CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Isa Hoes

5 november 2016

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden is een onderzoek naar de familiegeschiedenis van de hoofdpersoon. Dat wordt voor een groot deel uitgevoerd door de afdeling expertise van het CBG. Natuurlijk komen niet alle familielijnen en ontdekkingen terug in de aflevering. Daarom zorgen wij bij elke aflevering voor extra achtergrondinformatie.

Door Hester van der Velde

Actrice en schrijfster Isa Hoes (Leiden, 1967) komt uit een gemengd Katholiek-Joods huwelijk. In de aflevering beginnen we bij haar Joodse moeder Emma de Winter, die tijdens de Tweede Wereldoorlog op veel verschillende adressen ondergedoken zat. Isa kan haar moeder zelf niet meer vragen naar de onderduikverhalen, haar tante gelukkig nog wel. 

isa

@NTR

Textielfabrikanten en koopmannen

Verder teruggaand in de tijd komen we aan moederskant veel typisch Joodse beroepen tegen, veelal in de textiel. Isa’s grootvader Israël de Winter was bijvoorbeeld ‘grossier’ in textiel en trouwde met een dochter van de grote Twentse textielfabrikant Wolf Kan.

Wolf Kan Verzamelingen

Uit onze verzamelingen. Klik voor de bron in CBG Verzamelingen.

In de aflevering zagen we foto’s en een tekening van de weverijen van Wolf Kan. Het succes van de familie Kan en de andere Joden in Oldenzaal werd hen niet in dank afgenomen. De ‘opstootjes’ in Oldenzaal, waarbij velen zich tegen de Joodse inwoners keerden, zorgden er uiteindelijk voor dat de familie naar Enschede verhuisde.

Onderaan deze pagina vind je de links naar het sterk gekleurde bericht uit het Weekblad van Oldenzaal en naar een ingezonden brief van ‘een Protestant, die zich aan dom bijgeloof ergert’, waarin hij zich tegen de berichtgeving zelf én het anti-Joodse sentiment afzet. 

jodenstandje

Het bericht over de anti-joodse 'opstootjes' in Oldenzaal in 1892, door De Tijd geciteerd van het Weekblad van Oldenzaal. Rechts een tegengeluid in de Tubantia.

Naamsaanneming

Volgen we de Kan-lijn zo ver mogelijk terug, dan komen we uit bij stamvader Enoch Levie. Hij nam als eerste de naam Kan aan. Deze verandering van naam had alles te maken met de Franse overheersing ten tijde van Napoleon. Op zijn gezag werden alle Nederlanders die nog geen familienaam gebruikten verplicht om een familienaam te laten registreren. In deze tijd had namelijk nog lang niet iedereen een (vaste) achternaam.

Mensen gebruikten bijvoorbeeld een patroniem, een verwijzing naar de voornaam van de vader (Jans, Willems), of ze noemden zich naar de plek waar ze woonden, zoals een hoeve of gebied (Nijhof, Lieftink). Voor beide varianten geldt dat ze veranderlijk waren: bij een nieuwe generatie of een verhuizing werd de naam gewijzigd. Door de vastlegging van familienamen in registers van naamsaanneming kwam aan die veranderlijkheid een eind.

Elkan Alle Friezen

Akte van naamsaanneming van Elkan Isack Levy Kan, 1811 Leeuwarden.

Van Levie naar Kan

Enoch Levie, liet ‘Kan’ als achternaam vastleggen. Waarom koos hij voor die naam? Hij had bijvoorbeeld ook ‘Levie’ kunnen laten vastleggen.

Archivaris Niels Bakker van het Stadsarchief Oldenzaal vermoedt dat de naam gekozen werd omdat hij een neutrale klank had, niet zo uitgesproken Joods als Levie. Met de anti-Joodse ‘opstootjes’ in het achterhoofd geen gekke verklaring. Maar waarom dan ‘Kan’?

Tussen de literatuurverwijzingen bij de naam Kan in de databank CBG Familienamen zien we ook de vermelding van ene Elkan Isak Levie, die in 1811 eveneens de naam Kan aannam, met de verklaring ‘Hoogstwaarschijnlijk is de achternaam ontleend aan het huis De Kanne, St. Jacobsstraat 1, waar de familie lange tijd heeft gewoond en dat voordien toebehoorde aan de chirurgijn Claes Kanne’.

CBG naamkundige Leendert Brouwer wijst ons na nader onderzoek op een andere mogelijkheid: ‘Het is misschien wel frappant dat Elkan Levie of diens familie in de Kanne heeft gewoond, maar bij Joodse Kan-namen kunnen we (ook) een verwijzing naar de Bijbelse persoonsnaam ‘Elkan’ zien: Hebreeuws voor ‘God heeft in bezit genomen, verworven', de naam van onder meer de vader van Samuel.’

Elkanah_and_wives_illuminated_letter.jpg

De bijbelse Elkana, vader van Samuel, hier met zijn vrouwen.

Een markante Jood in Oisterwijk

Een van Isa’s verre voorouders, via de lijn De Winter, is Salomon Simon (1704-1794). Hij was een van de twee eerste joden die zich in Oisterwijk vestigden. In het Jaarboek CBG uit 1972 wijdde W. de Vries een heel artikel aan deze ‘markante man’. Volgens een akte van 21 mei 1743 ‘geneerde’ Salomon zich als ’inwoonder der Vrijheid met slagten of beenhacken en ‘t vleesch alhier te vercoopen’. Hij was dus slager.

Salomon Simon zou geen gemakkelijk karakter hebben gehad.

‘Zijn kennelijk felle manier van reageren bracht hem nogal eens in conflict met anderen en daarbij kwam het af en toe zelfs tot handtastelijkheden. In 1750 beweerde hij bij een ruzie met Willem van Heusden te Esch door laatstgenoemde met een mes gestoken te zijn en in datzelfde jaar typeerde hij in drift zijn geloofsgenoot David Hertog als een schelm, die een valse eed afgelegd zou hebben. Hij verklaarde toen tevens, dat hij hem bij een bezoek aan Amsterdam wel eens zou “af laten kloppen”. In 1754 was Salomon Simon opnieuw in een ruzie verwikkeld, ditmaal met Willem de Gier, die hem mishandeld zou hebben, en zelfs zijn leeftijd van ongeveer 72 jaren schijnt hem niet te hebben belet daadwerkelijk deel te nemen aan een handgemeen, dat op 5 okt. 1776 voorviel in de Joodse synagoge’.

Hierna volgt een getuigenverslag van het gevecht in de synagoge waarin werd ‘geplukt, gestampt en geslagen’, met een ‘blicke Fonteyntje’ werd gesmeten en met kandelaars geslagen onder het geschreeuw ‘Trekt hem daaraf, gooyt hem de kerk uyt, schopt hem’.

Niet zo fraai, maar gelukkig stond Salomon tegelijkertijd bekend als zeer gastvrij. Hij bood veelvuldig onderdak aan Joden die, waarschijnlijk vanwege een reizend beroep, Oisterwijk aandeden.

n-brabant.gif

Noord-Brabant op de kaart van Nederland van Johannes Janssonius uit 1658.

Hoes in Brabant

Nu naar vaderskant, de Katholieke familie Hoes.

Isa’s opa Marcellus Johannes Josephus Hoes was directeur van een zuivelfabriek. Haar overgrootvader Agnestinus was broodbakker. De vader van de broodbakker, Henricus Hoes (ook Hendrikus, 1808-1872), was timmerman, net als zijn vader Marcellus. Opvallend is dat vanaf Marcellus (en verder terug terug) de naam geschreven wordt als ‘Hoefs’.

Het is een echte Brabantse aangelegenheid: via Den Dungen, Hooge en Lage Zwaluwe, en Ooijen en Teeffelen, komen we in Berghem uit. Daar woonde Marcellus Hoefs en zijn voorvaderen tot aan Jan Hoefs, de vroegst bekende voorvader.

Met deze Jan Hoefs uit Berghem is de familiegeschiedenis van Isa Hoes teruggeleid tot ongeveer 1560. Dat is toch heel bijzonder!

Zuivel BHIC

2e van links boven is Directeur Hoes van de stoomzuivelfabriek 'St. Jacobus'. Foto: BHIC.

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!