CBG bronnen
Verver

Verborgen Verleden met André Kuipers

13 januari 2018

André Kuipers gaat op zoek naar zijn verborgen verleden.

Tekst: Vera Weterings

Als kind had André een beschermde jeugd in Amsterdam Oost. Hij groeide op in een warm gezin. Zijn ouders zorgden er altijd voor dat hij het goed had en veel kon dromen en fantaseren. Toen hij van zijn oma de science fiction boekjes van Perry Rhodan kreeg, was zijn interesse voor de ruimtevaart gewekt. Als kind was hij niet zo bezig met verleden en welke geschiedenis er achter een familie schuil gaat. Naar mate hij ouders is geworden, wil hij zich steeds meer verdiepen in de vraag waar we vandaan komen.

Herinneringen ophalen

André vertelt over zijn opa Johan Hendrik Frederik (Joop) Hennequin die als dwangarbeider naar Duitsland ging in de Tweede Wereldoorlog en onder de brandwonden door bommen van de geallieerden terugkwam. Zijn opa praatte nooit over de oorlog, dat vindt André nu jammer, omdat hij hem nu nooit over die tijd vragen heeft kunnen stellen. Hij vertrekt naar zijn moeder Maria Bernardina Hennequin in Amsterdam, de stad waar hij is geboren. Zijn moeder vertelt meer over opa Joop Hennequin die tijdens de oorlog in Duitsland zat en zijn oma, Maria Hennequin. Ook laat ze foto’s van hen zien en van overgrootouders Trijntje Lut en Willem Lut, net als een mooie broche, een erfstuk van overgrootmoeder Trijntje.

André Kuipers tijdens opnames Verborgen verleden. Foto: NTR

André Kuipers tijdens opnames Verborgen verleden. Foto: NTR

Tweede Wereldoorlog

Zijn moeder weet helaas ook weinig van de tijd dat zijn opa in Duitsland heeft doorgebracht. Om hier meer over te weten te komen spreekt André af met René Kok van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam. René laat André het persoonsbewijs van zijn opa zien en een foto van de fabriek waar hij ging werken: Fritz Werner. Het was een machinefabriek die tijdens de oorlog door de Duitsers werd ingeschakeld om wapens te maken. Naast de foto zijn er ook tekeningen van de fabriek zodat André een beter beeld krijgt van de plek waar zijn opa de oorlog doorbracht. De tekeningen zijn door een andere Nederlandse arbeider gemaakt. Wat er zich allemaal precies in Berlijn heeft afgespeeld is niet meer te achterhalen, maar door de foto’s en tekeningen die hij heeft gezien, kan André de oorlogstijd van zijn opa wat meer invullen. Hij heeft nu een beter beeld van hoe de situatie was en waarom hij bang was. Ook snapt hij nu door de foto op het persoonsbewijs waarom zijn oudtante een paar jaar geleden tegen André zei dat hij op zijn opa Joop leek.

Maatschappij van Weldadigheid

Overlijdensakte Gerrit Lut via WieWasWie uit de collectie van het Drents Archief..jpg WieWasWie

Overlijdensakte Gerrit Lut via WieWasWie uit de collectie van het Drents Archief.

André wil na het verhaal over zijn opa verder zoeken in de lijn van zijn moeder. Online zoekt hij op de familienaam Lut. Hij volgt de lijn van zijn oma Trijntje Lut naar overgrootvader Willem Frederik Lut en diens vader Gerrit Lut. Hij ontdekt dat Gerrit is overleden in Veenhuizen waar vroeger de Maatschappij van Weldadigheid was gevestigd. Dit is de plek waar in die tijd drie gestichten stonden: voor bedelaars, landlopers en wezen. André vertrekt naar het Drents Archief waar de archieven van de Koloniën van Weldadigheid bewaard worden om daar te weten te komen waarom zijn grootvader in Veenhuizen was en daar overleed. Hij spreekt af met archivaris Ferry Sieders van het Drents Archief die hem een aantal stukken uit Veenhuizen laat zien. Zo pakt Ferry de overlijdensakte van Gerrit Lut erbij, hierin is te lezen dat Gerrit is overleden in het hospitaal der rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen. Gerrit zat dus in de inrichting, uit andere stukken die Ferry uit het archief haalt blijkt dat grootvader Gerrit af en aan zo’n achttien jaar verbleef in Veenhuizen.

geboorteakte Gerrit Lut uit de collectie van Erfgoed Leiden en Omstreken.jpg WieWasWie

Geboorteakte Gerrit Lut uit de collectie van Erfgoed Leiden en Omstreken.

Gerrit kwam echter niet uit de buurt. Hij was in Leiden op 21 april 1824 geboren. In de stukken uit de arrondissementsrechtbank ’s Gravenhage (1838-1939) is in een veroordeling uit 1884 te lezen dat  Gerrit geen vaste woonplaats had en op 25 september van datzelfde jaar aan de Hoogstraat in Den Haag aan het bedelen was met de pet in de hand. Hij werd hierna een jaar naar Veenhuizen gestuurd. Dit was echter niet de eerste veroordeling was. Hij was wel achtmaal in Veenhuizen terechtgekomen. Ferry toont André ook de signalementskaart van betovergrootvader  Gerrit Lut uit 1896 met daarin zelfs een foto en vingerafdrukken en een beschrijving van verschillende lichaamskenmerken. Zo is te lezen dat zijn voorvader 1 meter 60 was. André vertrekt naar Veenhuizen om de plek te bezoeken waar zijn betovergrootvader Gerrit Lut achttienjaar verbleef en waar hij in 1903 op 68-jarige leeftijd overleed. Hij bekijkt het oude hospitaal en aanschouwt ook een aantal oude foto’s.

Signalementskaart Gerrit Lut uti de collectie van het Drents Archief..jpg

Signalementskaart Gerrit Lut uti de collectie van het Drents Archief.

Wat niet in de uitzending wordt behandeld is dat voorvader Gerrit Lut niet de enige voorouder was die in een Kolonie van Weldadigheid terecht was gekomen. Ook aan vaderskant was Jan Uijleman, de overgrootvader van oma Maria Uijleman, in de Ommerschans overleden op 27 januari 1846.

Gerrit Lut die in Veenhuizen overleed, huwde in 1850 met Lena (Helena) Remmeling. Haar moeder, Catharina Weijerhof, was in Den Haag geboren op 24 december 1794. Zij had haar vader Augustus Weijerhof nooit gekend. Hij had, zoals in een bijlage bij de huwelijksakte van  Catharina Weijerman en Jan Remmeling vermeld staat, zijn vrouw en kind in 1794 verlaten en nooit meer iets van zich laten horen.

Vierde Engelse Oorlog

Na de Lut-kant te hebben onderzocht, gaat André verder met de Van den Hoek-kant van moederszijde.
Een zoon van Gerrit Lut in Veenhuizen, eveneens een Gerrit Lut,  was gehuwd geweest met voormoeder Maria van der Hoek. Haar voorouders zijn ook interessant. De moeder van André heeft deze overgrootmoeder nog gekend. Joseph van der Hoek, de overgrootvader van Maria, was in Den Haag geboren in 1765. Hij was zijn hele leven militair geweest. Voor gegevens betreffende zijn militaire loopbaan gaat André naar het Nationaal Archief. Hier heeft hij  een ontmoeting met archivaris Diederik van Romondt die André een militair stamboek toont waarin Joseph van der Hoek voorkomt. Stamboeken zijn korte overzichten van de staat van diensten van militairen. Het blijkt dat Joseph, toen hij veertien jaar oud was, eerst zes jaar op het schip Den Briel gediend had als matroos. Van het schip Den Briel is een scheepsjournaal bewaard gebleven waarin te lezen is waar Joseph van der Hoek allemaal geweest is en wat hij heeft meegemaakt.

Gravure van het gevecht op 30 mei 1781 tussen de Hollandsche fregatten Castor en Den Briel en de Engelsche Fregatten Flora en Crescent door Joseph Marianus van Augsburg..jpg

Gravure van het gevecht op 30 mei 1781 tussen de Hollandsche fregatten Castor en Den Briel en de Engelsche Fregatten Flora en Crescent door Joseph Marianus van Augsburg.

In 1781 was Nederland verwikkeld in de Vierde Engelse Oorlog, een strijd die Nederland gezien de slechte economische situatie gedoemd was te verliezen, maar voor het zover was, werd er nog flink gevochten, vooral op zee. In het scheepsjournaal van de Den Briel is te lezen dat de Nederlandse fregatten, oftewel oorlogsschepen, Castor (onder leiding van commandant Pieter baron Melville van Carnbée)  en Den Briel (onder leiding van commandant Gerard Oorthuys) vanuit de Middellandse Zee door de Straat van Gibraltar voeren voor een rendez-vous met een VOC-retourvloot. Zijn kwamen toen twee Britse fregatten, de Crescent (onder leiding van commandant Pakenham) en Flora (onder leiding van kapitein Williams) tegen. Aanvankelijk hielden de Britten af, maar in het scheepsjournaal is te lezen dat op woensdag 30 mei 1781 het gevecht ontbrandde. De Flora had weinig moeite met de veel zwakkere Castor, maar de Den Briel en Crescent waren meer aan elkaar gewaagd. De Flora had de Castor al snel op sleeptouw, maar de Den Briel wist grote schade te veroorzaken bij de Crescent. De Den Briel loste volgens het scheepsjournaal zo’n 1.200 kanonschoten. De Den Briel was echter dusdanig gehavend dat Oorthuys geen kans zag zijn tegenstander op te brengen, enkele dagen later kwam het schip Cádiz binnen en de andere drie schepen werden buit gemaakt door twee Franse fregatten. In de Nederlandse Republiek leidde de 'heldendaad' van Oorthuys en Meville van Carnbee tot uitbundige feestvreugde. Voor het eerst sinds lange tijd had de Nederlandse marine bewezen haar mannetje te kunnen staan.

“Ontdekkingsreisjes van toen, vergelijk ik met de huidige ontdekkingsreizen; de ruimtevaart. Ik kan me heel erg vereenzelvigen met de avontuur en het nieuwe dingen zien. Het is vergelijkbaar.”

Veldtocht van Napoleon naar Rusland

André gaat naar Schiphol om daar Christiaan van der Spek van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) te spreken. Hij weet meer over de militaire carrière van voorvader Joseph van der Hoek. Nadat Joseph van boord was gegaan bij de Den Briel heeft hij verder nog een lange carrière als militair doorgemaakt. Hij zou met vier zoons gediend hebben in het leger van Napoleon in Rusland. Hoewel in de huwelijksakte van zijn zoon Adolph van der Hoek te lezen is dat vier vrienden bevestigen dat zijn vader in het 125ste regiment met het Franse leger de Russische veldslag van 1812 heeft meegemaakt, blijkt dit niet helemaal te kloppen. Als we dieper in het verleden van Joseph duiken komen we er achter dat Joseph inderdaad – net als zijn vier zoons in het 125ste regiment zat – volgens de stamboeken ging hij echter op 31 december 1810 is over naar het regiment voor veteranen. In zijn overlijdensakte is ook te lezen dat hij in 1812 Normandië is overleden en dus nooit naar Rusland is geweest. Zijn vier zoons zijn wel allemaal naar Rusland vertrokken.

André Kuipers tijdens opnames Verborgen verleden. Foto: NTR

André Kuipers tijdens opnames Verborgen verleden. Foto: NTR

André gaat met Christiaan naar Wit-Rusland om de plaatsen te bezoeken waar de vier broers, onder wie ook Adolph van der Hoek de voorvader van André, gestreden hebben. Eerst wordt Minsk bezocht en daarna Borisov bij de rivier Berezina. In het stamboek is te lezen dat Adolf van der Hoek als zestienjarige in dienst ging als tamboer. Hij liep mee in een soort reserveleger dat achter de troepen aan liep en dus maanden achterliep. In een dagboekfragment van een officier uit een ander regiment dat gelijktijdig optrok is te lezen dat ze veel gruwelijkheden zagen: gesneuvelde hoofden van naakte soldaten, zonder armen en benen. Uiteindelijk bevonden zij zich ook in een heftig gevecht doordat ze de noordelijke flank van de grande armee gingen bewaken. Ze raakten verwikkeld in heftige gevechten die culmineerden in de grote slag bij Borisov. Bij Borisov waren de restanten van de grande armee bij elkaar gekomen na hun terugtocht uit Moskou. Het waren afgematte troepen die toch wereldberoemd zijn geworden doordat Napoleon hier uit een verslagen positie heeft kunnen ontsnappen toen hij klem zat tussen drie Russische legers. De legers bij Borisov zorgden voor een afleidingsmanoeuvre  door te doen alsof ze bij Borisov de rivier wilden oversteken. Het moet een gruwelijk gevecht zijn geweest zo blijkt uit de aantekeningen van C.J.Wagevier uit het 125ste regiment, een militair die Adolf waarschijnlijk kende: “brand, verwoesting en dood waarden op de verschrikkelijkste wijze door elkander, en schenen zich vereenigd te hebben, om al, wat adem had, te vernietigen.”

De Grande Armée steekte de Berezina over, January Suchodolski. Collectie Muzeum Narodowe w Poznaniu.

De Grande Armée steekte de Berezina over, January Suchodolski. Collectie Muzeum Narodowe w Poznaniu.

In Studyanka bezoekt André de plek waar zijn voorvader Adolph van der Hoek waarschijnlijk als één van de laatste soldaten van Napoleon de rivier Berezina is overgestoken. Adolph keert met één broer in het vaderland terug. Zijn twee andere broers zijn gesneuveld in Rusland zoals duizenden andere militairen.

“Wat opvalt aan de zoektocht is dat je eigenlijk heel weinig weet, terwijl het toch heel dichtbij is.”

Franse voorouders

Tot slot wat niet in de uitzending naar voren kwam was dat de voorouders Hennequin oorspronkelijk uit Frankrijk kwamen. Jean Baptist Hennequin is te Metz geboren omstreeks 1776 en huwde te Amsterdam in 1812 met Anna Johanna Knaaken (Knaken). Hij was in 1812 banketbakkersknecht.