CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Hanneke Groenteman

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden is een onderzoek naar de familiegeschiedenis van de hoofdpersoon. Dat wordt voor een groot deel uitgevoerd door de afdeling expertise van het CBG. Natuurlijk komen niet alle familielijnen en ontdekkingen terug in de aflevering. Daarom zorgen wij bij elke aflevering voor extra achtergrondinformatie.

25mrt_Hanneke_Groenteman_in_Brussel_©NTR.jpg

Hanneke Groenteman in Brussel. Bron: NTR

Door Lilian de Bruijn

Hanneke Groenteman is vooral nieuwsgierig naar de voorouders van vaderskant – de ‘Groentemannen’. Allemaal Amsterdammers, zo laat archivaris Harmen Snel haar in het Amsterdams stadsarchief zien. Hannekes voorouders zijn zowel aan vaders- als aan moederskant tot in de achttiende eeuw in Amsterdam geboren en getogen. ‘Dat maakt me trots’, zegt Hanneke, ‘want ik voel me ook zo Amsterdams.’ 

‘Dat maakt me trots, want ik voel me ook zo Amsterdams’

Harmen benadrukt dat het uitzonderlijk is, dat het hele voorgeslacht tweehonderd jaar lang Amsterdams is. ’De joodse Amsterdammer is eigenlijk de enige echte Amsterdammer,’ voegt hij eraan toe. ‘Er zijn weinig niet-joodse Amsterdammers van wie alle voorouders hier geboren en getogen zijn.’

De oudste registratie die in het stadsarchief te vinden is van de Groenteman-voorvaders is die in het besnijdenisregister. Daar staat – in het Hebreeuws – genoteerd dat Barend Groenteman, zoon van Abraham, werd besneden in 1794. Bij voorvader Abraham Groenteman en zijn vrouw Rachel Barend ligt dus het begin. Waar zij vandaan kwamen, is niet bekend.  

De meeste voorouders van Hanneke zijn zogenoemde Asjkenasische joden – oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Europa. Net als Jeroen Krabbé in een vorige aflevering van Verborgen verleden aangaf, zou ze toch wel graag wat zuidelijk Sefardisch joods in haar stamboom willen terugvinden. Via grootmoeder Abigael Vleeskruijer komt Hanneke terecht in een lijn van Sefardische joods-Portugese voorouders – met namen als Nunes Nabarro, Lopes Cardozo, Jessurun Lobo, Henriques Coelho.

‘Now we’re talking,’ verzucht Hanneke als Harmen Snel haar die lijn van voorouders tot in het begin van de zeventiende eeuw laat zien. ‘Eindelijk komen we ergens.’

Voorvader Bento/Baruch Osorio (1559-1644), een zeer rijke koopman, kwam in 1610 vanuit Lissabon naar Amsterdam. Een van de vele Portugese joden in die periode, op de vlucht voor de Inquisitie. De Portugese joden werden gedwongen zich te bekeren tot ‘nieuwe christenen’, maar werden vervolgens op ieder vermoeden van ‘stiekem jood zijn’ opgepakt en terechtgesteld. Nadat ze in Ouderkerk aan de Amstel het graf van haar voorvader Osorio heeft bezocht, reist Hanneke af naar Lissabon. Daar krijgt ze documenten te zien waaruit blijkt dat haar voorvader door een katholieke spion in de gaten werd gehouden en dus terecht moest vrezen voor zijn leven.

jodenbreestraat.jpg

De Jodenbreestraat rond 1900. Via fotos.serc.nl

Patroniem op Portugees-joodse wijze

De moeder van grootmoeder Abigael Vleeskruijer (1878-1943) heette Ester Blanes (1849-1917), dochter van Jacob Blanes (1815-1889). Bij hen begint de Sefardische lijn in Hannekes kwartierstaat. Wat opvalt, behalve de mooie Portugese namen, is ook de bijzondere manier van naamgeving. Jacob Blanes’ ouders heetten David van Joseph Blanes en Sara van Isaac Sarphatij. De moeder van Ester Blanes heette Abigael van Abraham Lopes Cardozo (1817-1854). En verder terug zien we namen als : Abraham van Jacob Lopes Cardozo; Jacob de Abraham Lopes Cardozo; Jacob de David Jessurun Lobo; Ester de David de Emanuel Baruch. Dit was dus feitelijk het toevoegen van patroniemen (vergelijk Kenau Simondr Hasselaer), een gewoonte die rond 1811 vrijwel verdween met het registreren van ‘vaste’ achternamen.

Parijs, Londen en New York

De Groentemannen waren dan wel allemaal Amsterdammers van geboorte, dat hoefde niet te betekenen dat ze hun hele leven in Mokum bleven wonen en werken. Overgrootvader Machiel Groenteman (1840-1912) trouwde in de zomer van 1865 met Helena van Dal (1843-1910). Ze woonden in de Rapenburgerstraat op nummer 147. Machiel was venter, koopman. In 1874 vertrokken Machiel en Helena naar Parijs. Ze namen hun vier kinderen mee, maar keerden na een maand of vier weer terug. In 1889 gingen ze, met inmiddels acht kinderen, naar Londen. Daar hielden ze het iets langer vol; in juli 1890 keerden ze terug na een verblijf van ruim zeven maanden. Was er tijdelijk (afgesproken) werk in die steden, reisden ze met iemand mee of probeerden ze elders een bestaan op te bouwen? Hun dochter Branca vertrok later voor enige tijd met man en kinderen naar New York. Ook hun zoon Isaac Groenteman, die later Hannekes grootvader werd, woonde van 1895 tot 1899 in New York. Zowel Branca’s man Meijer Groen als Isaac Groenteman was diamantslijper. Misschien werkten ze ook in New York in de diamant-business.

bevolkingsregister Stadsarchief Amsterdam

In het bevolkingsregister zijn de verhuizingen naar Londen en New York te zien. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Onderlinge zorg

Het sociale en culturele leven van de Amsterdamse joden speelde zich vrijwel volledig binnen de joodse gemeenschap af. Zo waren er aan het eind van de negentiende eeuw verschillende (mannen)zangkoren met namen als ‘Oefening Baart Kunst’, de ‘Dilettanten Club’, ‘Zanglust’ of ‘Kunst en Vriendschap’, met nationale en internationale optredens. In 1876 werd er zelfs op initiatief van het koor OBK een eigen gebouw neergezet: Plancius in de Kerklaan (tegenover Artis); tegenwoordig de behuizing van het Verzetsmuseum. 

De opbrengst van optredens werd soms ingezet voor financiële steun aan anderen, dichtbij en veraf. Zo vonden we een berichtje in het NIW (Nieuw Israelitisch Weekblad) van november 1883: Secretaris Machiel Groenteman, wonende Zandstraat 38 boven, riep ‘het Joodsche publiek’ namens het koor Ohabeh Sjier op, naar een optreden te komen in ‘het lokaal Plancius, Plantage’. Het optreden zou plaatsvinden op vrijdagavond en zaterdagochtend 23 en 24 november, en de opbrengst zou ‘geheel ten voordeele strekken van hen, die door den jongsten ramp op Java zoo zwaar geteisterd zijn geworden. Bestuurderen verwachten dan ook én met het oog op de plechtige Godsdienstoefeningen op die dagen, én met dat op onze ongelukkige zoo zwaar beproefde Overzeesche broeders en zusters in onze Oost-Indische bezittingen, een zoo groote deelneming, dat de zaal de belangstellenden niet bevatten kan.’

Op 27 augustus 1883 barstte de vulkaan Krakatau, in de straat Soenda tussen Java en Sumatra, uit. De tsunami die hiervan het gevolg was, kostte ruim 36 duizend mensen het leven en hele steden en dorpen werden weggespoeld.

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!