was. Zo ook in dit geval.

Sefardim & Asjkenazim

Abraham Reiss en zijn ouders woonden in de Amsterdamse Jodenbuurt, in de Jodenbreestraat om precies te zijn. De eerste Joden die zich vanaf eind zestiende eeuw in die buurt aan de rand van Amsterdam vestigden, waren afkomstig uit Spanje en Portugal. Deze Sefardische Joden werkten veelal in de handel en het bankwezen, waren relatief welvarend, en bewogen zich vaak in de sociaal-culturele bovenlaag van de stedelijke bevolking. 

Dit in tegenstelling tot de Joden die vanaf halverwege de zeventiende eeuw vanuit Oost-Europa naar Amsterdam kwamen. Deze Asjkenazische Joden waren gevlucht voor vervolging en kwamen in grote getale berooid in Amsterdam aan. Het overgrote gedeelte van de Joodse gemeenschap leefde onder erbarmelijke omstandigheden in de Jodenbuurt. Rijkere Joden vertrokken graag naar de ‘nieuwe’ oostelijke grachten.   

De familie Reiss was niet welvarend en behoorde ook niet tot de sociaal-culturele bovenlaag van Amsterdam. De vader van Abraham Reiss, Simon Reiss, was bovendien in 1805 geboren in Weikerskruhe, Beieren. Dat wijst eerder op een Oost-Europese dan een Portugese herkomst. In de aflevering zagen we overigens dat er wel degelijk een Sefardische herkomst gevonden was aan moederskant, de familie Azulay in Marokko, via grootmoeder Abigail Pezaro.

Handelaars Stadsarchief Amsterdam

Lazarussteeg (voormalig), handelaars in gebruikte goederen. Gezien richting Jodenbreestraat, 1910 ca. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De naam Kan – deel 2

De Abraham Reiss die in 1805 in Beieren werd geboren, trouwde met Clara Kan uit Leeuwarden. Twee weken geleden schreven we al over de herkomst van de naam ‘Kan’ naar aanleiding van de aflevering over Isa Hoes. Isa’s voorouder Enoch Levie nam in 1811 de naam Kan aan. We vroegen ons af waarom hij juist voor die naam koos.

We vonden ook andere Joden die zich vanaf 1811 ‘Kan’ noemden, zoals bijvoorbeeld Elkan Isak Levie (ook uit Leeuwarden), waarover eerder gemeld werd dat dit waarschijnlijk een verwijzing was naar een woning van de familie die ‘de Kanne’ heette. Omdat de verwijzing naar een woning vast niet op alle ´Kannen´ van toepassing is, doken we hier verder in. Onze naamkundige wees in de richting van de Bijbelse (voor)naam Elkan, de vader van de Samuel. Zou ‘Kan’ daarnaar verwijzen?

Een van de kijkers van Verborgen Verleden die ook ons artikel las, bracht ons afgelopen week op een ander spoor. Zij schreef ons dat de kan van oudsher als symbool wordt gebruikt voor de Levieten, de afstammeling van Levi, de zoon van Jacob. De Levieten staan symbolisch voor gelovigen die verlost zijn, gereinigd, en de kan verwijst vermoedelijk naar het wassen.

En jawel, Clara Kan was de dochter van de venter Joseph Elkan Levij Kan. Mysterie opgelost.  

kan Bron

Een schenkende kan op een steen. De Levieten hebben de taak voor het zegenen de handen van de priesters te wassen. Foto: Joodsleven Obsterland.

Rondreizende artiesten

Hoewel Jeroen hoopte op intellectuele voorouders uit verre landen, gaf hij eveneens aan dat hij een stelletje misdadigers als voorouders ook wel kon waarderen. Gelukkig maar, want voorouder Wolf Hartog bleek zich nogal eens in de nesten te werken, zo zagen we in het Stadsarchief van Amsterdam. Uiteindelijk werd hij uit de stad verbannen, en zo kwam de familie waarschijnlijk in het kermiswereldje terecht. Zoon Mozes Wolf Cosman trouwde namelijk met Betjen Kinsbergen, een telg uit de roemruchte artiestenfamilie Kinsbergen, vol goochelaars, sterke mannen, muzikanten en koorddansers. Het rondreizende bestaan was arm en zwaar en had weinig aanzien. Net als zigeuners werden kermisartiesten vaak met argwaan bekeken. 

kinsbergen goochel

De goochelaar (Kinsbergen) geeft een voorstelling., met o.a. vissenkommen en een kip. Uit Portretten en afbeeldingen van joods Nederland rond 1900, 1850 (ca.). Joods Historisch Museum | Collectie Jaap van Velzen

rondreizend Verzamelingen

Een Kinsbergen als gezochte misdadiger in het Algemeen Politieblad 1893. Klik voor bron.

Joods

'Ik voel me hartstikke Joods' zo werd Jeroen in 2010 in de Volkskrant geciteerd. Het artikel ging over zijn serie schilderijen die hij maakte als monument voor zijn grootvader. Diamantair Abraham Reiss werd in 1943 in Sobibor vermoord en er waren meer familieleden die de oorlog niet overleefden. Jeroen is zich vooral daardoor erg bewust van zijn Joodse afkomst.

Wat hij misschien nog niet weet is dat er hij ook een Joodse voorouder aan vaderskant heeft: de diamanthandelaar Henri Mortjé, geboren in Amsterdam op 25 februari 1813. Hij was een zoon van een logementhouder (Moses Marcus) en een voorzanger (Raatje Michel Israel), en we kwamen hem ook tegen onder de namen Henri Mortier en Henry Mozes Mortje-Cohen.

H.M. Krabbé Verzamelingen

Overgrootvader Heinrich Martin Krabbé (1868-1931) uit onze fotoverzameling in CBG Verzamelingen.

Kunstenaars

Schilder Jeroen komt uit een artistieke familie. Zo maakten we al kennis met de rondreizende ‘kunstenaars’ aan moederskant, maar qua kunst in de moderne zin van het woord moeten we het vooral zoeken aan vaderskant. Jeroens vader was kunstschilder en kunstpedagoog, en opa Heinrich Martin Krabbé (1868-1931) was ook al kunstschilder. Minder bekend is dat Jeroen via oma Krabbé eveneens verwant is aan een kunstschilder, namelijk Johan Adolph Rust (1828-1915).

Rust Rijksmuseum

Gezicht op de Hoge Sluis te Amsterdam, vanaf de Amstel Jachthaven, Johan Adolph Rust, Johan Adolph Rust, 1868. Collectie Rijksmuseum.

Herkomst Krabbé

En de naam Krabbé, waar komt die eigenlijk vandaan? Via CBG Familienamen vinden we verschillende verklaringen voor de naam Krabbe (en de variant Krabbé). Het zou een adresnaam kunnen zijn, bijvoorbeeld refererend aan ‘De Crab’, ‘een bewesten van Dordrecht gelegen streek, met de rivier de Crabbe’. Ook kan het van oorsprong een patroniem zijn , er woonde in 1546 bijvoorbeeld een Crabbe Aukema in de Drentse plaats Roden. In de literatuurverwijzingen vinden we zelfs een verklaring (van Frans Debrabandere) waarin verwezen wordt naar het schaaldier, de krab. ‘Wellicht naar de eigenaardige manier van lopen’.

De variant van Krabbe met de é typeert CBG familienamen als een distinctie: ‘het veranderen van bestaande namen waardoor zij een chic tintje krijgen door toevoeging van accenten (klemtoonverandering), lidwoorden, voorzetsels en andere verfraaiingen, bijvoorbeeld Hoebée < Houben, Louwé < Louwe, De Snoo < Snoo(y)’.

Dat geldt wellicht ook voor Krabbe < Krabbé. Of gaat het hier misschien om een van oorsprong Franse naam?

Om dit uit te kunnen zoeken moeten we de Krabbé-lijn zo ver mogelijk volgen. De oudst bekende naamdrager is Sijbrands Maartense Crabbe. Hij trouwde in 1763 in Rotterdam met Johanna de Visser. Zij was ‘jongedochter van Amsterdam’, hij was ‘jongeman van Mandel’. Mandel is een plaatsje in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts. Geen Frankrijk dus.

De naam van de stamvader is bij de doop van zoon Maarten (06-03-1767) geregistreerd als Sijbrant Maartense Krabbé. Dit zou Jeroens voorvader worden. Drie jaar later, bij de doop van dochter Jesijntie staat er Kralbe, mogelijk een indexeerfout. Getuige van deze doop was trouwens ook een Jesijntje: Jesijntie Sardijn. Toen in 1773 dochter Marija werd gedoopt, stond er weer Krabbé.

Zou het accent tussen 1763 en 1767 bewust zijn toegevoegd (de distinctie)? Of kende de pastoor deze schrijfwijze gewoon niet en schreef hij het daarom zonder zo in het trouwregister? 

leuvebrug Museum Rotterdam

Gezicht op de Leuvehaven en de Leuvebrug (bij de Leuvebrugsteeg) van het zuiden naar het noorden. Links de westzijde van de Leuvehaven. Achter de Leuvebrug is de kleine Wijnbrug over de Wijnhaven zichtbaar, daartboven is vaag de koepel van de Lutherse Kerk te zien. J.H. Weissenbruch, 1859. Collectie Museum Rotterdam.

Van Rotterdam naar Amsterdam

Leuk is dat in deze inschrijvingen in de dtb-registers steeds een aanduiding van de woonplaats wordt vermeld. Bij het huwelijk in 1767 bijvoorbeeld de ‘Schiedamsche Dijk’. De Schiedamsedijk bestaat nog steeds, maar omdat de huidige Korte Hoogstraat, het Vasteland en een deel van de Westzeedijk ook wel als zodanig werden aangeduid, weten we de precieze plek niet. In 1770 werd als woonplaats van de familie Krabbé vermeld ‘op den Dijk bij de Schildersteeg’ en in 1773 in de ‘Leuve Breggesteeg’.

Dankzij de website van het stadsarchief Rotterdam, waarop veel al dan niet verdwenen Rotterdamse straatnamen zijn beschreven, weten we dat de Leuvebrugsteeg zijn naam dankte aan de nabijheid van de Leuvebrug, vernoemd naar de oude kreek 'de Leuve' of 'de Loeve'. Vanaf 1598 begon men daar met het graven van de haven, de Leuvehaven, waarover twee bruggen lagen (de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug). De naam Schildersteeg, ook wel Nieuwe of Korte Leuvestraat genoemd, lag in het verlengde van de Leuvebrugsteeg. Na het bombardement van mei 1940 kwam op ongeveer dezelfde plek de Schilderstraat te liggen. De Krabbés woonden dus ongeveer hier.

De volgende generaties in de stamreeks van Jeroen Krabbé woonden ook in Rotterdam, tot betovergootvader Martin Krabbé naar Amsterdam verhuisde. Zijn zoon Heinrich Martin, de schilder, werd geboren in Londen, maar vestigde zich later in Amsterdam. Als we nog even teruggaan naar CBG Familienamen dan zien we van de Rotterdamse herkomst niets terug: in 2007 waren er voor de naam Krabbé (dus met é) nog maar elf naamdragers in Nederland, en allen woonden in Amsterdam.

Krabbe Familienamen

Het aantal naamdragers van de naam Krabbé in 2007 was elf, allen woonachtig in Amsterdam. De naam Krabbe kwam 446 voor, de meeste in Twente.
Klik voor meer informatie op CBG familienamen.

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!