CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met Wende Snijders

29 oktober 2017

Wende Snijders werd in 1978 in het Engelse Beckenham geboren. Doordat haar vader civiel ingenieur was heeft ze in haar jeugd in veel verschillende landen gewoond. Nu vraagt ze zich af waar ze eigenlijk thuis hoort. Ze weet bijna niets van haar voorouders en ze wil hen graag leren kennen. Ze vindt het belangrijk om te weten waar je vandaan komt, dat geeft volgens haar immers context waar je nu staat. Ze is nieuwsgierig naar rebelse types in de familie en ze zou het leuk vinden als er tussen haar voorouders mensen zitten die de geschiedenis beïnvloed hebben.

Wende Snijders aan het begin van haar zoektocht. Foto: NTR

Wende Snijders aan het begin van haar zoektocht. Foto: NTR

Tekst: Vera Weterings

Jappenkamp 

De zoektocht gaat van start met een bezoek aan de moeder van Wende in Utrecht. Wende heeft haar opa’s en oma’s nooit gekend en haar moeder vertelt haar nu wat meer over haar voorouders aan vaderskant. Grootvader Snijders was tropisch bosbouwer geweest in Nederlands-Indië en heeft daar met zijn echtgenote de Jappenkampen overleefd. Toen Nederlands-Indië op zondag 8 maart 1942 capituleerde, belandden zo’n 360.000 Nederlanders in de kolonie in een kritieke positie. Alle ‘volbloed’ Nederlanders moeten naar interneringskampen, zo’n 80.000 Nederlandse burgers verliezen hun vrijheid. Zo ook het gezin Snijders, dankzij de archieven van de kampen is zelfs te achterhalen waar de familie in 1944 gevangen zat. Grootvader Snijders verbleef in het burgerkamp Tjimahi 4 op een oude garnizoensplaats van het KNIL terwijl grootmoeder Snijders met hun drie kinderen – waaronder de vader van Wende – zich in het burgerkamp Lampersari in Semarang bevond. Toen grootvader Snijders na de Tweede Wereldoorlog in 1946 weer terug naar de tropen wilde, wilde grootmoeder niet waardoor het huwelijk stuk liep. De moeder van Wende vond haar schoonmoeder Georgina Eduarda Dirkse (Okke) een geweldig mens. De vader van Okke, Dirk Antonie Dirske, zou te Bussum op 23 maart 1940 zelfmoord hebben gepleegd. Wende wil daar meer over weten, haar moeder weet niet wat de reden is geweest.  


Overlijdensadvertentie Dirk Antonie Dirkse. CBG Verzamelingen / Familieadvertenties Verzamelingen

Overlijdensadvertentie Dirk Antonie Dirkse. CBG Verzamelingen / Familieadvertenties

Bussum en Amsterdam

Wende heeft een afspraak gemaakt bij het Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen, hier wordt ze geholpen door gemeentearchivaris Niels van Driel. Hij gaat wat verder in op het leven van Dirk Antonie Dirkse aan de hand van zijn gezinskaart waarop te zien is dat Dirk is geboren op 27 juni 1880 in Amsterdam en getrouwd is met Wesselina Hendrina Dop uit Zutphen op 24 maart 1910. In 1909 is Dirk vanuit Amsterdam naar Bussum verhuisd, waarna hij in 1932 is terugverhuisd naar Amsterdam waarna hij opnieuw in 1937 een huis in Bussum kocht. Dirk was assuradeur, dat is iemand die verzekeringen verkocht. Er zijn ook advertenties van hem gevonden in De Bussumsche Courant waarin hij mensen oproept een verzekering af te sluiten als ze op reis of met pensioen gaan. Vanaf 1937 woonde hij op de Meentweg 72 in de wijk het Spiegel, in een chique buurt, je kunt dus afleiden dat hij het goed deed als verzekeringsman. Tot slot is op zijn gezinskaart te lezen dat hij op 23 maart 1940 is overleden, kort voor de bezetting en ook één dag voordat hij dertig jaar getrouwd zou zijn. In de dagrapporten van de politie van Bussum is een aantekening te vinden over zijn zelfmoord. Hierin staat beschreven dat hij zwaarmoedig was en zichzelf met een revolver voor het hoofd heeft geschoten. Het laatste over overgrootvader Dirk is de overlijdensadvertentie in De Bussumsche Courant. Opvallend is dat hierin is te lezen dat Dirkse is begraven op de begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam, terwijl overgrootmoeder Wesselina niet veel later overleed en in haar overlijdensadvertentie is te lezen dat zij niet in Amsterdam maar op de Algemeene Begraafplaats te Bussum.

Niels van Driel (Gooise Meren en Huizen) belicht een tragische geschiedenis in Wende's familie. Foto: NTR

Niels van Driel (Gooise Meren en Huizen) belicht een tragische geschiedenis in Wende's familie. Foto: NTR

Herstellingsoord 

Hierna ontvangt Wende een mail van het Gelders Archief met informatie over Wesselina Hendrina Dop en haar ouders. Bij de mail zit een scan van de scheidingsakte van de ouders van Wesselina. Gesina Helena van Wijhe is na een huwelijk van 31 jaar gescheiden met echtgenoot Theodoor Johan Dop. Volgens een tip van het Gelders Archief zou Gesina in Terborg een herstellingsoord gerund hebben. Wende reist Gesina achterna naar de Achterhoek waar ze in villa Kalff in Terborg een afspraak heeft met een verre verwant Dop. Hij toont haar foto’s van het huis, het personeel, de tuinen bij de villa en van Gesina zelf uit het begin van de twintigste eeuw. Ook weet hij te vertellen dat haar echtgenoot Theodoor koopman was en handelde in vlees en daarnaast hield hij als hobby paarden. Ook liet hij de paarden racen en gokte hij op ze. Hij ging ook graag op reis en had in een pub in Londen zelfs z’n eigen zilveren pint.  
Villa Kalff in Terborg blijkt verbonden met Wende's familie. Ze ontmoet er verre verwant Jan Dop. Foto: NTR

Villa Kalff in Terborg blijkt verbonden met Wende's familie. Ze ontmoet er verre verwant Jan Dop. Foto: NTR

Stadhouders

Na een uitgebreide rondleiding door de tuinen en de villa die door Gesina als herstellingsoord voor de betere standen werd gerund, komen Wende en Jan al pratende ook uit bij de ouders van Gesina. Voor meer informatie over deze generatie wendt ze zich tot het archief in de buurt. Ze spreekt af met archivaris Peter Bresser van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers en treft hem in Huis Bergh in ’s-Heerenberg. Samen met hem volgt ze haar stamreeks verder: van de ouders van Gesina Jan Derk Jacob van Wijhe en Wesselina Hendrina Kok naar Jan Willem van Wijhe en Jacoba Helena van Leenhof. Bij de familie Van Leenhof blijft Peter langer stilstaan. Haar vader heeft namelijk een belangrijke rol gespeeld in het Bergse. Jacob Godfried van Leenhof was stadhouder, de hoogste ambtenaar in het gebied, ten tijde van de Bataafse periode. Jacob was getrouwd met Helena Suzanne van Marle en via haar komen we weer een generatie verder terug bij Johan van Marle en Margaretha Louisa Tiellemans. Johan was net als Jacob stadhouder en daarnaast ook heer van Oploo. Een stap verder terug komen we bij Oswald Tiellemans, die volgens de archieven procedeerde om jachtrecht en dat ook heeft gekregen. Nog verder terug zijn we aangekomen bij de familie Van Raesfeld die van adel was. Peter toont enkele zegels van de Van Raesfelds. Helemaal onderaan de stamreeks staat Stephan van Zuylen, maarschalk en rentmeester rond het jaar 1270. Voor meer informatie over hem wordt Wende doorverwezen naar historicus Edward de Maesschalck.
Huis Oploo. Nederlandse Kastelenstichting

Huis Oploo. Nederlandse Kastelenstichting

Vlaamse adel

Wende reist naar het Grootseminarie in de historische abdij van Brugge en treft daar Edward die haar een verrassend verhaal vertelt over haar adellijke Vlaamse voorouders. Edward gaat van voorvader Stephan van Zuylen nog verder de stamreeks af tot Boudewijn VI van Bergen in de elfde eeuw die afstamt van de graven van Vlaanderen. Het Grootseminarie had banden met de grafelijke familie, vandaar dat de stamreeks daar te vinden is. Op deze stamreeks is ook Boudewijn VI afgebeeld en kan Edward haar via de middeleeuwse schilderingen kennis laten maken met haar voorvaderen helemaal terug tot graaf Boudewijn de Eerste van Vlaanderen, de stamvader van de dynastie van Vlaanderen in de negende eeuw. Boudewijn is bekend geworden omdat hij een misdrijf zou hebben begaan uit liefde. Boudewijn ontvoerde Judith, de dochter van de Franse koning, uit het klooster om met haar te trouwen. Zelfs de paus bemoeide zich met de kwestie, waardoor Boudewijn en Judith in 863 toch officieel konden trouwen. De Franse koning ging hiermee akkoord en gaf als verzoening het Vlaamse gouw in ‘leen’, zo is Wende’s voorvader de stichter van Brugge geworden en zelfs van Vlaanderen.
Boudewijn II de Kale  &  Ælfthryth van Wessex (15de eeuw),  Fragment uit portretten van graven van Vlaanderen en abten van de Duinenabdij, Brugge, Groot Seminarie

Boudewijn II de Kale & Ælfthryth van Wessex (15de eeuw), Fragment uit portretten van graven van Vlaanderen en abten van de Duinenabdij, Brugge, Groot Seminarie

Betovergrootmoeder

Wat de uitzending niet haalde was het verhaal van betovergrootmoeder Francina Zeevaart die op 1 april 1887 in het Godshuis van Middelburg werd opgenomen wegens aanhoudende koortsen. De kosten voor de verpleging waren toen voor het Burgerlijk Armbestuur. Gelukkig is Francina hersteld, aangezien zij later dat jaar met betovergrootvader Willem Jacobus Pieter Snijders in het huwelijk trad. Met de gezondheid van Francina is het wel goed gekomen, zij overleed op hoge leeftijd in Rotterdam en werd negentig jaar oud.  

Verwantschap kinderarts Philip Hendrik Fiedeldij Dop

Tot slot wat ook niet in de uitzending naar voren kwam is de verwantschap van Wende met de bekende kinderarts Philip Hendrik Fiedeldij Dop (1911-1991). Hij was de kleinzoon van het echtpaar Jan Dop en Theodora Hendrika Fiedeldij. Van dit echtpaar stamt ook Wende af. Haar betovergrootvader Theodoor Johan Dop, die in 1853 in Amsterdam werd geboren, was een zoon van het genoemde echtpaar. Betovergrootvader Gerardus Bal was een zoon van Gerardus Bal en Maria Johanna Ringlever. Zij stamt af van Antonius Ringleb, een meester-kleermaker in Kitzingen in Duitsland. De oudste zoon Johann Reichard Ringleben wordt soldaat in het regiment Acronius en wordt na 1772 vermeld als gedeserteerd. Hij was in 1752 in Dhaun in Duitsland in het huwelijk getreden met Anna Elisabetha Jungin. Zij overleden waarschijnlijk toen hun negen kinderen nog minderjarig waren aangezien zij in een weeshuis in Bergen op Zoom waren opgenomen.

“Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt, dat geeft context aan waar je nu staat”