CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Albert Verlinde

1 april 2017

De basis voor elke aflevering van Verborgen Verleden is een onderzoek naar de familiegeschiedenis van de hoofdpersoon. Dat wordt voor een groot deel uitgevoerd door de afdeling expertise van het CBG. Natuurlijk komen niet alle familielijnen en ontdekkingen terug in de aflevering. Daarom zorgen wij bij elke aflevering voor extra achtergrondinformatie.

'Eigenlijk zie ik heel veel van mezelf terug in mijn voorouders'
1apr_Albert_Verlinde_©NTR.png

Albert Verlinde ©NTR

Door Hester van der Velde

Presentator en musicalproducent Albert Verlinde ('s-Hertogenbosch, 1961) gaat in Verborgen Verleden van 1 april 2017 op zoek naar zijn familieverleden. Albert is geïnteresseerd in de ervaringen van zijn vader en grootouders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat er nooit over gesproken werd, was het duidelijk dat de oorlog diepe sporen achtergelaten had. Vooral oma Van Kooten was getraumatiseerd door het geweld in de slag om 's-Hertogenbosch eind oktober 1944.

Alberts grootouders woonden destijds in de Seringenstraat, in de villawijk Hinthamerpark. In die wijk was de staf van luitenant-generaal Friedrich Neumann ingekwartierd, die Den Bosch koste wat kost probeerde te verdedigen. De buurt lag daarom zwaar onder vuur van de geallieerden. De familie Verlinde overleefde de granaataanval door onder te duiken in een zelfgemaakte schuilkelder. De hele wijk raakte ernstig beschadigd, en van het huis van de Verlindes bleef niets over. 

Seringenstraat Erfgoed 's-Hertogenbosch

De Seringenstraat na de gevechten. Foto: L. v.d. Bergh/Erfgoed 's-Hertogenbosch

Riet Bogaerts-Bechtold woonde in de aan de Seringenstraat grenzende Kamperfoeliestraat. Net als Alberts grootouders had zij officieren in huis en maakte ze de granaatregens in deze buurt mee. In de documentaire’ de bevrijding van ’s-Hertogenbosch’ uit 1985 vertelde ze over hoe ze schuilde voor de vuurzee:

Riet Bogaerts-Bechtold moet tijdens de bombardementen van de Britten vluchten naar een bunker om te schuilen. Uit de documentaire 'De bevrijding van 's-Hertogenbosch' 1985.

De gevechten om 's-Hertogenbosch duurden ruim 4 dagen, waarbij 236 Bosschenaren omkwamen en 136 geallieerde soldaten. Ook 10.000 gebouwen raakten beschadigd. 

Verlinde, zonder ‘n’

Albert vroeg zich af waar de Verlindes vandaan komen, en wat de oorsprong van de naam Verlinde, zonder ’n, is. Een email van CBG-onderzoekster Yvonne Prins wijst Albert naar de provincie Zeeland. Voorouder Lauweris Petrus Verlinde (1827-1897) was schipper in Colijnsplaat. Zijn ouders, Petrus Verlinde en Zacharina Hogerheijde, trouwden daar ook in 1813. Albert bezocht in de aflevering de kerk waar het huwelijk plaatsvond. 

Petrus Verlinde ZeeuwenGezocht

De ondertekening van de huwelijksakte van Petrus Verlinde en Zacharina Hogerheijde in 1813. De akte is in het Frans opgesteld en is het eerste huwelijk in Colijnsplaat van het jaar 1813. Klik op de knop 'ZeeuwenGezocht' om de hele akte te bekijken.

We gaan nog een stuk verder terug in de tijd. Petrus Verlinde (ca. 1774-1855), zelf ook schipper, werd geboren in Terneuzen als een van de 25 kinderen van Jacobus Verlinde (ca. 1725-1792). Geen wonder dat er tegenwoordig in Terneuzen nog heel veel ‘Verlindes’ wonen!

Jacobus (ca. 1725-1792) was burgemeester van Terneuzen. En zijn vader Adriaan bleek een rijk man, zo bezat heel veel boeken en had hij vijf boerderijen. En met Adriaan zijn we aangekomen bij de oorsprong van de naam Verlinde, zijn vader Laurentius heette namelijk nog Verlinden.

En de oorsprong van de familielijn? Die blijkt in België te liggen, in Moerbeke-Waas. Daar werden zowel Adriaan als Laurentius geboren, maar ook hun voorvaderen Jacobus (1626-1664), Johannes (1600) en stamvader Egidius Verlinden (1557-1624).

Verlind NFB Familienamen

De verspreiding van de naam Verlinde over de Nederlandse gemeenten in 2007. Meer informatie over de naam via de knop 'CBG Familienamen'

Duitse bestuurders

Nog verder terug komen we via Alberts overgrootmoeder Neeltje Krullaars, die getrouwd was met Laurens Petrus Verlinde. Zij stamt af van een Duitse Diederich May. Van deze Diederich is bekend dat hij in 1498 een wijngaard in Gelnhausen kocht. Op deze afstammingslijn (zie onderaan de pagina) komen we aanzienlijke en bestuurlijke posities tegen. Zo was Heinrich Albert May (1611-1680) gemeenteraadslid, zijn vader Pancrazius May (1581-1635) leraar gymnasium en dominee, en diens vader Albano May (1540-1608) was dorpsburgemeester.

De afstammingsreeks is onderaan de pagina te downloaden .

Bedelarij en landloperij

Albert vervolgt zijn zoektocht in Den Bosch waar hij zijn moederskant onderzoekt. In het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) stuit Albert op een ‘criminele’ familiegeschiedenis: bedelarij, drankmisbruik en geweld, problemen die voortkwamen uit de zware armoede in het negentiende-eeuwse Brabant.

Het begon bij Johanna Maria Raaijmakers (1801-1856) die samen met haar zoons veroordeeld werd tot 2 jaar gevangenisstraf vanwege het stelen van ‘drie mud witte en rode aardappels’. Voordat ze vrijkwam overleed ze in de gevangenis.

Ook Johanna’s dochter Hendrina van Vlokhoven kwam met justitie in aanraking. Samen met haar zus werd ze in 1859 werd opgepakt voor bedelarij. Na een gevangenisstraf van twee weken werd ze overgebracht naar het bedelaarsgesticht ‘de kolonie van Weldadigheid’ in Veenhuizen. Na twee jaar mocht ze Veenhuizen verlaten. In Deventer trouwde ze met Willem Karel Stuiver, maar al na vijf maanden werden ze weer naar Veenhuizen gestuurd. In Veenhuizen kregen ze, in het ‘derde gesticht’, drie kinderen.

urn-gvn-UBL01-PK-P-136.406-large.jpeg Geheugen van Nederland

Het derde gesticht Veenhuizen. UB Leiden via Geheugen van Nederland

Nadat Willem Karel Stuiver stierf, hertrouwde Hendrina in 's-Hertogenbosch met Willem van der Hoorn. Deze Willem en Hendrina zijn de betovergrootouders van Albert Verlinde.

Ook Willem van der Hoorn was ‘vaste klant’ van Veenhuizen. Tussen 1829 en 1957 verbleef hij acht keer in Veenhuizen vanwege landloperij en bedelarij. Het herhaaldelijk terugkeren naar het bedelaarsgesticht is niet uniek voor deze familie. Het bleek voor veel kolonisten vaak moeilijk om buiten Veenhuizen in hun bestaan te voorzien. Thuis vervielen ze vaak weer in ‘crimineel’ gedrag zoals bedelarij en landloperij. Dit verschijnsel is uitgebreid beschreven in het boek Het pauperparadijs van Suzanna Jansen. Zij ontdekte dat het haar familie generatieslang niet lukte de armoede te ontworstelen, ondanks meerdere beschavingspogingen in Veenhuizen. 

Hendrina Verzamelingen

Hendrina maakte zich niet alleen schuldig aan bedelarij: in 1900 (ze is inmiddels bijna 60 jaar) werd ze gezocht wegens 'burengerucht'. CBG Verzamelingen / Algemeen Politieblad

Zelf aan de slag met je familiegeschiedenis? Begin je zoektocht hier!